Inloggen
home > in de schijnwerpers > collega in de schijnwerpers: marja noordhoek

Collega in de schijnwerpers: Marja Noordhoek

maart 2016

 

Ze hebben elk hun eigen visie, aanpak en regels, de zeven Zeeuwse gemeenten waarin Stichting Maatschappelijk Werk en Welzijn Oosterschelderegio (SMWO) werkt. En al die gemeenten moesten bezuinigen toen Marja Noordhoek in 2013 als nieuwe directeur-bestuurder bij SMWO aantrad. ‘Ik vond dat wij ook onze verantwoordelijkheid moesten nemen,’ zegt Marja. ‘Wij hebben onze tarieven al jaren niet meer verhoogd, het middenmanagement eruit gehaald en zijn opgeschaald van 80 naar 125 medewerkers. Zo zijn we een sterke, gezonde organisatie geworden met voldoende massa om mensen in ons werkgebied goed te bedienen.’

 

SMWO levert diensten op het gebied van maatschappelijk werk en cliëntondersteuning in de gemeenten Goes , Borsele, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland en Tholen. Daarnaast voert SMWO in Goes en Schouwen-Duiveland tevens welzijnswerk en activiteiten rond sport en bewegen uit. Het hoofdkantoor staat in Goes. De visie van de organisatie staat op de website. Daarin lezen we dat SMWO een inclusieve samenleving nastreeft, waarin iedereen kan meedoen. ‘We gaan uit van het probleemoplossend vermogen van mensen en verbinden daarom de kwetsbare en krachtige burgers in wijken en dorpen. We zijn faciliterend, ondersteunend, verbindend en werken prikkelend om talenten aan te boren en sociale netwerken te bouwen. De combinatie van maatschappelijk werk en welzijn zorgt dat SMWO zowel individuele als collectieve ondersteuning kan bieden.’

 

Wanneer begon je als directeur-bestuurder bij SMWO en wat deed je voor die tijd?
‘Ik begon hier in 2013. Daarvoor was ik directeur van SportZeeland, een orgaan voor de uitvoering van het sportbeleid van de provincie Zeeland. Van huis uit ben ik jurist.’

 

Wat viel je op toen je vanuit de sportwereld naar een organisatie voor WMD ging?
‘Sport hoort bij welzijn en vóór ik directeur van Sport Zeeland was, werkte ik bij de provincie en de gemeenten Reimerswaal en Tholen en had ik al te maken met allerlei thema’s op het gebied van onderwijs, opbouwwerk, vrijwilligerswerk, dak- en thuislozenzorg. Ik was dus al vertrouwd met het welzijnswerk. Het maatschappelijk werk was nieuw voor mij. Opvallend vond ik dat in het maatschappelijk werk een enorme betrokkenheid bij klanten en collega’s onderling is. Anderzijds is het tempo van ontwikkelingen in de sport veel hoger dan in deze sector. Ik heb geleerd om veranderingen meer tijd te geven.’

 

SMWO  werkt in zeven gemeenten. Hoe typeer je jullie werkgebied?
‘Als heel divers. Goes en Zierikzee zijn steden, maar we werken ook in kernen en dorpen met hechte gemeenschappen. Alle zeven gemeenten hebben hun eigen visie, hun eigen manier van werken met gebiedsteams, hun eigen regels. Als SMWO moeten we goed aansluiten bij wat er in die dorpen en in de wijken van de beide steden gebeurt, dan kun je slagvaardig zijn.’

 

Jullie kernwaarden zijn ‘voor iedereen’, ‘betrokken’ en ‘samenwerking’. Werken jullie professionals bewust vanuit deze kernwaarden?
‘Toen ik hier kwam werken, was de organisatie intern gericht. We zijn gaan werken aan een grotere zichtbaarheid naar buiten, aan onze relaties met opdrachtgevers. Met alle medewerkers gingen we in discussie over de vraag: Wie zijn wij? Zo hebben we van onderop en in gesprekken met stakeholders onze kernwaarden uitgekristalliseerd. Ze vormen een rode draad in ons meerjarenplan en bieden houvast voor onze koers.  Momenteel zijn we ze verder aan het specificeren In een merkkompas. Zo hebben we “betrokken” inmiddels vervangen door “toegewijd”. Twee jaar geleden zagen we organisaties om ons heen verdwijnen of halveren. Wij zijn gegroeid van 80 naar 125 medewerkers, onder meer door de komst van SportZeeland, de overname van het welzijnswerk op Schouwen-Duiveland en de overname van MEE Oosterschelderegio.’

 

Een van jullie ambities luidt: continuïteit van zorg in een duurzame organisatie. Wat houdt dit in?
‘Toen ik hier kwam werken, stonden we er financieel gezien lastig voor. Alle gemeenten moesten bezuinigen en ik vond dat wij daar ook een verantwoordelijkheid hadden. Wij hebben onze tarieven al jaren niet meer verhoogd, het middenmanagement eruit gehaald en zijn opgeschaald van 80 naar 125 medewerkers. Zo zijn we een sterke, gezonde organisatie geworden met voldoende massa om mensen in ons werkgebied goed te bedienen. Bovendien kunnen we dan flexibel en inzetten op solidariteit tussen gemeenten. Als er bijvoorbeeld een wachtlijst in een gemeente is, kunnen we schuiven. Die kostprijs kunnen we laag houden, door flink te investeren in het werven en opzetten van projecten. Dat zijn bijna allemaal innovaties op het snijvlak van zorg en welzijn, bijvoorbeeld participatieprojecten of gezondheidsprojecten voor mensen met een ggz-achtergrond. Maar ook bedrijfsmaatschappelijk werk en onderzoek voor andere organisaties horen bij deze projecten.’

 

Jullie hebben welzijnswerk, maatschappelijke dienstverlening en cliëntondersteuning in één organisatie. Versterken deze werksoorten elkaar?

‘Welzijn en maatschappelijk werk hebben we al tien jaar in de organisatie De samenwerking is goed, welzijnswerkers en maatschappelijk werkers werken samen in geïntegreerde teams en we zien steeds meer verbanden ontstaan. Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van signalen uit het welzijnswerk en doorgeschakeld naar individuele hulp door het maatschappelijk werk en cliëntondersteuners. Zo kunnen we steeds preventiever werken. De klantprocessen van cliëntondersteuning en maatschappelijk werk hebben we helemaal doorgelopen en op elkaar afgestemd.’

 

Wat is de stand van zaken van de transformatie?
‘Er zijn grote verschillen tussen onze zeven gemeenten. Er zijn er die het voorveld over laten aan de professionals van zorg en welzijn. Er zijn er ook die de toegang tot de tweede lijn tot in detail regelen. Er is een beweging gaande naar de voorkant, gemeenten geloven in eigen kracht en preventie. Maar de financiering zit grotendeels vast in de zorg en jeugdzorg in de tweede lijn. Alleen voor experimenten gaat er geld naar de voorkant, niet structureel. Zelf zijn we volop bezig met preventief werken, bijvoorbeeld door in het maatschappelijk werk en cliëntondersteuning gebruik te maken van netwerkberaden. We doen veel aan informele zorg. Daarvoor hebben we 350 vrijwilligers. We zien dat vrijwilligerswerk opschuift naar zwaardere ondersteuning. Zo hebben we gezinsmaatjes, getrainde vrijwilligers die gezinnen met problemen helpen. Maar ook nieuwe vormen van kortdurende interventies in gezinnen door professionals. Samen met de woningcorporatie hebben we een buurtcirkel opgezet voor mensen met een beperking en/of ggz-achtergrond die elkaar ondersteunen.’

 

Waar ben je trots op?
‘Op de bevlogenheid van onze medewerkers. Dat zij het aandurfden om meer naar buiten te treden, een nieuwe koers te bepalen en innovaties te realiseren. En ik ben er trots op dat we sterker uit dat proces gekomen zijn. Ook de mensen op de werkvoer zijn trots. We werken met open vizier, vanuit onze kernwaarden en staan er goed voor.’