Inloggen
home > columns > economie trekt aan, vraag naar welzijn neemt af?

Economie trekt aan, vraag naar welzijn neemt af?

november 2016

 

Sinds vorig jaar werkt er bij Synthese een business controller die als registeraccountant veel interim-ervaring heeft opgedaan in de zogenaamde ‘profit’: Jacob. Hij wilde heel graag eens de not-for-profit van binnenuit meemaken. Werkt welzijn bedrijfseconomisch nu echt anders of komt het allemaal -bedrijfseconomisch- op hetzelfde neer? De grootste verbazing van Jacob kwam toen we als organisatie onze meerjarenstrategie bespraken. Op dat moment zaten we nog midden in de recessie en konden we de vraag naar ondersteuning van inwoners en gemeenschappen bijna niet aan. Een van onze analyses was dat als de economie in de toekomst aantrekt, de vraag naar onze dienstverlening gaat afnemen. Jacob: ‘Hoe kan dat nou? Als de economie groeit, dan is er toch meer markt?’

 

We kwamen op het volgende uit. Indien je als welzijnsorganisatie serieus voor eigen kracht van inwoners of zelfsturende gemeenschappen gaat, van zorgen voor naar zorgen dat, dan is recessie bedrijfseconomisch de beste uitgangspositie. Dan appelleer je bij inwoners op vrijwillige inzet en het samen doen. Het komt dan – beetje cynisch – goed uit als veel mensen schaarste ervaren; bijvoorbeeld geen werk, minder geld en bevolkingsterugloop. En ook een soort urgentie, zo van: dit kan zo niet langer in mijn dorp, mijn leefomgeving, mijn gezin. Dan is er tijd en aandacht beschikbaar om voor elkaar te zorgen, samen een dorpsambitie na te jagen of wat te doen met dat kwetsbare gezin et cetera. En omdat zulke dingen niet altijd vanzelf gaan, geeft dat een welzijnsorganisatie nuttig werk. Je helpt mensen het zelf te organiseren, ondersteunt daarbij en werkt mee aan oplossingen om samen problemen in oplossingen om te zetten.

Wanneer de economie aantrekt, dan heeft men het drukker met werken, in de file staan, kinderen naar de opvang brengen. Belangrijker nog: ‘we’ (mensen, overheid, bedrijven) hebben weer budget om maatschappelijke opgaven ‘af te kopen’. Jacob: ‘Dan ga je toch zorg leveren?’ Antwoord: ‘Dat kan en dat gebeurt, maar dat roept wel twee vervolgvragen op’.

Ben je dan geen huurling die met belastinggeld doet wat de marktsituatie toevallig oproept zonder dat je met je dienstverlening ook de maatschappij verbetert? Op langere termijn holt dat je legitimatie als organisatie (als sector?) uit. Je bent dan gewoon ‘profit’ geworden; houd dan asjeblieft ook je mond over maatschappelijke ambitie of visie; wie gelooft je nog? Als ik bijvoorbeeld een gemeente was, zou ik dienstverlening van zulke partijen ‘als potloden’ inkopen, als ik die al zou willen hebben.
Valt de samenleving (met trends als globalisering, technologie en bevolkingskrimp) dan echt helemaal samen met economie? Ik dacht het niet. Volgens mijn bescheiden mening hadden we de recente recessie te danken aan een te smalle (=economische) blik op het dagelijkse leven. Is het dan niet de plicht van partijen die ‘welzijn’ in het vaandel dragen om ook tegenkracht te organiseren tegenover het denken vanuit alleen maar welvaart? Juist ook in het belang van een evenwichtiger economie.

We verkopen ons (en anderen!) toch niet aan ons geld? We zijn mensen, we zijn meer dan euro’s.

Nu trekt de economie aan, zelfs in Limburg staat het vast op de snelweg. Houden wij als welzijnsorganisatie vast aan onze principes? Tja, maar dan ga je straks wellicht omzet verliezen. Wij moeten toch ook eten? Dit jeukt. Ergens vermoed ik dat er een derde weg is. Maar waar?

 

Wim Gort, directeur-bestuurder Synthese, Venray