Inloggen
home > columns > moedig voorwaarts!

Moedig voorwaarts!

mei 2016

 

Onze samenleving  verandert. Burgers gaan meer zelf doen. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor elkaar. We gaan naar een economie van gebruiken en delen in plaats van bezitten. We gaan niet meer op de overheid zitten wachten, maar sociaal doe-het-zelven. In buurten gaan we problemen samen oplossen. Meer naar elkaar omkijken.  Vooral van jongeren, die zoveel met elkaar delen via sociale media en zelf geen auto of boormachine meer willen, wordt veel verwacht. Zijn die verwachtingen wel terecht? Is de wens niet de vader van deze gedachte?

 

Verschillende sprekers hebben bij Verdiwel enthousiast over deze ontwikkelingen verteld. Lenette Schuijt en Pieter Hilhorst bijvoorbeeld. Maar ook Jan van Ginneken en José Manshanden van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO). Harry Kunneman noemde de sociale sector zelfs een broedplaats van nieuwe, horizontale waarden!

Van nature ben ik optimistisch en ga ik gewoonlijk uit van goede bedoelingen van mijn medeburgers. Mensen zijn sociale wezens en kunnen niet zonder elkaar. Maar als iemand voordringt in de supermarkt of op de snelweg zonder richtingaanwijzer vanaf de rechterbaan opeens vlak voor mijn auto schiet, twijfel ik wel eens aan die goede bedoelingen. In de anonimiteit van supermarkt of snelweg is het makkelijker om het eigenbelang te laten prevaleren. Of onbeschoft te zijn. Dan heb ik het hier nog niet eens over de beledigingen en bedreigingen op sociale media.

Ik besloot mijn petekind eens te vragen wat hij ziet van die nieuwe, sociale en delende mens. Net als ik heeft hij politicologie gestudeerd. Ik politieke theorie, hij internationale betrekkingen. Vorig jaar studeerde hij af en nu werkt hij bij het miniserie van Buitenlandse Zaken.

‘Via sociale media onderhouden jongeren veel contacten,’ zei hij. ‘Daardoor is er volgens mij een grotere acceptatie van anders zijn. Het maakt veel jongeren niet uit of iemand homo is of uit een andere cultuur komt. Maar wat dat delen en samen gebruiken betreft, merk ik niet zoveel verschil tussen mijn leeftijdgenoten en ouderen.’ Zelf heeft hij het zo druk met zijn baan, overwerken en lange reistijden, dat hij niet aan sociaal doe-het-zelven toekomt.

 

Elke generatie denkt dat zij de wereld fundamenteel kan veranderen. De babyboomers dachten dat in de jaren zestig. De strijders voor de seksuele revolutie waren er van overtuigd dat ze iedereen seksueel hadden bevrijd. Pas tijdens de tweede feministische golf realiseerden veel Nederlanders zich dat die bevrijding vooral voor mannen opging. De jaren tachtig waren het decennium van massale sociale bewegingen. Honderdduizenden Nederlanders protesteerden tegen atoombommen. De vredesbeweging, de anti-kernenergiebeweging en de kraakbeweging waren groot en de verwachtingen van wat zij zouden bereiken waren hoog gespannen. Ondanks die massaliteit kwamen die verwachtingen slechts gedeeltelijk uit.

Hoe massaal is de beweging van het nieuwe delen en het sociaal doe-het-zelven? In 2014 constateerde RMO in haar advies “Leren innoveren in het sociaal domein” een ‘beweging in de richting van samenredzaamheid’. Maar die beweging zou een onderstroom blijven als gemeenten en maatschappelijke organisaties niets zouden doen om die beweging flink te stimuleren. Leden van Verdiwel slagen erin om in de transformatie samenredzaamheid in de wijken te versterken. Om hoeveel mensen gaat dat precies? Genoeg om te spreken van een wezenlijk andere samenleving?   Hoe betrekken we de zich tekortgedaan voelende aanhang van de PVV daarbij? Het advies van onze Koninklijke Volksschrijver Gerard Reve zou zijn: Moedig voorwaarts!

 

Kees Neefjes, beleidssecretaris Verdiwel