Inloggen
home > in de schijnwerpers > collega in de schijnwerpers: jasper ragetlie

Collega in de schijnwerpers: Jasper Ragetlie

mei 2016

 

De inzet van relatief dure individuele vormen van hulp kan in een jaar tijd behoorlijk worden gereduceerd. Dat toonde de LEVgroep met V-office aan tijdens een symposium van In-voor-zorg! De LEVnetwerkers zetten in op preventie, groepsactiviteiten en informele zorg. ‘We merken dat deelnemers aan groepsactiviteiten in een veilige omgeving elkaar gaan helpen,’ zegt directeur-bestuurder Jasper Ragetlie. ‘ Dat zoeken we juist! Het welzijnswerk heeft echt een andere positie dan andere zorgverleners, omdat we op het snijvlak van de nulde en de eerste lijn werken.’

 

‘LEV staat voor Leven en Verbinden en dat is precies wat wij doen. We verbinden mensen met elkaar in gezinnen, buurten, wijken en organisaties.’ Zo lezen we op de website van de LEVgroep. De vijf kernwaarden van de organisatie heten LEV Waarden. Dat zijn: autonomie, kracht en kwaliteiten van mensen staan centraal; waarderend en handelend vanuit vertrouwen; open communicatie, integer en verantwoordelijk; fouten maken mag; we zeggen wat we doen en doen wat we zeggen. De bakens van Welzijn Nieuwe Stijl zijn de basis van het dagelijks handelen van de sociaal werkers van de LEVgroep, evenals de principes van de Kanteling: van problematiseren naar normaliseren; van zorgen voor naar zorgen dat; vanuit wederkerigheid; vanuit veelzijdigheid.

 

Wat deed je voor je directeur-bestuurder van de LEVgroep was?
‘Ik heb bestuurskunde gestudeerd en in verschillende functies bij overheden gewerkt. Voor ik hier begon was ik wethouder van de gemeente Deurne. Mijn portefeuille omvatte het hele sociale domein en financiën.’

Wat viel je het meest op toen je in deze sector aan de slag ging?
‘Wat mij erg opviel was de creativiteit en de kracht om snel iets tot uitvoering te brengen. Bij gemeenten gaat dat over veel meer schijven.’

 

De LEVgroep werkt in negen gemeenten:  Helmond, Asten, Deurne, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel,Laarbeek, Nuenen, Someren, Son en Breugel. Hoe typeer je dit werkgebied?
‘Helmond is een stad met z’n 90.000 inwoners. Een voormalige metaal- en textielstad die op een aantal fronten lager scoort dan het landelijk gemiddelde. Het opleidingsniveau is hier wat lager, het gemiddeld inkomen ook en het werkloosheidspercentage is hoger. Dat zie je meer in dit type steden. De andere gemeenten zijn plattelandsgemeenten met een veel agrarische bedrijvigheid. In totaal heeft ons werkgebied ongeveer 250.000 inwoners. In sociaal opzicht is de gemeenschapszin kenmerkend voor Brabant. Men is bereid elkaar te helpen. Dat is prettig voor welzijnsorganisaties die met veel vrijwilligers werken.

 

Hoeveel medewerkers hebben jullie en hoeveel vrijwilligers?
‘Wij hebben zo’n 300 medewerkers, maar bijna niemand werkt fulltime. In totaal gaat het om ongeveer 200 fte. Daarnaast hebben we zo’n 1600 vrijwilligers. We hebben berekend dat die samen het werk van 100 fte aan professionals verricht. Om die vrijwilligers zit nog een schil van actieve burgers die zich voor anderen inzetten. Hoeveel dat er precies zijn weet ik niet.’

 

Zitten jullie in al die gemeenten in sociale wijkteams?
‘Ja, maar al die gemeenten hebben een eigen profiel als je naar de inzet van het welzijnswerk kijkt. In alle gemeenten zijn wijkteams of dorpsteams. De meeste medewerkers van de LEVgroep werken op locatie, in de wijk of in het dorp. Vanuit wijkteams of dorpsteams die multidisciplinair zijn samengesteld. In Helmond zitten maatschappelijk werkers, jongerenwerkers, opbouwwerkers en mensen van bijvoorbeeld de formulierenbrigade in de wijkteams. MEE zit in ons pand, zij sluiten waar nodig ook aan op de wijkteams. De teams fungeren zoveel mogelijk zelfsturend. Ze zijn dus echt aan de voorkant gepositioneerd en hebben ook de taak goede relaties te onderhouden met alle ketenpartners.’

 

LEV groep gold jarenlang als koploper van innovaties in het jongerenwerk. Jullie waren een van de eersten met maatjesprojecten voor risicojongeren, lieten voorbeeldjongeren voorlichting geven en hadden jongerenwerkers op de ROC’s. Hoe gaat het nu met het jongerenwerk van de LEVgroep?

‘Het maatjesproject heet nu Match Mentor en dat draait nog steeds goed. Gezonde relaties en omgang met idealen zijn nu een thema’s in het jongerenwerk.  Er is veel druk op jongeren, daarom proberen jongerenwerkers hun sociale weerbaarheid te versterken. In het kader van de transitie leveren wij niet-geïndiceerde vormen van jeugdhulp. Via opvoedondersteuners. Zij werken in het gezin of bijvoorbeeld op of rond scholen. Als het nodig is, geleiden zij jongeren door naar geïndiceerde vormen van jeugdhulp.’

 

De LEVgroep doet mee aan de Thematranche Welzijn van In voor zorg! Tijdens een bijeenkomst in januari toonde Jeanne Aerts met V-office aan dat preventief werken loont. De inzet van relatief dure individuele vormen van hulp kan in een jaar tijd behoorlijk worden gereduceerd. Zet die trend zich door?
‘Ja. Veel vormen van individuele hulp zijn om te zetten naar een collectief aanbod en informele zorg. In dat kader hebben we een nieuwe functie ontwikkeld: de LEVnetwerker. Die staat aan het hoofd van de sociaal wijkteams en kijkt naar de eigen kracht van mensen, de mogelijkheden in het sociale netwerk, het collectief aanbod, informele zorg. En als dat niet voldoende uitkomst biedt, naar professionele zorg. De LEVnetwerker schaalt af waar dat mogelijk is en schaalt op waar dat nodig is. We merken dat deelnemers aan groepsactiviteiten in een veilige omgeving elkaar gaan helpen. Dat zoeken we juist. V-office is een goed monitoringsysteem dat sommige van onze ketenpartners inmiddels ook gebruiken.’

 

Wat is een bijzondere dienst van de LEVgroep?
‘Zelf vind ik het bijzonder dat een aantal van onze vrijwilligers terminale zorg biedt. In de laatste levensfase staan zij mensen thuis bij met emotionele en praktische steun. Dat vind ik knap, want het is geen lichte taak. Zij krijgen waar nodig ondersteuning van een beroepskracht van de LEVgroep. Voor mij was dit een eye opener: voor veel taken zijn vrijwilligers te vinden, ook ingrijpende taken.’

 

Wat is jouw persoonlijke ambitie als directeur-bestuur van de LEV-groep?
‘Dat we de spilfunctie van het welzijnswerk goed neerzetten in de transformatie van het sociale domein. Het welzijnswerk heeft echt een andere positie dan andere zorgverleners, omdat we helemaal vooraan zitten. Op het snijvlak van de nulde en de eerste lijn. Die rol moeten we met verve vervullen. Gemeenten die investeren in de brede rol van het welzijnswerk zullen zien dat zij veel voordeel hebben van haar preventieve aanpak, al haar verbindingen in buurten, haar inzet van vrijwilligers, haar groepsaanpak en haar mogelijkheden om het sociaal netwerk van mensen te versterken.’