Inloggen
home > in de schijnwerpers > collega in de schijnwerpers: renata fideli

Collega in de schijnwerpers: Renata Fideli

augustus 2014

 

Welzijnsorganisatie MeerWaarde heeft een breed aanbod van welzijn en maatschappelijke dienstverlening in de 22 kernen van de gemeente Haarlemmermeer, waarvan Hoofddorp en Nieuw Vennep de grootste zijn. Daarnaast voert MeerWaarde in een aantal andere gemeenten buurtbemiddeling uit, waaronder Haarlem, Bloemendaal en Heemstede. Haar vrijwilligerscentrale faciliteert al het vrijwilligerswerk in de gemeente Haarlemmermeer. 'Dan heb  je het in totaal over 60.000 mensen op een totale bevolking van bijna 150.000 inwoners,’ zegt directeur-bestuurder Renata Fideli.

 

De diensten van MeerWaarde zijn in drie productgroepen gerubriceerd: Informatie & Advies, Activiteiten en Ondersteuning. De diensten variëren van Voordeurteam MeerWaarde, hulpverlening voor jongeren en ‘Haarlemmermeer doet mee’ en Burenhulp Haarlemmermeer tot ondersteuning bij echtscheiding, eenzaamheid & isolement en integratie & emancipatie. De kernwaarden van de organisatie zijn: dichtbij, betrokken en professioneel. MeerWaarde heeft 115 medewerkers en zo’n 850 vrijwilligers. ‘Dat zijn onze eigen vrijwilligers,’ licht Renata toe. ‘Omdat wij binnen de organisatie een vrijwilligerscentrale hebben met coördinatietaken voor  alle vrijwilligersorganisaties en burenhulporganisaties van de Haarlemmermeer kunnen wij in principe al het vrijwilligerswerk in de hele gemeente faciliteren. Dan heb  je het in totaal over 60.000 mensen op een totale bevolking van bijna 150.000 inwoners.’ 

 

Gemeenten moeten bezuinigen en vinden dat burgers meer zelf moeten doen. Hebben MeerWaarde en de gemeente Haarlemmermeer een gedeelde visie op actief burgerschap?

‘De gemeente denkt dat burgers elkaar massaal kunnen ondersteunen en dat je vrijwilligers tot een soort professionals kunt scholen. Burgers kunnen inderdaad veel voor elkaar doen, maar in onze visie zijn het waardevolle mensen die iets voor anderen willen betekenen vanuit hun hart. Er zitten grenzen aan wat ze kunnen, ze stellen meer eisen dan voorheen. Je moet ze dus weten te boeien en hun persoonlijke ontwikkeling  te stimuleren.  Meerwaarde kan actief burgerschap voor de hele gemeente op een efficiënte manier stimuleren en faciliteren. Daarom zijn we nu bezig met de oprichting van de Vrijwilligersacademie, die allerlei cursussen gaat aanbieden, variërend van website bouwen tot  training communicatie.  Bij Meerwaarde zelf zetten we ook steeds meer vrijwilligers in, bijvoorbeeld bij het sociaal raadsliedenwerk, het ouderenadvieswerk en het maatschappelijk werk.’

 

Je maakte de overstap van de jeugdzorg naar de sector welzijn en maatschappelijke dienstverlening. Wat maakt deze sector voor jou zo aantrekkelijk?

‘Als regiomanager van bureau Jeugdzorg vond ik dat er veel meer moest worden samengewerkt met het voorliggend en het achterliggend veld en dat er veel meer moest worden geïnvesteerd in preventie. Vanuit mijn functie werkte ik wel samen met een welzijnsorganisatie, maar ik vond dat de mogelijkheden om preventief te werken onvoldoende werden benut. Meer outreachende hulpverlening bij ouders en gezinnen met name. Peuterspeelzalen zijn bij uitstek een plek om ouders te ontmoeten. In peuterspeelzalen en scholen kan het welzijnswerk vroegtijdig signalen oppakken en informatie en advies geven, ondersteuning bieden. Als je daarin extra investeert kun je voorkomen dat problemen groter worden en bij de geïndiceerde zorg terecht komen. Daarom koos ik vier jaar geleden voor het welzijnswerk. Bij Portes bleek dat het best lastig was om die twee verschillende werelden met hun verschillende geldstromen en daarbij horende prikkels op elkaar af te stemmen, maar we slaagden erin een aantal goede afspraken met Bureau Jeugdzorg te maken over indicatiestelling en casemanagement in het voorliggend traject, waardoor Bureau Jeugdzorg werd ontlast.’

 

MeerWaarde participeert in het CJG, heeft een breed aanbod met onder meer Homestart, opvoedcursussen en –spreekuren, trainingen in sociale vaardigheden voor kinderen, een groep voor kinderen van gescheiden ouders. Allemaal voorbeelden van aanbod dat bij de transisties van pas komt. Is MeerWaarde klaar voor de transformaties?

‘We staan er goed voor. We hebben nieuwe profielen voor het jongerenwerk en het kinderwerk, er zijn allerlei modules ontwikkeld. De maatschappelijke dienstverlening doet veel aan ouder-kind gesprekken en is breed georiënteerd, onder meer op opvoedkundige vraagstukken. Maar mijn ambitie is het om dat brede aanbod nog dichter bij de cliënt te brengen.  Dichter tegen de peuterspeelzalen, nog meer op scholen aanwezig zijn met preventieve voorlichting, nog meer ouders ontmoeten.

 

Werken jullie al met sociale wijkteams?

‘Die hebben wij inderdaad, maar met een heel andere invulling dan elders. Onze sociale wijkteams bestaan namelijk uit professionals die professionals van organisaties voor WMD, zorg en hulpverlening ondersteunen. Een extra schakel dus. Nu wil de gemeente dat die worden omgevormd tot een soort indicatie-organisatie met zogenoemde Meerteams. Die gaan lijken op sociale wijkteams zoals je die ook elders ziet, en zullen zich vooral richten op complexere problematiek. MeerWaarde krijgt daarin een beperkte rol, wij richten ons meer op het voorliggend veld.’

 

Wat is je grootste uidaging?

‘MeerWaarde is in ontwikkeling en in beweging en mijn grootste uitdaging is om te innoveren met de mensen die nu in de organisatie werken. Daarbij denk ik in de eerste plaats aan meer preventie door nog outreachender te werken. Een andere uitdaging is het verbeteren van de sturingsrelatie met de gemeente. De Rekenkamer heeft onderzoek gedaan en concludeerde dat die relatie ontwikkeling behoeft. De gemeente bemoeit zich teveel met onze bedrijfsvoering en zegt wat wij in welke wijk moeten doen. Waar ik naar toe wil, is dat de gemeente op hoofdlijnen doelen en kaders formuleert, en dat wij – op grond van onze kennis van wat er in wijken speelt – besluiten hoeveel uur we welke activiteiten inzetten in bepaalde wijken. Wij kunnen dan werken op basis van de vragen van burgers en dienstverlening flexibel inzetten waar die nodig is.

Derde uidaging is dat onze sociaal-cultureel werkers sociaal makelaars worden. Makelaars tussen vraag en aanbod, die niet alleen de vraag van kwetsbare burgers boven water krijgen, maar vooral ook kwetsbare burgers koppelen aan krachtige burgers. Niet meer zorgen voor mensen, maar zorgen dat mensen op de juiste manier ondersteuning krijgen van professionals of betrokken burgers.’