Inloggen
home > in de schijnwerpers > in de schijnwerpers: karen de groot

In de schijnwerpers: Karen de Groot

juli 2017

 

Karen de Groot, directeur van Welzijn Woerden, is één van de leden van Verdiwel die de overstap van zorg naar sociaal werk maakten: ‘Sociaal werkers gaan aan de gang met het gegeven dat er moeilijkheden zijn en spreken mensen aan op wat ze nog wél kunnen.’ In de gezondheidszorg was zij bezig met de ontwikkeling van “Welzijn op recept” en inmiddels is deze aanpak geïmplementeerd door Welzijn Woerden en drie huisartsenpraktijken. Karen is trots op  “Sportsterren” en “Stapje fitter”, aanpakken die in Woerden ontwikkeld zijn en waarmee men in andere gemeenten aan de slag gaat. Welzijn Woerden, Stadsteam Oudewater en Movactor in Nieuwegein zijn drie stichtingen, die samen één raad van bestuur en één raad van toezicht hebben.

 

De gemeente Woerden telt bijna 52.000 inwoners. Hoe typeer jij jullie werkgebied?

‘De gemeente bestaat uit de stad Woerden en de dorpen Harmelen, Kamerik en Zegveld. Typerend vind ik de bijzondere combinatie van ondernemerschap en christelijke betrokkenheid, waardoor men veel voor elkaar over heeft, maar ook een bepaalde eigenwijsheid heeft.  Woerden staat bekend als de meest gemiddelde gemeente van Nederland. Maar uit onderzoek van de gemeente blijkt er wel degelijk bovengemiddelde scores zijn. Zo is de maatschappelijke betrokkenheid hier hoger dan het regionale gemiddelde, en de werkloosheid lager. Eenzaamheidsproblematiek scoort lager dan gemiddeld.’

 

Sinds wanneer ben je directeur van Woerden Welzijn?

‘Sinds 2015. Daarvoor heb ik bijna dertig jaar in de eerstelijns gezondheidszorg gewerkt. Eerst als fysiotherapeut. Later gaf ik leiding aan een adviesbureau op het terrein van bedrijfsgezondheidszorg. Vanaf 2005 was ik projectleider gezondheidscentra in Nieuwegein. In al die functies ging het om samenwerking tussen verschillende disciplines op het snijvlak van publieke gezondheidszorg en eerstelijns gezondheidszorg. Met name om de samenwerking tussen welzijn en huisartsen en beweegaanbieders, “Welzijn op recept” en “ Bewegen op recept” . Steeds meer richting preventie.’

 

Je bent niet het enige lid van Verdiwel dat de overstap maakte van zorg naar welzijn. Hoe kijk je vanuit je gezondheidszorgachtergrond naar het sociaal werk?

‘In de eerstelijns gezondheidszorg stel je vast wat mensen niet kunnen en kijk je hoe je dat probleem kunt oplossen. Het mooiste van sociaal werk vind ik dat we daarin kijken naar wat mensen wel kunnen. Sociaal werkers gaan aan de gang met het gegeven dat er moeilijkheden zijn en spreken mensen aan op wat ze nog wél kunnen. Dat is een vaardigheid die professionals uit de eerste lijn wel zien, maar niet echt beheersen. Daar zijn ze ook niet in getraind of voor opgeleid.’

 

Op 30 augustus vorig jaar is de intentieverklaring voor “Welzijn op Recept” getekend door Welzijn Woerden, huisartsenpraktijk Woerden Oost en Medisch Centrum Iepenhof. Hoe is nu stand van zaken?

‘De samenwerking was summier, maar het afgelopen jaar is die samenwerking echt op gang gekomen. Praktijkondersteuners en welzijnsconsulenten gingen met elkaar in gesprek rond casuïstiek, maakten samenwerkingsafspraken en dit laatste half jaar hebben de huisartsen 35 mensen doorverwezen naar het sociaal werk. Dat aantal hadden we tevoren ingeschat op 20. Voor huisartsen, die enorm overbelast zijn door de ouderenzorg, betekent dit een meerwaarde. Eenzaamheid en lichte psychosociale problematiek kun je niet medisch oplossen. Wij kunnen daar wel iets aan doen. Dankzij de inzet van sociaal werk kunnen mensen langer zelfstandig thuis wonen. De aanpak komt er in feite op neer dat de welzijnsconsulent met de klant in gesprek gaat over de vraag wat hij of zij als steuntje in de rug nodig heeft om mee te kunnen doen. Deelnemen aan een eetclub kan een oplossing zijn, maar ook als vrijwilliger aan de slag gaan. Of een maatje. Omdat de pilot succesvol bleek, heeft inmiddels een derde huisartsenpraktijk zich aangesloten en een vierde verwijst al informeel naar het sociaal werk.’

 

De Toneelgroep van Welzijn Woerden is er voor mensen met een licht verstandelijke beperking. Bereiken jullie deze doelgroep goed?

‘Dat denk ik wel. De deelnemers worden door vrijwilligers begeleid en maken met elkaar een eigen voorstelling. Zo is er ook een kookgroep die door vrijwilligers wordt gerund. En een uitgaansgroep voor mensen met een LVB-achtergrond. De grootste uitdaging ligt er voor de samenwerking tussen voorliggende voorzieningen en de zorgorganisaties. Die samenwerking wordt nu verkend en krijgt vorm, maar er zijn nog wel wat hobbels te overwinnen. Het is zoeken naar een goede balans van vrijwillige en professionele inzet.’

 

Welzijn Woerden heeft een integrale aanpak ontwikkeld om jeugdigen optimale ontwikkelingskansen te bieden. Wat houdt die aanpak in?

‘We werken daarin samen met onder meer het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs, met de kinderopvang, het CJG, het Wmo-team, sportverenigingen en het Beweegteam. In dat Beweegteam werken combinatiefunctionarissen en buurtsportcoaches samen. Met deze aanpak stimuleren we een gezonde leefstijl en mentale weerbaarheid van jeugdigen. In deze aanpak zijn twee interventies ontwikkeld waarvoor ook buiten Woerden belangstelling is, namelijk “Sportsterren” en “Stapje fitter”. Bij Sportsterren gaat het om meer bewegen op schoolpleinen. En bij “Stapje fitter” worden mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt gestimuleerd een gezondere leefstijl aan te nemen en ze maken kennis met vrijwilligerswerk’.

Jullie faciliteren nog maatschappelijke stages voor scholieren. Die waren toch afgeschaft?

‘Zowel de middelbare scholen als de gemeente hebben zich hard gemaakt voor maatschappelijke stages. Leerlingen vinden het leuk. Zeker een op de tien blijft bij de betreffende organisatie als vrijwilliger werken.’

 

Hoe staat de transformatie van het sociale domein er in Woerden voor?

‘In Woerden zijn geen sociaal wijkteams opgezet, maar wij kennen  WoerdenWijzer, die bij de gemeente is ondergebracht. WoerdenWijzer is de toegang naar de zorg en zij voeren keukentafelgesprekken. Welzijn Woerden is echt een voorliggende voorziening. De afgelopen twee jaar is de transitie ingericht. Nu alles loopt is er ruimte voor innovaties in de samenwerking. Er ontstaan enorm veel nieuwe projecten. Maar de transformatie is nog niet voltooid. Inclusie voor de ggz-doelgroep is een absoluut aandachtspunt. De gemeente heeft besloten met ingang van 2018 meer geld naar voorliggende voorzieningen door te schuiven. De samenwerking tussen gemeente en organisaties is goed, er is een positieve sfeer. Maar de belangrijkste hobbels komen ook al duidelijk in beeld. Door hun werk hebben mensen minder tijd voor mantelzorg en vrijwilligerswerk terwijl je veel vrijwilligers nodig hebt om de transformatie te laten slagen.’

 

Wat is jouw ambitie als directeur van Welzijn Woerden voor de komende twee jaar?

‘Ik hoop dat we weer naar een langere termijn aanpak kunnen. Mijn grootste ambitie is om met Welzijn Woerden bij te dragen aan de substitutie van maatwerk door voorliggende voorzieningen in het domein van de Wmo, met verbindingen met de Participatiewet. Met een diversiteit aan dienstverlening vanuit onze multifunctionele accommodaties in de buurten en dorpen.  Daarvoor moet je afspraken voor een langere termijn maken. Die gesprekken voeren we nu met de gemeente. Substitutie van maatwerk  is daarbij een grote doelstelling.’