Inloggen
home > columns > sociaal wijkteams voor mislukken behoeden

Sociaal wijkteams voor mislukken behoeden

mei 2017

 

Hoe dienen de welzijnsorganisaties zich tot de sociale wijkteams te verhouden? Ik ben van mening dat de wijkteams onze ondersteuning hard nodig hebben. Sterker: we moeten hen voor een mislukking willen behoeden! Ik lees, hoor en zie dat het een vrijwel onmogelijke opgave is voor de sociaal wijkteams om te kantelen en te denken en handelen vanuit de leefwereld van burgers. Ik signaleer gebrek aan visie. De continuïteit in de teams is verre van ideaal. Opdrachten aan en verwachtingen van de soms stuurloze teams buitelen over elkaar heen.  En de belangrijkste reden waarom de drempel voor veel burgers te hoog is: de onveiligheid om je verhaal te doen. De teamleden zitten klaar met hun iPad om alle gegevens in het systeem te gieten en om met individuele oplossingen aan de slag te gaan. Ik denk dat het anders kan.

 

Ik werk al een tijdje in het sociaal domein en heb veel mee mogen praten in mijn gemeente.  Ik voel mij dan ook medeverantwoordelijk om de keuze om het sociaal domein anders in te richten, wel te doen slagen. Dus bied ik de sociaal wijkteams aan dat onze wijkcontactvrouwen – betrouwbaarheid en onafhankelijkheid gegarandeerd – hun spreekuren doen op SWT locaties. Organiseren we een financieel café samen met Humanitas en de schuldhulpmaatjes waar met burgers meegedacht wordt om grote financiële problemen te voorkomen.  Vragen we onze opbouwwerker lange adem te hebben om met de kwetsbare bewoners in een portiekgebouw de leefomgeving te vergroenen, terwijl de sociaal wijkteamleden de individuele benadering kiezen. Zorgen we ervoor dat de projectleider Burenhulp tijd heeft voor bewoners om informeel, als straatcontactpersoon, iets op poten zetten waardoor mensen in de straat meer naar elkaar om gaan kijken en de weg weten naar – bijvoorbeeld – het sociaal wijkteam. Daarom trekken we de kar van een ketensamenwerking waardoor bewoners die lang geen arbeidsomgeving hebben gekend, werkervaring op kunnen doen bij één van de samenwerkingspartners, in de zorg, in het bedrijfsleven of bij een onderneming. En ik zie hoe onze jongerenwerkers in staat zijn om een vertrouwensband op te bouwen met jonge mensen die zich uit de samenleving terug dreigen te trekken.

 

Dit zijn maar een paar voorbeelden die ik in mijn gemeente probeer te ‘slijten’ aan de sociale wijkteams (en CJG’s). Het is helaas niet vanzelfsprekend dat de teams die mogelijkheden zien en benutten.  Hulpverleners, WMO-consulenten en wijkverpleegkundigen in de teams zouden gebruik kunnen maken van de mogelijkheden die wij als verbinders en samenwerkers weten te organiseren. De aanwezigheid van 18 uur opbouwwerk in de teams in mijn gemeente maakt wel verschil, maar alleen als het lukt om draagvlak binnen het team te krijgen voor collectieve oplossingen. De deelname van opbouwwerkers in de teams helpt mij overigens wel om onze inzet aan te laten sluiten bij de problematiek die zij tegenkomen.

Zolang dat kwartje nog lang niet overal valt, zit er niets anders op dan onze visie te verspreiden, onze ervaringen, successen en ons feilen over het voetlicht te brengen en ons in te blijven zetten om de sociaal wijkteams voor mislukken te behoeden.

 

Veronique de Kwant, directeur Haarlem Effect