Inloggen
home > in de schijnwerpers > collega in de schijnwerpers: gerard beukers

Collega in de schijnwerpers: Gerard Beukers

november 2014

 

De Welle voert ouderenwerk, jongerenwerk, vrijwilligerswerk en sportbuurtwerk uit in de gemeenten Hellendoorn en Wierden. In Wierden komt daar nog het peuterwerk en in de Hellendoorn vluchtelingenwerk bij. In beide gemeenten werkt De Welle gebiedsgericht, samen met de Woonstichting,  Zorgaccent/CarintReggeland en het maatschappelijk werk van DNO. Gerard Beukers, sinds zes jaar directeur van de Welle, is trots op de VIA-teams: ‘Wij zijn de kartrekker van die teams en hebben de regie over de preventie.’

 

Op de site van De Welle lezen we dat deze organisatie zich richt ‘op het behalen van maatschappelijk rendement. Wij voeren activiteiten uit, welke de samenleving “nodig heeft om het zelf te doen” en die aansluiten bij vraag en behoefte. Daarnaast ligt onze kracht in het aangaan van nieuwe verbindingen, versterken van bestaande en nieuwe oplossingen presenteren. Wij komen bij mensen achter de deur en hebben daardoor een belangrijke signalerende functie.’

Met 40 medewerkers en 600 vrijwilligers, die de Welle een warm hart toedragen, zijn wij in staat om “meer met minder” te doen en  innovatieve ideeën om te zetten naar concrete acties‘.

De Welle werkt gebiedsgericht. In de gemeente Hellendoorn doet De Welle dat vanuit drie clusters: Groen en Veilig, Versterking Sociale Cohesie en met de VIA-teams.

 

Groen en Veilig spreekt voor zich, maar wat houdt het cluster Versterking Sociale Cohesie in?

‘Beide gemeenten omvatten grote kernen, middelgrote en heel kleine van vijftienhonderd inwoners. Vooral voor Hellendoorn geldt dat daar een fijnmazig net is van buurtcentra als gevolg van de vroegere zogenoemde “Eenderde regeling”. Als een straat of een buurt een eigen buurthuis wilde, dan zei de gemeente: akkoord, als jullie zelf een derde van de financiën bij fondsen vinden en een derde uit zelfwerkzaamheid realiseren, dan leggen ook wij een derde bij. Gevolg is dat veel kleine kernen en buurtjes een wijkcentrum hebben met een grote zaal, een kleine zaal en een keuken. Het voordeel daarvan is, dat wij makkelijk dicht bij de mensen in de buurten komen. Met de gemeente en de kernpartners is het programma “Versterking Sociale Cohesie” opgezet, dat allerlei activiteiten omvat die stimuleren dat mensen langer thuis wonen. Ze kunnen elkaar daar ontmoeten, samen bewegen, samen eten en dergelijke. Vrijwilligers koken gezamenlijke maaltijden. Er zijn ook kleine kernen met accommodaties waarin functies worden gecombineerd. Kantines van sportclubs bijvoorbeeld, die tevens als buurtcentrum dienen. Dat gaat prima.’’

 

De VIA-teams zijn een soort sociale wijkteams in Hellendoorn. Hoe draaien die?

‘Er zijn vijf VIA-teams die elk een eigen werkgebied hebben en ze draaien goed. Zo komen maandelijks bijeen en fungeren als voorportaal. Alles wat in de nulde en eerste lijn kan worden gedaan, dat pakken de VIA-teams op.  VIA is een afkorting voor vroegsignalering, informatie en advies. De Welle is de kartrekker van de VIA-teams. Deelnemers zijn het opbouwwerk, het maatschappelijk werk, de wijkverpleegkundige, de wijkagent, de Woningstichting en het gemeentelijk Wmo-loket. De VIA-teams kijken wat binnen het sociaal netwerk van mensen en in de eigen buurt kan worden opgelost. Ze maken gebruik van vrijwilligers die gespecialiseerd zijn in bijvoorbeeld administratie, tuinonderhoud of in gesprekken voeren met ouderen en het informeren en adviseren van ouderen. Als dat nodig is, zorgen ze dat mensen terecht komen bij het Multidisciplinair Overleg waarin gespecialiseerde organisaties vertegenwoordigd zijn en waar de gemeente de coördinatie en regie wil, omdat hier de toegang tot ze zorg ligt. Dit overleg wordt als het sociaal team gezien. Wij hebben voor onze sterkte gekozen en die ligt in de preventie. Daarover hebben wij dus de regie. Wij zullen aantonen dat preventie loont en daarmee bewijzen we meteen (opnieuw) onze legitimiteit. De VIA-teams en het Multidisciplinair Overleg draaien inmiddels al twee jaar. De situatie in Wierden is vergelijkbaar.’

 

Jullie organiseren ook een beursvloer. Loopt dat goed?

‘We hebben er net een gehad. Daar zijn 95 matches tussen bedrijfsleven en non-profit organisaties gesloten, met een door accountants en een notaris vastgestelde gezamenlijke waarde van € 45.000,-. Wij kregen bijvoorbeeld twee laptops van een accountantsbureau in ruil voor een lunch.’

 

Jullie hebben ook een stichting Vluchtelingenwerk binnen de organisatie, met één coördinator en vijftig vrijwilligers. Wat doet die stichting?

‘Er komen jaarlijks tussen de twintig en de vijftig vluchtelingen naar Hellendoorn. Stichting Vluchtelingenwerk zorgt ervoor dat die vluchtelingen worden gehuisvest, dat er meubels voor hen worden verzameld, dat er vervoer is als ze naar Den Haag of naar Ter Apel moeten. Er zijn zeven verschillende taakgroepen, zoals een taakgroep voor juridische begeleiding en een taakgroep die activiteiten organiseert, zodat vluchtelingen een plek in de samenleving krijgen.’

 

In de Zwarte Pietendiscussie zien we dat de tolerantie ten aanzien van mensen met een niet-Nederlandse afkomst afneemt. Heeft jullie Vluchtelingenwerk daar ook last van?

‘Wij merken weinig van spanningen. Iedere vluchteling krijgt een persoonlijk begeleider van ons. We zitten er dicht op. Maar we blijven niet pamperen. Gewoonlijk wordt de begeleiding na twee jaar afgebouwd. Maar er zijn ook vluchtelingen die zelf al eerder zeggen dat ze het verder prima zonder begeleiding redden.’

 

Waar ben je trots op?

‘Op die VIA-teams ben ik behoorlijk trots. De Twentse gemeenten hebben gezamenlijk veel uitgedacht op beleidsniveau en strategisch niveau. De gemeenten konden hier lokaal zelf invulling aan geven. Wij hebben deze discussie niet afgewacht en hebben initiatief genomen.  De Woonstichting,  Zorgaccent/CarintReggeland  en De Welle zijn een pilot gestart. Op ambtelijk niveau heeft de gemeente deelgenomen en naderhand is ook het maatschappelijk werk er bij betrokken.  In de beleidsvisie van de gemeente krijgen de VIA teams een pregnante rol in de preventie en oplossingen in de nulde en eerste lijn. Als alle betrokken professionals echte generalisten voor wonen, welzijn en zorg worden, zou dat een mooie stap zijn.’