Inloggen
home > in de schijnwerpers > collega in de schijnwerpers: marc schats

Collega in de schijnwerpers: Marc Schats

september 2014

 

Limburg wordt een ‘krimpprovincie’ genoemd en door de bezuinigingen krimpen veel maatschappelijke organisaties. De PIW Groep daarentegen groeide vorig jaar 7,5 procent. ‘De omzet is acht ton gegroeid,’ zegt directeur-bestuurder Marc Schats. ‘Maatschappelijke dienstverlening en sociaal-cultureel werk blijven stabiel, waarbij we wel een verschuiving zien van ‘reguliere’ subsidie naar veel meer projectsubsidie. De groei zit vooral in extra geld voor ons poppodium en een uitbreiding van het aantal peuterspeelzalen in Eijsden-Margraten.’

 

Marc hekelt het doorgeschoten vraaggericht werken en vindt dat professionals zich veel meer op de noden van burgers moeten richten. ‘Altijd aan het juiste adres voor informatie, hulp en steun, voor ontmoeting, creativiteit en beweging,’ lezen we op de website van Partners in Welzijn. Deze organisatie maakt deel uit van de PIW Groep, een koepel van zes werkmaatschappijen. De eerste is Partners in Welzijn voor maatschappelijke dienstverlening en sociaal-cultureel werk, die actief is in de vier gemeenten van de Westelijke Mijnstreek: Sittard-Geleen, Schinnen, Beek en Stein. Spelenderwijs is een regionale organisatie met ruim vijftig peuterspeelzalen, KDV’s en BSO ‘s in de Westelijke Mijnstreek, Meerssen en Eijsden-Margraten. Poppodium Volt in Sittard heeft eveneens een regionaal bereik. Ecsplore is de werkorganisatie van combinatiefunctionarissen die voor jeugd actief zijn op de gebieden educatie en onderwijs, cultuur en sport. Welzohandig is een klussendienst voor 55-plussers. De zesde loot aan de PIW-stam is ‘Ondersteunende Diensten Centra voor Jeugd en Gezin’.  De PIW Groep heeft 280 mensen in dienst, er werken zo’n 85 zzp-ers en gastdocenten en er zijn 750 vrijwilligers aan de organisatie verbonden.

 

Partners in Welzijn heeft maatschappelijk werk en sociaal-cultureel werk in één organisatie. Versterken deze werksoorten elkaar?

‘De werksoorten gaan steeds meer door elkaar lopen.  Maatschappelijk werkers doen steeds meer opbouwwerkachtige dingen en groepsgerichte activiteiten,  terwijl sociaal-cultureel werkers vaker aan individuele ondersteuning en begeleiding doen. Vooral in het jongerenwerk zie je meer individuele trajecten ontstaan. Het is handig om beide werksoorten in één organisatie te hebben.’

 

Ook voor het versterken van eigen kracht?

‘Ik zit al 35 jaar in het welzijnswerk en eigen kracht versterken deden we altijd al en doen we nog steeds. De termen veranderen, dat wel. Nu hebben we die hele beleidskakofonie van eigen kracht. Natuurlijk is het goed om mensen in hun eigen kracht te zetten, daar is het welzijnswerk voor. Mensen willen alles graag zoveel mogelijk zelf doen. Maar ik voel tegelijkertijd weerzin tegen het doorgeschoten vraaggericht werken. Je moet niet  alleen kijken naar vragen die mensen stellen, maar vooral naar hun noden. Veel mensen, zeker aan de onderkant van de samenleving, zijn nauwelijks in staat om noden om te zetten in concrete vragen. Je moet dus niet zitten afwachten tot zij met een vraag naar je toe komen. We moeten onze ogen en oren open houden voor wat er gebeurt in de samenleving.’’

 

Het inschakelen van het sociaal netwerk van burgers gebeurt nu toch meer dan voorheen? En in ruil voor welzijnsdiensten wordt steeds vaker  iets teruggevraagd.

‘Het is goed om mensen op hun eigen verantwoordelijkheid te wijzen, om te kijken wat ze zelf kunnen en wie er kan helpen en voor welke problemen professionals nodig zijn. Maar daar heb je wel professionals voor nodig. Er wordt nu te vaak gedacht dat vrijwilligers taken van professionals over kunnen nemen.  Maar sociale netwerken ontstaan niet zomaar. Niemand is bij voorbaat gericht op afhankelijkheid. Vrijwel iedereen wil onafhankelijk zijn en zijn eigen boontjes doppen.

 

Hebben jullie de coördinatie over Centra voor Jeugd en Gezin in de Westelijke Mijnstreek?

‘Het Centrum voor Jeugd en Gezin in Sittard-Geleen is een netwerkorganisatie. In de eerste schil zitten Orbis Jeugdgezondheidszorg, GGD Zuid Limburg en Partners in Welzijn. In de tweede schil zitten MEE en Bureau Jeugdzorg Limburg. De inhoudelijke verantwoordelijkheid ligt bij de regionale stuurgroep, die gevormd wordt door vier wethouders van de vier gemeenten van de Westelijke Mijnstreek. “Ondersteunende Diensten Centra voor Jeugd en Gezin” is een stichting die het mogelijk maakt dat ik de werkgever van de manager en de administratieve krachten van het CJG ben, zonder inhoudelijk verantwoordelijk te zijn. Bovendien zijn er ondersteunende diensten (o.a. ICT en huisvesting) in ondergebracht.’

 

Hoe gaan de sociale wijkteams zich verhouden tot het CJG?

‘De sociale wijkteams gaan draaien vanuit wijksteunpunten. Ze zijn in ontwikkeling, hoe ze zich tot het CJG gaan verhouden is nog niet duidelijk.’

 

Jullie zijn bezig met de vorming van integrale kindcentra. Wat houdt dat in?

‘Samen met het onderwijs, de kinderopvang en peuterspeelzalen wordt vorm gegeven aan integrale kindercentra, waar wij dan ook nog met onze combinatiefunctionarissen een rol kunnen spelen. Uiteindelijk zal niet alleen ons kinderwerk, maar ook onze maatschappelijke dienstverlening daarin vervlochten kunnen worden. Op die manier kun je alle functies goed op elkaar afstemmen. Voorzieningen van primair onderwijs, peuterspeelzaal en kinderopvang vormen samen de kern van de te realiseren integrale kindcentra (IKC). Welzijnswerk, combinatiefuncties, CJG’s e.d. zijn aanpalende en aansluitende voorzieningen om tot een optimalisering van dit “ IKC-concept” te komen. In onze opvatting, de spil in de sociale wijkagenda. De kern van de gemeentelijke verantwoordelijkheid in het jeugdbeleid.’

 

Wat vereisen de transformaties van jullie professionals?

‘Anderhalf jaar geleden hebben wij de conclusie getrokken dat er iets fundamenteel moet veranderen in de houding en het gedag van professionals. Ze moeten meer naar noden kijken dan naar vragen. En ook de eigen kracht van mensen versterken. Wij hebben ontwikkelgesprekken geïntroduceerd. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een checklist met een aanlal fundamentele gedrags- en houdingskenmerken van de professional. Zowel de werker als de leidinggevende vullen die lijst in en gaan dan met elkaar in gesprek om ontwikkeldoelen vast te stellen om het professionele handelen te verbeteren. Voor de meeste professionals werkt dat goed. Maar soms komt men tot de conclusie dat een professional beter ander werk kan gaan zoeken.’

 

Waar staat PIW Groep over vijf of tien jaar?

‘Een welzijnsorganisatie is een goed instrument om sociale problemen aan te pakken. Maar als we het sociale domein beter ingericht krijgen zonder aparte welzijnsorganisatie, wil ik die niet per se overeind houden. Natuurlijk wil ik mijn verantwoordelijkheid als werkgever niet veronachtzamen, maar onze maatschappelijke verantwoordelijkheid gaat boven onze institutionele verantwoor­delijkheid.’

 

Waar ben je trots op?

‘Ik ben erg gecharmeerd van ons project “Helse liefde” om loverboys aan te pakken. Daarin is een sterk samenwerkingsverband met politie en justitie. De problematiek wordt vroegtijdig gesignaleerd.  We houden heel gerichte campagnes op middelbare scholen, gericht op leerlingen en leerkrachten. Waar de problematiek speelt, wordt hard aangepakt om de meisjes uit de klauwen van die loverboys te halen. De provincie heeft ons opdracht gegeven dit project in de hele provincie uit te voeren.’