Inloggen
home > in de schijnwerpers > collega in de schijnwerpers: annelies möhlmann

Collega in de schijnwerpers: Annelies Möhlmann

januari 2016

 

Maatschappelijk werkers en opbouwwerkers van Maatschappelijk Welzijn in Coevorden werken goed samen. Met elkaar en met partners in de sociale teams.  ‘Onze organisatie is klein en zo plat als een dubbeltje, waardoor iedereen zich verantwoordelijk voelt,’ zegt directeur-bestuurder Annelies Möhlmann. ‘Als kleine organisatie kun je heel daadkrachtig zijn.’ Zij is trots op Het Relatiehuis, waar mensen terecht kunnen met relatieproblemen, opvoedproblemen en hun scheiding zodanig kunnen regelen dat kinderen daarvan niet de dupe worden.

 

‘Maatschappelijk Welzijn Coevorden zet inwoners van de gemeente Coevorden in hun kracht en motiveert ze om mee te doen,’ lezen we op de website van deze organisatie. ‘De professionals zijn de ogen en de oren in de buurt, zij weten wat er leeft en wat aandacht nodig heeft. Opbouwwerkers ondersteunen en stimuleren .bewoners waar nodig. Maatschappelijk werkers helpen bij het oplossen van problemen. Samen zijn ze de kracht van Maatschappelijk Welzijn Coevorden.’

 

Hoe lang ben je directeur-bestuurder van Maatschappelijk Welzijn Coevorden en wat deed je voor die tijd?
‘Acht jaar ben ik hier nu directeur-bestuurder. Voor die tijd zat ik in het management van het CMO Groningen. Ook acht jaar. En ik ben begonnen als jongerenwerker.’

 

Hoe typeer je de gemeente Coevorden als werkgebied?
‘De gemeente is een uitgestrekt gebied dat bestaat uit de historisch interessante vestingstad Coevorden en 28 kleine en grote dorpen met in totaal 36.000 inwoners. Daarvan wonen er ongeveer 14.000 in de stad. Er is veel saamhorigheidsgevoel, men is trots op zijn dorp of stad en als het erop aankomt is men zeker bereid om iets voor elkaar te doen.’

 

Leeft naoberschap vooral in de dorpen of ook nog in de stad?
‘In de dorpen en in de stad. Men helpt elkaar, ook met zorgtaken. Maar fysieke verzorging, dat is een ander verhaal. Wij kijken altijd eerst wat meneer of mevrouw zelf kan, vervolgens kijken we samen met hem of haar wat de sociale omgeving kan betekenen.  Als dat niet lukt kijken we wat vrijwilligers kunnen doen. Pas als het aan de voorkant niet lukt, gaan wij iets aan de achterkant doen.’

 

Proberen jullie dat naoberschap op te rekken nu steeds meer van burgers wordt verwacht?
‘De afgelopen tien jaar hebben we gemerkt dat mensen vanuit hun ervaringsdeskundigheid en uit het oogpunt van medemenselijkheid meer voor anderen doen. Dan kan het gaan om elkaar vervoeren naar het ziekenhuis, klusjes in en om het huis en dergelijke. Een oogje in het zeil houden. De grens ligt bij verpleegkundige handelingen. Die verricht je als burger niet.’

 

Jullie professionals zijn maatschappelijk werkers en opbouwwerkers. Hoe versterken die elkaar?
‘Vorig jaar zijn maatschappelijke dienstverlening en de welzijnsorganisatie hier gefuseerd en ontstond een  nieuwe organisatie: Maatschappelijk Welzijn Coevorden. Daardoor zijn maatschappelijk werkers en opbouwwerkers geen concullega’s meer, maar echte collega’s die elkaar goed kennen en goed samenwerken aan de voorkant. Zij werken aanvullend op elkaar en kunnen taken verdelen. De maatschappelijk werker kan helpen met het oplossen van problemen, terwijl de opbouwwerker er bijvoorbeeld voor kan zorgen dat de klant aan activiteiten gaat deelnemen of zorgt dat hij met een vrijwilliger zijn financiën op orde krijgt. Door de samenwerking van maatschappelijk werkers, opbouwwerkers en vrijwilligers kun je  op tijd opschalen of afschalen.’

 

Hoe is bij jullie de stand van zaken in de transformatie?
‘Dat gaat goed in Coevorden. Dit is een kleine gemeente, de organisaties kennen en kenden elkaar al lang. Er is respect voor elkaars deskundigheid. Daarom kunnen  we daadkrachtig zijn. Wij hebben acht sociale teams waarin onze opbouwwerkers en maatschappelijk werkers samenwerken met consulenten van de gemeente die gespecialiseerd zijn in Wmo, jeugdhulp, werk en inkomen en schuldhulpverlening. Ook de coördinator is in dienst van de gemeente. De teams werken vanuit het principe één huishouden, één plan, één regisseur en draaien nu een jaar.  Iedereen kent elkaar en weet elkaar te vinden. Onder het motto: “Niet teveel praten over werk, maar áán het werk” komen teams alleen bij elkaar als het nodig is. In de tweede schil zitten zorgorganisaties en de ggz. Ook hier zijn de lijnen kort – net als met politie, scholen et cetera – en lukt het om tijdig op te schalen en af te schalen.’

 

Op welke dienst van je organisatie ben je trots?
‘Op Het Relatiehuis. Aanleiding voor het opzetten van Het Relatiehuis was dat er ernstige vechtscheidingen waren. Met een aantal partners hebben we Het Relatiehuis ontwikkeld. Mensen die relatieproblemen hebben waarvan kinderen de dupe kunnen worden, evenals mensen die van plan zijn te gaan scheiden, kunnen daar terecht.  Ouders en kinderen kunnen  er heen voor gesprekken, therapie, opvoedproblemen. Maar dus ook om de scheiding te regelen: er is een advocaat aan Het Relatiehuis verbonden. Onze inbreng is het maatschappelijk werk. We verzorgen er ook weerbaarheidstrainingen voor kinderen. Ons uitgangspunt is dat relaties in harmonie voorgezet of verbroken worden, en dat kinderen nooit de dupe mogen zijn van relatieproblemen of de scheiding van hun ouders. Ik ben niet alleen trots op Het Relatiehuis, maar ook op onze organisatie als geheel.  Met 25 medewerkers is onze organisatie klein en ik ben als directeur-bestuurder de enige die een managementfunctie heeft. Onze organisatie is zo plat als een dubbeltje, waardoor iedereen zich verantwoordelijk voelt voor zijn of haar werk. Ik ben trots op onze kleine, daadkrachtige organisatie.’

 

Wat kan nog beter?
‘De deskundigheidsbevordering, daar doen we te weinig aan. Dat is dan toch een nadeel van de kleine organisatie. Daarom zoeken we de samenwerking met drie partners in Drenthe. We gaan niet fuseren, maar willen kijken hoe we gebruik kunnen maken van elkaars diensten en deskundigheid. De eerste stap hebben we gezet: we zijn bij elkaar op bezoek geweest om alle ins en outs van de organisaties met elkaar te delen. Vervolgens  gaan we kijken hoe we deskundigheidsbevordering, personeelszaken en dergelijke in gezamenlijkheid kunnen oppakken.’

 

Heeft het opbouwwerk en maatschappelijk werk in Coevorden een goed imago?
‘Zeker! Ik ben erg blij dat het opbouwwerk laat zien dat het eigentijds vakmanschap is, zeker in een plattelandsgebied. Het opbouwwerk bevordert de leefbaarheid van wijken en dorpen, stimuleert bewoners om mee te doen en vertaalt signalen naar concrete activiteiten of acties. Wij laten zien dat opbouwwerkers en maatschappelijk werkers elkaar goed aanvullen.’