Inloggen
home > in de schijnwerpers > collega in de schijnwerpers: mieke pirson

Collega in de schijnwerpers: Mieke Pirson

april 2015

 

Op 1 januari 2015 ging het Centrum voor Jeugd en Gezin Midden-Limburg (CJG-ML) operationeel van start als ‘zusterorganisatie’ van het Algemeen Maatschappelijk Werk Midden-Limburg (AMW-ML). ‘Ik heb nog niet gehoord van een andere organisatie voor maatschappelijke dienstverlening die een vergelijkbare opdracht heeft gekregen,’ zegt directeur-bestuurder Mieke Pirson. ‘Het grote voordeel is dat we nu een regionale basisvoorziening vormen voor mensen van alle leeftijden met vragen over opvoeden en opgroeien en over zelfstandig functioneren.’

 

AMW-ML werkt in de zeven gemeenten die tezamen Midden-Limburg vormen: Echt-Susteren, Leudal Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert. De grootste gemeenten in dit gebied zijn Roermond (bijna 60.000 inwoners) en Weert (bijna 50.000 inwoners), waar het hoofdkantoor van de organisatie gehuisvest is. In totaal tellen deze zeven gemeenten 235.000 inwoners. Op vier thema’s biedt AMW-ML zowel een individueel als een groepsaanbod: ‘Omgaan met de uitdagingen van het leven’; ‘Geld, werk en inkomen’; ‘Een ingrijpende gebeurtenis verwerken’ en tenslotte ‘Opvoeden en opgroeien’, waaronder ook het aanbod van CJG-ML valt. Onder het thema ‘Omgaan met de uitdagingen van het leven’ lezen we op de website: ‘Het leven van alledag is een flinke uitdaging. Ga maar eens na wat er in een gemiddelde week allemaal op je pad komt. Situaties die te maken hebben met relaties, werk of geld… meestal kom je er zelf wel uit. Wanneer dat niet lukt, kun je terecht bij Algemeen Maatschappelijk Werk Midden-Limburg. Je hebt geen verwijzing nodig. Wij bieden jou laagdrempelige, professionele hulp; individueel of in groepsverband. Onze hulp kost jou niets, omdat de gemeente ons subsidieert. Je kunt veel meer dan je denkt.’

 

Wanneer ben je bij AMW-ML als directeur-bestuurder begonnen?
‘Op 1 mei 2014, dit is mijn eerste functie als directeur-bestuurder. Daarvoor heb ik vooral in het bedrijfsleven gewerkt, bijvoorbeeld bij Campina Melkunie, Friesland Foods en Alpro Soya. In het bedrijfsleven had ik vooral marketing- en managementfuncties. En vóór ik bij AMW-ML aan de slag ging, was ik vijf jaar werkzaam bij een regionale organisatie voor kinderopvang.’

 

Waarom ben je van het bedrijfsleven naar de publieke sector overgestapt?
‘Ik heb veel mooie dingen mogen doen in het bedrijfsleven, maar ik kreeg na mijn 40e de behoefte om mijn kennis en talenten in te zetten voor relevanter doeleinden. Ik richtte me daarbij op maatschappelijke organisaties, eerst in de kinderopvang  en nu – nog relevanter en minder commercieel – in de maatschappelijke dienstverlening en ik geniet daar enorm van. Ik kan goed werken in een organisatie die moet worden gerund als een bedrijf, maar wel in een context van sociaal maatschappelijk belang.’

 

Wat viel je op toen je vanuit het bedrijfsleven in deze sector kwam?
‘Allerlei zaken waren in deze organisatie al veel beter geregeld dan ik verwacht had. Voor ik eraan begon, verwachtte ik dat ik veel meer structuur aan moest brengen, resultaatverantwoordelijkheid invoeren, meer nadruk op cijfers en het meten van effecten en een duidelijk, gericht bedrijfsplan voor meerdere jaren. Maar dat had mijn voorgangster al gedaan, het zat allemaal perfect in elkaar. Bij mijn aantreden lag er de vraag van de gemeenten om een inrichtingsplan te schrijven voor het onderbrengen van het CJG bij AMW-ML. Op basis van dit plan kwam begin juli het besluit dat we de opdracht kregen en daarop is het hele proces in sneltreinvaart doorgedenderd van de ene mijlpaal naar de andere. Feitelijk hebben we in zeer korte tijd samen een geheel nieuwe organisatie opgebouwd, een zeer bijzondere, uitdagende en superleuke klus. Mijn aandacht gaat momenteel uit naar de verbinding met andere spelers in het veld in de veranderde context. De belangrijkste interne opdracht is dat AMW-ML en CJG-ML – formeel twee stichtingen met op dit moment elk ongeveer 70 medewerkers – echt één organisatie worden.’

 

‘Je problemen aanpakken: dat doe je zelf, maar niet alleen,’ luidt het motto van je  organisatie. Een krachtige verwoording van jullie visie?
‘Nu het CJG in onze organisatie is gekomen, hebben we ook jeugdhulpverleners in dienst en komen er veel nieuwe vragen over opgroeien en opvoeden op ons af. Daarom bezinnen we ons opnieuw op wie we zijn, wat we doen en wat dat betekent voor onze nieuwe organisatie.  Er moeten één missie, één visie en één motto komen voor de nieuwe organisatie.’

 

Hoe is de samenwerking met de welzijnsorganisaties?
‘De transitie van het jeugdstelsel wordt bij ons regionaal opgepakt en wij krijgen veel ruimte van de zeven gemeenten. De transformatie van AWBZ/Wmo zien gemeenten veel meer als iets van zichzelf en daarin maken ze verschillende keuzes. In die zeven gemeentes werken we op dat terrein samen met de welzijnsorganisaties, zoals Punt Welzijn in Weert, Vorkmeer in Nederweert, Wel.kom in Roermond, Menswel in Echt-Susteren en Synthese in Leudal. Wij maken soms gebruik van vrijwilligers van de welzijnsorganisaties, werken samen  bij het sociaal raadsliedenwerk en komen elkaar tegen in buurthuizen en wijkteams. Wij vinden het belangrijk om goed samen te werken, willen niet concurreren of in elkaars werkveld gaan zitten, maar aanvullend op elkaar  zijn.’

 

Hoe ver zijn jullie met de beide transformaties?
‘We zijn druk bezig met de uitvoering van ons inrichtingsplan: het opzetten van het CJG en haar dienstverlening, inrichten van processen en integreren van het CJG in de organisatie als geheel, dat komt op de eerste plaats. We hebben inmiddels een duidelijke, eigen visie ontwikkeld.  In elke gemeente zijn onze jeugd en gezinswerkers werkzaam in de jeugd en gezinsteams. De transformatie AWBZ/Wmo gaat minder snel, en wordt eerder lokaal ingevuld. Wel zijn er nu enkele  pilots in ons werkgebied, waaraan we zoveel mogelijk meedoen.  Voor deze transformatie worden in enkele gemeenten  wijkteams gevormd, die qua samenstelling en opdracht per gemeente  verschillen.’

 

Wat vind jij een goede of bijzondere dienst van jouw organisatie?
‘Onze AMW-Academy, waarmee we met eigen mensen in eigen huis opleidingen verzorgen rond thema’s die wij belangrijk vinden, bijvoorbeeld sociale netwerkstrategie en outreachend werken. Medewerkers krijgen de gelegenheid zich verder te ontwikkelen en zich als trainer of docent te bekwamen en we tillen met die Academy de hele organisatie naar een hoger plan. Daarnaast vind ik het goed dat wij overal maatschappelijk werk aanbieden waar dat mogelijk is. Dus op scholen, in bedrijven, in ziekenhuizen en asielzoekerscentra. Wij coördineren de landelijke inzet van maatschappelijk werk in AZC’s in opdracht van Menzis. Als daarvoor een vraag komt, zoeken wij een organisatie die daar maatschappelijk werk kan leveren, en als dat niet lukt zetten we ZZP’ers in. Door deze ondernemende instelling hebben we eigen inkomsten en zijn we minder afhankelijk van de gemeentes. Bijzonder vind ik ook dat uit het medewerkerstevredenheidsonderzoek van afgelopen zomer een 7,9 kwam! Medewerkers zijn tevreden met hun werk en met de organisatie en daar ben ik trots op.’