Inloggen
home > in de schijnwerpers > collega in de schijnwerpers: egbert oppenhuizen

College in de schijnwerpers: Egbert Oppenhuizen

In 2015 kreeg Wijk bij Duurstede van de MOgroep – nu Sociaal Werk Nederland – het predicaat Gouden Gemeente, omdat deze gemeente de grote veranderingen in de zorg samen met inwoners en organisaties goed aanpakt. Wijk investeerde voortvarend in vroegtijdige ondersteuning, vrijwillige inzet en hulp dichtbij om zwaardere vormen van zorg te voorkomen. ‘We laten met alle partijen de mensen die zorg nodig hebben niet vallen,’ verklaarde wethouder Jan Burger destijds. ‘Zo is de huishoudelijke zorg vrijwel geheel overeind gebleven.’ Samen de problemen aanpakken is heel normaal in Wijk bij Duurstede, zegt ook Egbert Oppenhuizen van Stichting Binding, tevens bestuurslid van Sociaal Werk Nederland. Als zich problemen voordoen, zijn de lijntjes kort.

 

Sinds januari 2011 is Egbert Oppenhuizen directeur van Stichting Binding. ‘Ooit ben ik opgeleid als chemicus. Ik heb ook nog wat theologie gestudeerd. Daardoor kan ik in concepten denken en rekenen. Via vrijwilligerswerk kwam ik in de non-profitsector terecht, met name in het jongerenwerk en vervolgens vrij snel in leidinggevende functies. Sinds januari 2011 ben ik directeur van Stichting Binding.’

 

 Hoe typeer je je werkgebied?

‘Wijk bij Duurstede is een van de oudere steden van ons land: Dorestad was van de zevende tot en met de negende eeuw een internationaal handelscentrum. Behalve de oude vestingstad omvat de gemeente tevens de dorpjes Cothen en Langbroek. Wijk bij Duurstede ligt aan het einde van een provinciale weg, tegen de rivier aan. Dat is een natuurlijke scheiding. Mede daardoor is er een mentaliteit van “dat doen we zelf wel”.  Dat uit zich in een rijk verenigingsleven en veel vrijwilligerswerk. Alle problematiek die je in grote steden hebt, die kom je hier ook tegen.’

 

Je bent bestuurslid van Sociaal werk Nederland. Levert de combinatie van bestuurslid en directeur van Binding een win-winsituatie op?

‘Zeker. Ik ben altijd al nationaal georiënteerd geweest. Het is leuk om te zien wat er landelijk speelt en hoe dat lokaal gestalte krijgt. Schuld en armoede is een belangrijk thema. Als ik landelijk kan rondkijken, neem ik inzichten mee om in Wijk bij Duurstede met alle partijen een gezamenlijke aanpak te creëren. Maar  ik neem ook inzichten en signalen van het lokale mee naar het landelijke niveau. Dat geldt voor de hele transformatie van het sociale domein. Door die combinatie kun je naar beide kanten halen en brengen.’

 

Jullie hebben het Loket Wijk binnen een welzijnsorganisatie. Hoe functioneert dat?

‘Loket Wijk bestaat al vanaf 2007 en is in ons kantoor gehuisvest. In die tijd ontstond Stichting Binding na een fusie van een aantal kleine organisaties. De gemeente besloot toen ook meteen de Wmo in onze stichting onder te brengen. Wij hebben dus altijd welzijn en de Wmo uitgevoerd. Door de transities is dat uitgebreid met de toegang tot de jeugdzorg. Zo is er een integrale toegang voor welzijn, jeugdhulp en Wmo. Alle inwoners van de gemeente kunnen er terecht met al hun vragen op het gebied van zorg, welzijn, wonen, werk en inkomen, jeugdhulp, vrijwilligerswerk, mantelzorg en het op orde krijgen van hun financiën. Werk&Inkomen valt niet onder onze stichting, maar de collega’s van de sociale dienst zijn vaak aanwezig in Loket Wijk.’

 

Hoe draait Wijk voor Elkaar?

‘Wijk voor Elkaar is een participatieproject avant la lettre. Het project helpt mensen om weer mee te doen aan de samenleving door het verrichten van vrijwilligerswerk. Doelgroep zijn kwetsbare inwoners, mensen die hun dag- en nachtritme hebben omgedraaid, soms heel weinig sociale contacten hebben, et cetera. Zij worden begeleid door getrainde, vrijwillige coaches. Ze gaan op allerlei plekken aan de slag. In onze keuken bijvoorbeeld, of op de tennisbaan. Sommigen stromen uit naar een betaalde baan. Voor anderen is het al mooi dat ze zich nuttig voelen in het vrijwilligerswerk.’

 

Wat is bij jullie de stand van zaken van de transformatie?

‘De concepten werken, we zijn goed op weg. Tegelijkertijd merk ik dat we moeten blijven investeren in het meenemen van zorgaanbieders in een andere manier van denken en werken. Maar ook onze eigen mensen moeten we stimuleren zich te blijven ontwikkelen in een goede balans tussen integraal naar vraagstukken kijken enerzijds en daaraan vanuit je eigen specialisatie blijven werken anderzijds. Die balans moet je blijven ontwikkelen. Helaas zie ik teveel standaardmodellen die over het land worden uitgerold. Ik geloof in maatwerk.’

 

Waar ben je trots op?

‘Het klinkt als een cliché, maar ik ben vooral trots op onze 250 vrijwilligers en 40 medewerkers die daadwerkelijk anderen helpen en zorgen dat die inwoners ook weer anderen gaan helpen. Zij zorgen ervoor dat steeds meer inwoners meedoen in de samenleving. Daarnaast ben ik er trots op dat we samen met onze partners alle diensten rond schulden en armoede op één fysieke plek bij elkaar hebben gebracht: sociaal raadslieden, schuldhulpverlening, schuldhulpmaatjes en administratieve ondersteuning door vrijwilligers. Nu kunnen professionals en vrijwilligers makkelijker met elkaar afspreken hoe ze vragen en problemen van klanten het best kunnen aanpakken en daarbij taken goed verdelen en op elkaar afstemmen. Zelf vind ik het leuk om zo’n infrastructuur te faciliteren.’

 

Wat is je ambitie als directeur voor de komende jaren?

‘Werken aan een volwaardige plek voor het sociaal werk, want dat levert een  onmisbare bijdrage aan het welbevinden van mensen. Dat besef groeit ook in nadere domeinen. Daar wil ik me hard voor maken, samen met vrijwilligers en professionals die zich in het sociaal domein inzetten.’