Inloggen
home > in de schijnwerpers > collega in de schijnwerpers: johan brongers

Collega in de schijnwerpers: Johan Brongers

december 2017

 

Tinten Welzijnsgroep is opgericht in 2011 en uitgegroeid tot een grote organisatie die sociaal werk en peuterspeelzaalwerk uitvoert in twaalf gemeenten in Groningen, Drenthe en Overijssel. ‘Als je wilt innoveren en de kwaliteit van je dienstverlening wilt verbeteren, dan moet je backoffice op orde zijn en dan heb je een grotere schaal nodig,’ zegt bestuurder Johan Brongers. ‘Maar de uitvoering moet zo kleinschalig mogelijk, dicht bij de burger. Daar moet het allemaal gebeuren, samen met die burger. Daarom heeft Tinten Welzijnsgroep negen zelfstandige stichtingen die lokaal welzijnswerk uitvoeren.’

 

Tinten Welzijnsgroep definieert zichzelf als ‘maatschappelijk ondernemer die zich inzet om de eigen kracht en talenten van de bewoners in haar werkgebieden te versterken’. De organisatie bestaat uit negen zelfstandige stichtingen met een gezamenlijk bedrijfsbureau. De negen stichtingen voeren lokaal welzijnswerk uit. Voorbeelden van die stichtingen zijn Compaen, Welstad en De Badde, die respectievelijk actief zijn in de gemeenten Veendam, Stadskanaal en Pekela. Ook in de gemeenten Borger-Odoorn, Oldambt, Aa en Hunze, Emmen, Assen en Bellingwedde wordt onder de vlag van Tinten Welzijnsgroep welzijnswerk uitgevoerd. De andere stichtingen zijn Peuterwerk en Training & Advies. 

 

Hoeveel medewerkers en vrijwilligers hebben jullie?

‘We hebben nu 570 medewerkers en vanaf 1 januari 2018 zullen dat er ongeveer 670 zijn. Er komen namelijk nog twee lokale stichtingen bij, want we hebben aanbestedingen gewonnen in de gemeenten Steenwijkerland en Het Hogeland. Ik denk dat we in totaal zo’n 4.000 vrijwilligers en actieve inwoners ondersteunen  bij drie typen activiteiten: individuele hulpverlening, peuterspeelzalen en kinderopvang en tenslotte buurtwerk. Om een indruk te geven van de omvang: zo’n 3.000 kinderen in peuterspeelzalen en de kinderopvang en rond de 6.500 individuele hulpverleningscontacten.’

 

Ben je zelf als welzijnswerker begonnen?

‘Nee, als timmerman! Ik heb technische school gedaan. Maar de jaren zestig en zeventig waren de jaren waarin we de wereld wilden verbeteren en demonstreerden. Mijn passie werd: met mensen werken. Dus ging ik sociale academie doen en in 1983 aan de slag als opbouwwerker in het Drentse Zwartemeer. Met de dominee, de pastoor en onderwijzers werkten we aan de alfabetisering en ervarend leren. Daarna ging ik in noord Groningen aan de slag met het verbeteren van de leefbaarheid op het platteland. En vervolgens in Veendam in een organisatie die steeds groter werd. Vanaf de oprichting van Tinten Welzijnsgroep in 2011 ben ik bestuurder.’

 

Hoe typeer je jullie werkgebied?

‘Als plattelandsgebieden rond een aantal dichtbevolkte kernen. In het hele werkgebied zie je relatief veel armoedeproblematiek, veelal van generatie op generatie. Ook wordt hier meer gerookt, alcohol gedronken, ongezond gegeten en zorg en medicijnen geconsumeerd dan in de rest van het land. Daarom werken we nauw samen met huisartsen. Vanuit de Tinten Academie hebben we professionals uit zorg en welzijn en ook huisartsen getraind om de samenwerking tussen huisartsen, zorg en welzijn te verbeteren. Met het welzijnswerk richten we ons op preventie. We doen veel aan de aanpak van armoede en schulden. We bevorderen gezondheid en pakken eenzaamheid aan met tal van activiteiten, die voor een belangrijk deel worden uitgevoerd door vrijwilligers.’

 

Hoe is de stand van zaken rond de transformatie in jouw werkgebied? Is er een gemeente die als koploper opvalt?

‘Alle negen gemeenten hebben hun eigen aanpak. De één is verder dan de ander. Over het algemeen weten de professionals van verschillende organisaties elkaar prima te vinden. Ik vind het goed dat gemeenten zelf de verantwoordelijkheid voor de indicatiestellingen op zich nemen. Wij werken op het voorliggende veld: preventie. De aanpak van schuldproblematiek, maar ook psychosociale problematiek.’

 

Bereiken jullie de meest kwetsbare groepen goed? Zoals mensen met een ggz-achtergrond en eenzame ouderen?

‘Ja, want onze samenwerking met de ggz en met de gehandicaptenzorg is goed. We hebben convenanten gesloten met deze organisaties waarin afspraken staan over hoe we samen optrekken ‘in de eerste lijn’. Uitgangspunten zijn de inclusieve samenleving en dat we kijken wat inwoners nodig hebben. Dat hoeft niet op voorhand hulpverlening te zijn. Dat kan ook een maatje of een buddy zijn. Of een combinatie van collectieve of individuele ondersteuning en een maatje. We benutten elkaars kennis, professionals werken interdisciplinair samen en dat leidt tot mooie, soms onorthodoxe oplossingen.’

 

Wat is een bijzondere dienst of product van Tinten Welzijnsgroep?

‘Wij zijn nu erg druk met onze voorscholen. Dat doen we in vijf gemeenten met onze Stichting Peuterwerk. We hebben nu 84 opvanglocaties. Het mooie is dat we het aantal uren voor kinderen in de peuterspeelzalen hebben verdubbeld, van vijf naar tien. Samen met tien schoolbesturen ontwikkelen we nu voorscholen waarin niet de markt maar het principe van solidariteit leidend is. Het belang van het kind staat centraal.’

 

Waar ben je trots op?

‘Op de “Alliantie van kracht tegen armoede”. Dat is een netwerk van organisaties in de sectoren Wonen, Welzijn en Zorg, gemeenten, provincies en kennisinstellingen. Ik heb die mensen bij elkaar aan tafel gekregen. Het thema overerfbare armoede speelt in onze regio, dus hebben ze er allemaal mee te maken. Gezamenlijk willen wij een beweging op gang brengen om armoede in de Veenkoloniën op zowel de korte als de lange termijn structureel en fundamenteel te bestrijden. Het doel van de Alliantie is om onze medewerkers toe te rusten om gezinnen in armoede adequaat te ondersteunen en met hen kansen te ontwikkelen. We richten ons op de houding, vaardigheden en feitelijk gedrag van medewerkers. Samen gaan wij, lokaal, in interdisciplinaire leerkringen op zoek naar wat werkt. De kern van de Alliantie van Kracht is kennisdelen en doen. Direct op basis van resultaten uit onderzoek gerichte acties ondernemen.’