terug naar overzicht

Wij maken jongeren duidelijk dat het dragen van wapens niet cool is!

jongerengeweld In Gesprek

De afgelopen weken konden we in de media berichten lezen over verharding en ‘verjonging’ van jeugdcriminaliteit. Er is zelfs sprake van liquidaties door minderjarigen, die vervolgens als volwassene terecht moeten staan. In Hoorn is op 26 november tijdens een uit de hand gelopen ruzie een jongen van veertien bij zijn school neergestoken door een zestienjarige jongen. Vier dagen later overleed hij aan zijn verwondingen. Jongerenwerkers kwamen onmiddellijk in actie en voerden gesprekken met medeleerleerlingen, leerkrachten en ouders. ‘In alle scholen organiseren we projecten waarin we in naschoolse activiteiten met jongeren in gesprek gaan over het dragen van wapens, dat dat niet cool is,’ zegt teamcoach Jerrol Lashley. Op grond van alle nieuwe ervaringen pleit manager Christiaan Verschoor voor meer uniformiteit in methodieken van het jongerenwerk en voor een stevige samenwerking met ketenpartners.

Steekincidenten en wapenbezit onder jongeren nemen toe, dat is een landelijke trend. Ook in Hoorn hebben zich de afgelopen jaren meerdere steekincidenten voorgedaan. ‘Maar een steekincident bij een school, op klaarlichte dag en met dodelijke afloop: dat is hier nooit eerder gebeurd,’ zegt Christiaan Verschoor, manager wijkwerk bij Stichting Netwerk Hoorn.
Jongerenwerkers van Stichting Netwerk zijn actief in de vier samenhangende leefwerelden van jongeren: de school, de wijk, het gezin en sociale media. ‘Wij werken op alle scholen voor voortgezet onderwijs in Hoorn,’ verduidelijkt teamcoach jongerenwerk Jerrol Lashley. ‘In al die scholen zijn wij als jongerenwerkers onderdeel van de leefwereld van de leerlingen. Onze basistaak is dat wij jongeren een luisterend oor bieden, ondersteunen, bewustwording creëren en bruggen slaan tussen hun school, hun wijk, hun gezin en hun digitale wereld. We doen veel preventief werk.’

Hoe raakten jullie op de hoogte van dit fatale steekincident?

Christiaan: ‘Een manager van de politie belde mij en zei dat de politie onderweg was naar een incident op een school dat er heftig uitzag. Als de politie dat zo formuleert, dan weet je dat er écht Iets aan de hand is. Hij vroeg of ik onze jongerenwerker wilde informeren. Ik heb direct Jerrol gebeld, die inmiddels via andere kanalen al op de hoogte was.’

Wat konden jullie jongerenwerkers doen in deze heftige situatie?

Jerrol: ‘We hebben meteen met de schoolleiding overlegd wat wij konden doen. Slachtofferhulp is ingeschakeld. Onze jongerenwerkers en ikzelf voerden gesprekken met aangeslagen vrienden en vriendinnen van het slachtoffer, met klasgenoten en andere leerlingen, met docenten. De vriendin van het slachtoffer kon eerst niet door de hekken school in, omdat de politie haar niet kende. Een van onze jongerenwerkers heeft haar naar iemand van Slachtofferhulp gebracht. We werkten samen met de gemeente, onderwijs, politie en Slachtofferhulp. We overlegden wie wat kon doen. Dezelfde dag organiseerden we al een bijeenkomst in één van onze jongerencentra. De jongerenwerkers kenden ook de dader. Hij zat op een andere school, dus vanuit een andere invalshoek gingen jongerenwerkers ook op die andere school met jongeren in gesprek. Natuurlijk stemden we ook daar af met de schoolleiding.’

Was de begeleiding vrienden en de sociale omgeving van de dader niet veel ingewikkelder?

Jerrol: ‘Veel jongeren uit beide groepen kenden elkaar. Voor ons was het belangrijk om zicht te krijgen op de rollen van jongeren in het geheel. Zo was er ook een groepje jongeren die het incident niet afkeurde en vooral olie op het vuur gooide door filmpjes te plaatsen op sociale media. Die hebben wij gedeeld met het Team Veiligheid van de gemeente om de situatie niet verder te laten escaleren. Natuurlijk plaatsten wij ook berichten op onze sociale media waarin we het versturen van deze filmpjes als respectloos veroordeelden. Wij stemden af met de politie en probeerden in gesprek te blijven met dit kleine groepje jongeren om hen ervan te overtuigen die filmpjes niet verder te verspreiden.’ Christiaan: ‘Ik wil nog wel even benadrukken dat we het hier over een heel klein groepje jongeren hebben. De overgrote meerderheid van de jongeren was geschokt en rouwend.’

Hebben jullie ook contacten met ouders van deze jongeren?

Jerrol: ‘Er kwamen die eerste dag al ouders met jongeren mee naar het jongerencentrum. Daar raak je dan natuurlijk in gesprek met elkaar. Niet alleen de scholen van de dader en het slachtoffer, maar alle scholen hebben veel aandacht besteed aan vragen van ouders. En ouders kijken ook met hun kinderen mee naar wat we op sociale media plaatsen.’

De Volkskrant publiceerde een foto met rouwende jongeren op een plek met kaarsjes en bloemen. Speelden jullie ook een rol bij dit soort initiatieven?

Jerrol: ‘De school heeft die rouwplek georganiseerd. En wij waren daar om jongeren bij te staan. Er waren ook jongeren die daar met hun ouders kwamen, ook dan raak je met ouders in gesprek. In de bijna twintig jaar die ik nu in het jongerenwerk zit, heb ik het nog nooit meegemaakt dat ik honderden kinderen zag huilen of zo aangeslagen zag als hier. Op één van die eerste dagen was ik na drie uur helemaal kapot, maar het was nog maar 11 uur. Maar het voelde alsof ik er al een hele werkdag op had zitten.’

Is er iets bekend over het motief van de dader?

Christiaan: ‘Dat moet verder onderzoek uitwijzen, de zaak moet nog voor de rechter komen. Maar laten we het erop houden dat het een totaal uit de hand gelopen ruzie was. Impulsief gedrag heeft een grote rol gespeeld.

Wat kunnen jullie verder nog doen?

Jerrol: ‘In alle scholen organiseren we projecten waarin we in naschoolse activiteiten met jongeren in gesprek gaan over het dragen van wapens, dat dat niet cool is. We hebben met leerlingen al bordjes met teksten gemaakt, die we voor bij een tegengeluid willen gebruiken. Dat is er nog niet van gekomen, maar dat maken van die bordjes leverde veel gespreksstof en bewustwording op. We voeren nog steeds heel veel gesprekken met jongeren in jeugdcentra en via sociale media.’
Christiaan: ‘Dit steekincident heeft er ook toe geleid dat we weer eens goed naar ons vak kijken: hoe verhouden wij ons tot deze realiteit? Hoe acteren onze partners en wij in deze stad op dit soort situaties? Dergelijke situaties kunnen leiden tot een verschuiving van preventie naar repressie. Als jongerenwerk staan wij echter voor een goede balans van beiden. Onze jongerenwerkers proberen vroegtijdig problemen op te sporen en aan te pakken. Zij zetten zich in voor talentontwikkeling vanuit het idee dat je dan kan voorkomen dat jongeren kiezen voor criminaliteit. Ik hoop dat we niet gaan doorschieten naar een angstcultuur. Verwachtingen die partners van ons hebben, moeten we goed managen.’
Jerrol: ‘Het jongerenwerk is een heel specifiek vakgebied met een eigen identiteit. Al die gesprekken die wij laagdrempelig voeren. Door het erkennen van eenieders vakgebied zijn we samen sterk.’

Hoe plaatsen jullie dit dramatische steekincident in landelijke ontwikkelingen?

Jerrol: ‘De afgelopen jaren is het aantal steekincidenten toegenomen. Die verharding in de jeugdcriminaliteit zien wij ook. Tijdens de lockdowns gingen jongeren steeds meer op sociale media. Daar vind je berichten die criminaliteit als stoer presenteren of die criminaliteit romantiseren. Steeds meer huishoudens komen in financiële problemen door de inflatie en de gestegen energieprijzen. Jongeren dragen vaak iets bij, bijvoorbeeld door een baantje in een supermarkt te nemen. Maar het kan dan heel verleidelijk zijn als je op andere manieren makkelijk veel geld kunt verdienen.’
Christiaan: ‘Tegelijkertijd is het zo dat criminaliteit als geheel volgens het CBS onder jongeren afneemt. Wel is er een lichte toename van ernstige criminaliteit onder minderjarigen.’

Welke conclusie trekken jullie uit jullie ervaringen met jullie aanpak rond dit steekincident?

Christiaan: ‘Dat er veel meer uniformiteit in methodieken van het jongerenwerk zou moeten komen en een nog meer sterke samenwerking met ketenpartners. Ondanks de inzet van BV Jong en Sociaal Werk Nederland is het nog steeds zo dat jongerenwerk overal op verschillende manieren werkt. Een goede ontwikkeling is dat steeds meer jongerenwerkers actief zijn in de eerder genoemde vier leefwerelden van jongeren. Maar in de ene stad heb je tientallen jongerenwerkers en in de andere slechts een paar en komen ze niet op scholen. Wij boffen dat wij in de stad verankerd zijn, zodat we met onze partners mooie stappen kunnen maken om de sociale basis te versterken. Dat zou overal zo moeten zijn.’

De voordelen van Verdiwel

Waarom lid worden

  • Ons adagium is: Delen & Doen!
  • Collegiale uitwisseling tijdens bijeenkomsten en op platforms.
  • Waardevolle formele én informele contacten in het hele land.
  • Verdiwel laat diversiteit floreren.
  • Verdiwel analyseert en adresseert weeffouten in sociale basis.
  • Verdiwel werkt samen met andere landelijke organisaties.
Meer informatie