Inloggen
home > over verdiwel > collega in de schijnwerpers: miriam van der smissen

Collega in de schijnwerpers: Miriam van der Smissen

december 2016

 

ONS welzijn is de naam van de nieuwe welzijnsorganisatie die voortkwam uit een fusie tussen Aanzet, RIGOM, Vivaan en een deel van MEE Noordoost Brabant. ‘We horen veel positieve reacties op die naam,’ zegt bestuurder Miriam van der Smissen. ‘In Brabant zeggen wij “ons moeder” en “ons vader”. “Ons” betekent ook niet alleen van jou of alleen van mij. Dat “ons” duidt op verbinding.’  Die verbinding ziet Miriam ook tussen de professionals  die voorheen in aparte organisaties werkten. ‘Zij voelen zich meer met elkaar verbonden nu ze in één organisatie werken. We zijn nu echt collega’s en handelen daarnaar. Dat komt ten goede aan de klant. Dat zie ik al gebeuren in de Sociaal teams en de Basisteams voor Jeugd en Gezin.’

 

ONS welzijn heeft een brede welzijnsopdracht in de gemeenten Bernheze, Boekel, Landerd, Oss, Uden en Veghel, die samen ruim 226.000 inwoners hebben. Daarnaast voert de organisatie diensten uit in Nuland, Vinkel, Grave en Sint Oedenrode.

Er werken meer dan 300 mensen bij ONS welzijn. De organisatie heeft een duidelijke missie. Op de website lezen we: ‘We maken groei en ontwikkeling van de mens en de maatschappij mogelijk door samen met burgers, netwerkpartners en beleidsmakers te bouwen aan een samenleving waarin iedereen van waarde is, iedereen mee mag en mee kan doen en jeugd veilig kan opgroeien.’ Kernwaarden van de organisatie zijn autonomie, uitgaan van talenten en nabijheid. ‘Wij zijn er voor mensen van alle leeftijden met een vraag op het gebied van meedoen, opvoeden en opgroeien, wonen, financiën en zorg. Ook zijn we er voor mensen die hun talent willen ontdekken, ontwikkelen en inzetten voor hun omgeving.’

 

Sinds 1 maart ben je bestuurder van ONS welzijn. Wat heb je voor die tijd gedaan?

‘Twaalf jaar heb ik in het onderwijs gewerkt, waarvan zeven jaar als bestuurder van achttien basisscholen. Daarvoor was ik marketing manager bij een bierbrouwerij. Ik stapte over naar het onderwijs, omdat ik meer maatschappelijke betrokkenheid wilde in mijn werk. In een ver verleden had ik al een onderwijsbevoegdheid gehaald. Bij kinderen en ouders zie je veel kwetsbaarheid en daar maak ik me zorgen over. De overstap naar welzijn beschouw ik als een verbreding van mijn maatschappelijke betrokkenheid. ONS welzijn is een nieuwe club met bevlogen en betrokken mensen.’

 

Welke resultaten levert de fusie nu al op en wat kan er nog beter?

‘Een belangrijk resultaat is dat we ons werk nu echt vanuit een brede welzijnsopdracht kunnen doen. We verbinden in onze organisatie individuele ondersteuning met collectieve oplossingen. Dit is mede mogelijk door de vele vrijwilligers die met ons samenwerken. Klanten ervaren hier de voordelen van. En dit geldt ook voor medewerkers in het primair proces. De lijnen zijn kort, ze weten elkaar te vinden. Vorige week was ik bij een ouderenoverleg en daar werd gezegd dat onze professionals niet meer met interne zaken bezig zijn, maar er voor hen zijn. Amper een jaar na de fusie vind ik dat heel mooi. We hebben daar flinke stappen in gezet. Waar we nog aan werken is de harmonisatie van cliëntvolgsystemen. Daar komt heel wat bij kijken. Je moet vaststellen wat je precies wilt weten, in samenspraak met gemeenten. Het gaat tenslotte vooral om de kwaliteit van oplossingen en de duurzame effecten ervan. Dit betekent iets voor de manier waarop we registreren en ons verantwoorden.’

 

Noordoost Brabant is jullie werkgebied. Hoe typeer je deze regio?

‘Als een echt arbeidersgebied, een agrifood-gebied. Er is veel midden- en kleinbedrijf. Maar er zijn ook grote bedrijven, zoals Unilever. De regio vergrijst meer dan andere delen van het land, omdat er minder kinderen worden geboren. Daardoor neemt op de totale bevolking het aandeel ouderen toe. Zowel kwetsbare ouderen als het potentieel aan ouderen die zich als vrijwilligers willen inzetten. We zien ook dat de ondersteuning complexer wordt, met name bij mensen met een ggz-achtergrond die zelfstandig in de wijken wonen. Armoede en eenzaamheid zijn ook hier prominente thema’s.’

 

Hoe verloopt bij jullie de transformatie?

‘We werken steeds beter samen vanuit de vraag van de klant, vanuit de overtuiging dat de klant niet alleen eigenaar is van zijn of haar vraag, maar ook van de oplossing. Dit doen we dichtbij mensen. In de zes gemeenten waarin wij onze brede welzijnsopdracht uitvoeren, zijn Sociaal teams in de dorpen en wijken actief. Daarin werken professionals van onze organisatie samen met Wmo-consulenten van de gemeenten en wijkverpleegkundigen. In al die gemeenten is de samenstelling van de Sociaal teams hetzelfde.  Daarnaast zijn er Basisteams  Jeugd en Gezin, voor jeugdigen van 0 tot 23 jaar. Op maat wordt afgestemd met Wmo. In deze teams werken professionals van ONS welzijn en de GGD.  De Sociaal teams en de Basisteams Jeugd en Gezin vinden steeds meer aansluiting bij elkaar. Een belangrijk thema is dat we meer willen werken vanuit het idee van één plan voor één gezin. We zoeken manieren om Sociaal Teams en Basisteams nog beter met elkaar samen te laten werken of met elkaar te laten versmelten.’

 

Is er een mooie dienst van ONS welzijn waar je trots op bent?

‘Waar ik echt trots op ben, is dat we een brede welzijnsorganisatie zijn met maatschappelijk werk, (ouderen)welzijnswerk, opbouwwerk en ondersteuning voor mensen met een beperking. Uitgaan van talenten vormt één van de kernwaarden in ons dagelijks werk. Bijzondere plekken in Oss en sinds kort ook in Bernheze zijn de Talentcentra. Mensen kunnen er heen met hun vragen en met hun talenten. Het lukt daar heel goed om ook mensen met een schijnbaar uitzichtloze positie – bijvoorbeeld door werkloosheid of een burnout – te laten ervaren wat hun talenten zijn en hoe ze deze kunnen inzetten. Zodat ze weer mee gaan doen in de samenleving. Dat is een van de mooie dingen van welzijn: je moet uitgaan van waar mensen goed in zijn.’

 

Wat is jouw ambitie als bestuurder voor 2017?

‘De transformatie een stap verder brengen. De samenwerking tussen onze professionals en onze partners is prima. We weten elkaar goed te vinden. Ik wil graag samen met partners en opdrachtgevers voor elkaar krijgen dat systemen niet leidend zijn, maar dat we met de klant vanuit inhoud en casuïstiek naar oplossingen zoeken. Als we namelijk nog meer vanuit de vraag van de klant kijken – en minder vanuit systemen – kunnen we met elkaar komen tot echt maatwerk, waarbij de klant de eigen regie houdt.’