Inloggen
home > boekbesprekingen > material matters

Material Matters

april 2017

 

We zitten gevangen in een lineaire economie die plaats moet maken voor een circulaire economie.

Waar Martijn Aslander en Erwin Witteveen in “Nooit af” dankzij nieuwe technologie een nieuwe economie van overvloed ontwaren, leggen Thomas Rau en Sabine Oberhuber in “Material matters” de nadruk op verspilling, milieuvervuiling en het opraken van grondstoffen. Maar uiteindelijk zijn ook zij optimistisch: zij zien wel degelijk mogelijkheden voor een toekomstbestendige wereld, waarin de omslag gemaakt is van een roofbouwmaatschappij naar een oogstmaatschappij, ofwel van het ‘verbruiken’ naar ‘gebruiken’ van materialen.

 

Architect Thomas Rau ontwerpt gebouwen die energie produceren in plaats van gebruiken en realiseerde het eerste ‘circulaire’ gebouw van Europa. Sabine Oberhuber is bedrijfseconoom. Zij ontullen dat in de brandweerkazerne van het Amerikaanse stadje Livermore al sinds 1901 dezelfde gloeilamp brandt. Een unicum. De meeste producten gaan al na een paar jaar kapot. Op die manier voorkomen producenten dat hun markt te snel verzadigd raakt, betogen Rau en Oberhuber. Daarom richtte een aantal belangrijke gloeilampfabrikanten in 1924 een geheim kartel op, waarin werd besloten dat gloeilampen niet langer mee mochten gaan dan duizend uur. Producenten die deze norm overtraden, betaalden hoge boetes.  In onze economie is het normaal geworden dat producten niet te lang meegaan. ‘Ook auto’s worden zo gebouwd dat na en van tevoren vastgesteld aantal kilometers de uitlaat, de versnellingsbak en de motor aan vervanging toe zijn.’

Voor andere producten – zoals smartphones en spelcomputers – geldt dat kleine innovaties elkaar opvolgen zodat consumenten na korte tijd een nieuwe variant kopen. Of moeten kopen, omdat nieuwe programma’s niet werken op oudere toestellen. Daar komt nog bij dat we niet alleen spullen kopen die we nodig hebben, maar ook om onze identiteit vorm te geven.  We willen bij de tijd blijven en zijn gevoelig voor modes en trends. Producten gaan steeds korter mee. In 1987 had een pc een gemiddelde levensduur van 10,7 jaar. In 2010 was deze nog maar 3,5 jaar. Zo zijn we terecht gekomen in ‘een wegwerpcultuur die roofbouw pleegt op de enige leefomgeving die we hebben’ en die resulteert in gigantische hoeveelheden afval en verspilling. Een wat de auteurs noemen lineair economisch systeem: ‘We delven grondstoffen, maken daar goederen van, en die goederen worden gebruikt, verbruikt en vervolgens weggegooid’.  In deze ‘take, make en waste-economie’ nemen producenten geen verantwoordelijkheid voor de leefomgeving, maar gebruiken die als speelveld. ‘De kosten zijn geoutsourced en komen terecht bij de consument, vervolgens bij het milieu en via die weg weer bij de samenleving: in de vorm van verregaande vervuiling en klimaatverandering’. In hun visie ligt de macht bij producenten en de verantwoordelijkheid bij de samenleving. Afvalscheiding biedt weinig soelaas. Rau en Oberhuber pleiten voor een circulaire economie, waarin de mogelijkheid tot handelen en verantwoordelijkheid herenigd zijn. In die circulaire economie wordt de wereld als een gesloten systeem beschouwd, waarin het leven van de mens en de menselijke behoefte als tijdelijk worden gezien, maar de consequenties van menselijk handelen als permanent gelden. In deze nieuwe economie koopt de consument geen product, maar neemt hij een prestatie af. Producten worden zodanig in elkaar gezet, dat ze een grondstoffendepot hebben. Op die manier kunnen gebruikte grondstoffen makkelijker opnieuw worden benut voor nieuwe producten die aansluiten bij nieuwe behoeften. ‘Een van de stappen om onze roofbouwmaatschappij om te zetten in een oogstmaatschappij waarin nooit meer iets verloren gaat.’

 

In deze oogstmaatschappij gebruiken we producten zonder daar eigenaar van te worden.  MyWheels, SnappCar en Airbnb laten zien dat er al een verschuiving gaande is van de verkoop van producten naar het leveren van diensten.  Maar dat gaat de auteurs nog lang niet ver genoeg, omdat die het huidige economische model in feite optimaliseren. In hun ‘Turntoo-model’ blijft de producent eigenaar van het product en daarmee ook van de materialen die in dat product verwerkt zijn. Daardoor blijven macht en verantwoordelijkheid in één hand: die van de producent. Dit systeem zet de traditionele verdien modellen op zijn kop. De auteurs noemen concrete voorbeelden. Zo ontwierp Philips speciaal voor Schiphol een lamp die 130.000 uur meegaat: de duur van het contract. Daarnaast pleiten de auteurs voor de invoering van een Materialen Paspoort, zodat materialen nooit anoniem worden en beschikbaar voor (her)gebruik blijven. Zoals boeken in een bibliotheek. Het eerste gebouw ter wereld met een identiteitsbewijs voor alle gebruikte materialen is het gemeentehuis van Brummen. Het gebouw is zodanig ontworpen, dat alle materialen na ontmanteling van het gebouw makkelijk opnieuw kunnen worden gebruikt. Op 10 december 2018 zullen Rau en Oberhuber hun Universal Declaration of Material Rights presenteren.

 

“Material matters; het alternatief voor onze roofbouwmaatschappij” van Thomas Rau en Sabine Oberhuber is een uitgave van Bertram + de Leeuw Uitgevers. Prijs: € 19,95