Inloggen
home > columns > ondersteunend ondergoed

Ondersteunend ondergoed

januari 2017

 

Doordat de provincie Limburg de ‘positieve gezondheid’ van Machteld Huber omhelst en zich daarmee in Nederland een voorloper toont, ontstaan ook boeiende kansen voor sociaal werk. In het positieve-gezondheidsconcept wordt gezondheid niet langer gezien als de afwezigheid van ziekte, maar als het samenspel van o.a. fysiek functioneren, zingeving, mentaal welbevinden, maatschappelijke participatie en de kwaliteit van leven. Volgens deze benadering kun je fysiek ziek zijn, maar toch gezond omdat je qua zingeving goed scoort. Of je kunt lichamelijk in superconditie verkeren, maar vanwege een gebrek aan levenskwaliteit toch ongezond door het leven gaan. Door zo naar gezondheid te kijken, ontstaat een integrale praktijk, waarbij zorgverleners niet alleen oog hebben voor het fysieke en mentale, maar diagnosticeren en behandelen vanuit het complex aan factoren dat de gezondheid bepaalt.

 

Kanteling

Dit past mooi bij de zogenaamde kanteling in sociaal werk, waardoor de laatste jaren de nadruk is komen te liggen op de zelfredzaamheid van mensen en buurten. Je zou kunnen spreken van de opkomst van positief sociaal werk. Daarbij wordt niet zozeer gekeken wat mensen (even) niet kunnen, maar naar hun mogelijkheden. De sociaal werker niet zozeer als een oplosser van problemen. Maar als een coach in het vinden van eigen kracht en eigen oplossingen. Maar ook een coach die, als het niet anders kan, zorgt voor ondersteuning. Bijvoorbeeld door iemand de weg te wijzen naar schuldsanering, naar een cursus leesbevordering, naar een sociale huiskamer die mensen helpt om uit hun eenzaamheid te komen, of naar een Speelpan waar ouders leren om met hun kinderen te spelen (want ook dit is een onderschatte maatschappelijke uitdaging).

 

Socialiseren

In het boek Omgaan met sociale complexiteit benoemt Hans van Ewijk, hoogleraar Maatschappelijk Werk, de kern van sociaal werk met het werkwoord socialiseren. Sociaal werkers helpen mensen en wijken sociaal sterker te worden. Dat doen ze door te investeren in sociale vaardigheden. Goed leren lezen en schrijven, goed leren omgaan met geld, echt leren spelen met je kinderen, en een goede omgang met uitdagingen (ik spreek bewust niet over problemen) zoals eenzaamheid, pesten en hangjongeren, zijn vormen van socialiseren. In het dagelijks taalgebruik gaat socialiseren over het leren kennen van mensen. Van Ewijk breekt een lans voor een bredere betekenis, die zichtbaar maakt dat het in alle hoeken van de samenleving draait om socialiseren.

Sociaal werkers en pleitbezorgers van positieve gezondheid staan voor de uitdaging om onze samenleving mee te nemen in een ‘socialiseren 2.0’, waarbij we in praktijk brengen dat gezondheid óók een kwestie is van sociale inbedding. Socialiseren en positieve gezondheid liggen in elkaars verlengde. In een socialiserende samenleving (die Limburg dus in toenemende mate wil zijn) is dan ook veel aandacht voor een infrastructuur van sociaal werk. Vanuit die infrastructuur coachen sociaal werkers mensen, groepen en wijken in het vinden van eigen oplossingen. Waar dat (even) niet lukt, kunnen ze rekenen op (tijdelijke) ondersteuning.

 

Sociale Agenda

Een collega vatte sociaal werk ooit samen als het leveren van ‘ondersteunend ondergoed’: een middel dat helpt om sterke punten extra goed uit de verf te laten komen en minder sterke punten te ondersteunen, zonder dat de wereld dat meteen hoeft te zien. Als we de Sociale Agenda van Limburg van voldoende ondersteunend ondergoed voorzien, kunnen we echt voorop lopen. Met alle bijpassende positieve effecten voor burgers. Want daar gaat het om.

 

Anne Buskes, directeur-bestuurder Trajekt, Maastricht

Deze blog is op 5 januari gepubliceerd in Dagblad De Limburger