Inloggen
home > in de schijnwerpers > collega in de schijnwerpers: veronique de kwant

Collega in de schijnwerpers: Veronique de Kwant

juni 2016

 

‘Wij hebben wijkcontactvrouwen opgeleid die cliëntondersteuning bieden aan vrouwen met een niet-westerse achtergrond. Zij verbinden de systeemwereld met de leefwereld.’ Aan het woord is Veronique de Kwant, directeur van Haarlem Effect. ‘Dat is mijn missie.  Relevante ondersteuning  bieden die goed aansluit op de vraag van de mensen uit de wijk. Goed aansluiten op de leefwereld. De wijkcontactvrouwen geven nieuwe Haarlemmers een steun in de rug om problemen aan te pakken. Dat levert zowel maatschappelijke als persoonlijke baten op.’

 

Haarlem Effect presenteert zich op haar website als een welzijnsorganisatie die nauw samenwerkt met andere organisaties en met buurtinitiatieven. ‘Jong en oud bieden we uitdagende vrijetijdsbesteding en een inspirerende plek om anderen te kunnen ontmoeten. Op die manier zorgen we voor een positieve geestkracht in de buurt.’ Op verschillende plekken in de wijken is Haarlem Effect actief: ‘in wijkcentra,  peuterspeelzalen, speeltuinen en jongerencentra, maar ook in de wijk en op locaties van samenwerkingspartners, zoals scholen en zorgcentra. Daarnaast stimuleren en ondersteunen wij initiatieven van buurtbewoners voor verbetering van hun woon- en leefomgeving. Met elkaar vormen wij een brede coalitie in het sociale domein.’

 

Hoe typeer je Haarlem als werkgebied?
‘Haarlem is een stad waarin maatschappelijke organisaties gewend zijn samen te werken. Er zijn twee welzijnsorganisaties: Stichting DOCK en Haarlem Effect. En een aparte organisatie voor maatschappelijke dienstverlening. Kenmerkend voor Haarlem is dat er in alle wijken betrokken Haarlemmers zijn die initiatieven nemen. Zo is er bijvoorbeeld een vrouw die activiteiten voor jongeren organiseert en daarvoor geld krijgt van een woningbouwcorporatie. Zo zijn er ook mensen die koffie-inlopen voor ouderen organiseren.  Een directeur van een thuiszorgorganisatie organiseert vanuit zijn maatschappelijke betrokkenheid gezamenlijke maaltijden in Schalkwijk. Wij proberen zoveel mogelijk verbindingen te leggen, voor maximale impact van zo’n initiatief, tussen de activiteiten van de organisaties en de bewonersinitiatieven.’

 

Voorheen had Haarlem wijkwelzijnsorganisaties. Hoe lang bestaat Haarlem Effect?
‘In de jaren tachtig zijn er voor alle wijken wijkwelzijnsorganisaties opgericht die opbouwwerk, peuterspeelzaalwerk en kinderwerk tot en met ouderenwerk uitvoerden. Wijkwelzijnsorganisatie Centrum-Zuid fuseerde met West en tien jaar geleden gingen die op in Haarlem Effect. Stichting DOCK voert het welzijnswerk uit in de rest van de stad: Noord, Schalkwijk en Oost. De gemeente dacht nog een tijd vanuit wijkgebonden budgetten. Maar omdat wij in het centrum werken, hebben we ook een stedelijk aanbod, met name voor het jongerenwerk. Nu ziet de gemeente Stichting DOCK en Haarlem Effect als twee belangrijke welzijnspartners die niet per se aan bepaalde wijken zijn gebonden.’

 

Wat deed je vóór je directeur van Haarlem Effect werd?
‘Ik ben lang werkzaam geweest voor SNV; Nederlandse Ontwikkelingsorganisatie in projecten in Zuid en Midden Amerika.  Terug in Nederland werkte ik als algemeen manager bij wijkwelzijnsorganisatie Haarlem Centrum-Zuid. Wij zaten toen in een samenwerkingsverband met een maatschappelijke onderneming die Ecosol heette.  Ecosol was een re-integratiebedrijf voor de meest kwetsbare mensen in de samenleving, zoals dak- en thuislozen, verslaafden en mensen met een lange afstand tot de arbeidsmarkt. We gingen er vanuit dat welzijn en re-integratie elkaar konden versterken. De gemeente was nog niet klaar voor een fusie van een commerciële met een gesubsidieerde organisatie. We gingen uit elkaar en zijn gefuseerd met wijkwelzijnsorganisatie Haarlem West.’

 

Hoeveel medewerkers en vrijwilligers hebben jullie?
‘Per 1 januari 2016 is Ecosol alsnog aangesloten bij Haarlem Effect in een stichtingsvorm genaamd Ecosol Effect.  Samen hebben we nu 95 medewerkers en ongeveer 220 vrijwilligers. Daarnaast werken we samen met veel burgerinitiatieven. Dat zijn ook vrijwilligers. We zijn blij met die relaties. Daardoor kunnen we nu allerlei projecten aanbieden op het gebied van arbeidsmarkt en dagbesteding. Met name voor mensen met een psychiatrische en/of verstandelijke beperking, soms ook met een verslaving;  zogenaamde dubbele diagnose. Zo kunnen we in de wijken maatwerk leveren voor álle Haarlemmers! Daar ben ik heel blij mee. En de gemeente nu ook!’

 

Termen als eigen kracht en buurtkracht horen we nu overal. Op jullie website staat dat jullie zorgen voor ‘positieve geestkracht’ in de buurt. Wat voor visie zit daarachter?
‘We geloven dat er positieve energie ontstaat als mensen weer naar elkaar omkijken, persoonlijk contact hebben. Daarbij gaan we ervan uit dat iedereen ertoe doet. Ook mensen met beperkingen hebben talenten en kunnen activiteiten organiseren voor een bredere doelgroep. Activiteiten waarbij vitale en kwetsbare mensen elkaar ontmoeten. Bijvoorbeeld stamtafels. Dan koken en eten mensen met een verstandelijke beperking, onder begeleiding van vrijwilligers. Een ander voorbeeld is een dagbestedingsproject voor mensen met een beperking die bloemen en biologische groenten kweken. Ze voeren hand- en spandiensten uit voor een aangrenzend schooltuincomplex en tegen een kleine vergoeding doen ze allerlei klussen voor buurtbewoners. Bovendien kunnen buurtbewoners er biologische groenten kopen.’

 

Hoe gaat het met de transformatie van het sociale domein in Haarlem?
‘Als welzijnsorganisaties hebben we de gemeente positief beïnvloed door in te zetten op een integrale aanpak voor mensen die zowel onder de Participatiewet vallen als door de sociaal wijkteams worden aangemeld. Vaak gaat dat over dezelfde gezinnen. Dat geldt ook voor de CJG-teams. Die bestaan uit CJG-coaches die verbonden zijn met vindplaatsen in de wijk, zoals scholen, sportverenigingen en de sociaal wijkteams. De CJG-teams bestaan naast de acht sociaal wijkteams. Gelukkig ziet de gemeente die overlap ook en gaat zij steeds meer inzetten op integraal beleid. Onze opbouwwerkers zitten in de wijkteams. Die kijken zowel naar materiële problematiek als naar activering en zij weten welke mogelijkheden er in de wijk allemaal zijn om actief aan mee te doen.  Partners zien duidelijk hun meerwaarde en vinden dat alle generalisten van de wijkteams meer oog moeten krijgen voor de omgeving van de klant. Voordeel voor ons is dat we nu makkelijker achter de voordeur komen. Daardoor kunnen we problemen die individueel lijken, nu makkelijker collectief oppakken. Bijvoorbeeld het voorkomen van schooluitval en het aanpakken van schuldenproblematiek van voormalige statushouders.’

 

Waar ben je trots op?
‘Op onze vasthoudendheid waarmee we vanuit het belang van burgers een inzet blijven doen, ook als dat niet per se in opdracht van de gemeente is.  In overleg met de bestuursleden van Haarlem Effect zorgen we dat er altijd ruimte is voor onze eigen innovaties.  Zo wilden wij dat ook de minst kansrijke mensen uit het bestand een kans krijgen om werkervaring op te doen.  Zij vielen buiten het gemeentelijk re-integratie beleid.  De aanleiding was de Social Return on Investment-eis van de gemeente: vijf procent van de loonsom besteden aan de inzet van mensen met een lange afstand tot de arbeidsmarkt. Hoewel we al aan die eis voldeden, konden we formatie vrijmaken en trekker worden van een samenwerkingsproject van Haarlemse organisaties: De Haarlemseketen.  Vanuit Intrinsieke motivatie én de SROI doelstelling zijn we in staat gebleken om vele mensen werkervaring op te laten doen. De gemeente heeft nu ook verklaard voor deze doelgroep te willen gaan. Ik ben er trots op dat we dit voor elkaar kregen.’