Inloggen
home > columns > gezonde reacties bestempeld als probleemgedrag

Gezonde reacties bestempeld als probleemgedrag

oktober 2016

 

‘Almere staakt tot eind dit jaar deel van de jeugdzorg’, kopte NRC op 10 oktober. Dit soort krantenkoppen zien we steeds vaker. Het heeft er alle schijn van dat de decentralisatie bij de jeugdzorg nog niet wil lukken. Een van de doelstellingen was om het anders en goedkoper te doen. Wat bij de WMO wel lukt, gaat bij de jeugdzorg niet op. Voorbeeld hiervan is de gemeente Almere. Deze gemeente heeft voor de laatste maanden van 2016 geen budget meer beschikbaar voor de geïndiceerde jeugdzorg en bij de Jeugd GGZ dreigen wachtlijsten.  

 

Het leek ook zo eenvoudig. We zeggen tegen elkaar dat het anders moet: burgers moeten meer zelf doen, of samen met hun netwerk. En er wordt extra geïnvesteerd in het voorveld. Dat laatste begint overigens op een aantal plekken in Nederland zijn vruchten af te werpen. In Hoogeveen zien we dat het met onder andere de inzet van goed schoolmaatschappelijk werk daadwerkelijk mogelijk is minder geïndiceerde  jeugdzorg in te zetten. Gemakkelijk is dit echter niet, want er zijn eenvoudigweg veel kinderen met problemen.

Het grote aantal kinderen met ‘probleemgedrag’ heeft meerdere oorzaken. We stellen bijvoorbeeld steeds hogere eisen aan onze kinderen. Ook worden er te veel en te snel diagnoses gesteld waarbij het vaak gemakkelijker is om je kind Ritalin te geven dan te erkennen dat je als ouder tekort schiet in je opvoedvaardigheden. Bovendien wordt het probleemgedrag van het kind niet als resultaat van iets gezien, maar wordt gefocust op het probleem.

Onze schoolmaatschappelijk werkers zien veel kinderen waarbij de stelling opgaat dat kinderen vaak een volstrekt gezonde reactie vertonen op een volstrekt ongezonde situatie, maar waarbij de ‘gezonde reactie’ van het kind bestempeld wordt als ‘probleemgedrag’.Ter illustratie een voorbeeld uit de praktijk van een van onze schoolmaatschappelijk werkers. De ouders van een meisje besloten voor haar nogal plotseling en onverwacht te gaanscheiden. ’s Ochtends vertrok vader uit huis en dezelfde avond sliep de nieuwe partner van moeder bij moeder in bed. Het meisje ging bedplassen en daar moest van de ouders iets aan gebeuren, tot aan de bedplaspoli toe.

 

In plaats van gedragsproblemen van kinderen kunnen  we wellicht beter aanduiden als ‘moeilijk verstaanbaar gedrag’, omdat we vaak niet weten waar dit gedrag uit voortkomt en waar het voor staat. Dit gedrag vindt in de regel zijn oorzaak in het sociale milieu. Daar ligt dan ook de oplossing. Goed welzijnswerk is in staat de verbinding te maken tussen de drie opvoedmilieus van gezin, school en vrije tijd. Een goed opgroei- en opvoedklimaat realiseren  we met de inzet van professionals, vrijwilligers en burgers zelf. Uitgangspunt hierbij is wat mij betreft de “Top tien positieve ontwikkeling jeugd”, die het Nederlands Jeugd Instituut een aantal jaren geleden heeft opgesteld. (http://www.nji.nl/nl10/Download-NJi/Publicatie-NJi/Top-tien-positieve-ontwikkeling-jeugd.pdf ) In deze publicatie worden namelijk de ingrediënten aangereikt om echt verschil te gaan maken voor onze kinderen in de komende jaren. Dat vraagt moed van lokale bestuurders, omdat de effecten en resultaten van preventie in het voorveld niet altijd direct zichtbaar en meetbaar zijn.

 

Johan Bosman, directeur-bestuurder Stichting Welzijnswerk Hoogeveen