Inloggen
home > in de schijnwerpers > collega in de schijnwerpers: robert tops

Collega in de schijnwerpers: Robert Tops

 

‘Wij hebben 800 medewerkers,’ zegt Robert Tops over Cordaad Welzijn. ‘750 vrijwilligers en 50 beroepskrachten.’ Een belangrijke bewuste keuze om onze vrijwilligers als volwaardig partner in onze uitvoering mee te nemen. Robert wil de komende jaren met dit team een succes maken van preventief werken. Bijzonder aan zijn organisatie de inzet voor bijzondere doelgroepen: zoals vluchtelingen en statushouders. De NPO wijdde een documentaire aan het wel en wee rond een groot AZC in zijn werkgebied. Ook de expertise op het gebied van Roma, veertig jaar opgebouwd zet Cordaad op de kaart.

 

Cordaad Welzijn kent de volgende productgroepen: Praktische ondersteuning, Buurt en wijk (buurtopbouwwerk), Jeugd- en Jongerenwerk, Vrijwilligerswerk, Vluchtelingenwerk en Roma.

Het werkgebied van Cordaad welzijn omvat de gemeenten Veldhoven (45.000 inwoners), Valkenswaard (30.000), Cranendonk (20.000) en Heeze Leende (10.000). Zowel middelgrote steden als kleine en grotere dorpskernen. Daarnaast werkt Cordaad Welzijn regelmatig voor andere gemeentes en de provincie.

 

Hoe typeer je het werkgebied van Cordaad Welzijn?

‘Valkenswaard en Veldhoven zijn middelgrote steden, waar we te maken hebben met problematische jeugdgroepen. Veldhoven is op Eindhoven gericht. In Cranendonk en Heze Leende zijn kleine en middelgrote dorpen. Dicht tegen de Belgische grens aan. Daar speelt meer grensproblematiek. Bijvoorbeeld jongeren die even de grens over gaan voor vuurwerk of als de politie ze zoekt. In de kleine kernen is werkloosheid een probleem. Je ziet daar ook dat problemen vaak verborgen blijven. Overbelaste mantelzorgers bijvoorbeeld, of verslavingsproblemen van jongeren. Sommige dorpen zijn gesloten gemeenschappen. Daar kunnen vrijwilligers de schakel zijn naar hulp en zorg. Het is erg belangrijk om ook in kleine kernen vrijwilligers als voelsprieten te hebben.’

 

Hoe ver zijn jullie met de transformatie van het sociaal domein?

‘Dat verschilt per gemeente. Vooral de kleinere gemeenten zijn nu nog bezig met bezuinigingsoperaties, het inregelen van processen in het zorgdomein en het verlichten van de financiële druk. In twee van de vier gemeenten zitten wij in de sociale wijkteams. In de andere gemeenten zitten wij aan de voorkant, vanuit een toeleveringsrelatie. Er zijn nu nieuwe gemeenteraden, nieuwe colleges. Nu kunnen we echt slagen in die transformatie maken.’

 

Past vluchtelingen werk goed in een welzijnsorganisatie?

‘Jazeker! Onze collega’s en vrijwilligers zorgen voor sociale begeleiding, administratie en financiën van vluchtelingen. Een verschil met de landelijke begeleidingsclubs is een meer integrale aanpak. Van jongerenwerkers tot buurtopbouwwerk, samen richten zij zich op de integratie van statushouders in wijken en buurten. Dat loopt erg goed. Avans Hogeschool onderzoekt bij ons hoe je Eritrese vrouwen nog beter kunt integreren. Dat is een moeilijke doelgroep om mee in contact te komen als het gaat om gevoelige thema’s als Huiselijk Geweld, seksualiteit etc.. Toen in 2014 bekend werd dat er in Budel – een dorp met 9.000 inwoners – een asielzoekerscentrum zou komen voor 2.000 asielzoekers, ontstond er veel onrust. Met methodieken van het opbouwwerk konden we die onrust aanpakken. Veel vrijwilligers gingen zich met hart en ziel inzetten voor asielzoekers en statushouders.’

 

Wat doen jullie voor Roma?

‘Veertig jaar geleden ging het welzijnswerk al aan de slag met Roma in Veldhoven. Er is veel expertise opgebouwd. In Veldhoven wonen zo’n 60 Roma gezinnen. Er is zware problematiek, zoals huiselijk geweld en mensenhandel. Ook kinderhandel. Met een combinatie van een zachte en een harde aanpak proberen we Roma te helpen. Een aantal gekwalificeerde beroepskrachten komen er binnen door hulp met formuleren en dergelijke. En zijn dan meteen ogen en oren om eventuele ernstige problematiek te signaleren en vervolgens aan te pakken. Dat doen we dan ook. Daarnaast doen we veel onderzoek naar wat de rol is van professionals die in deze frontlijn werken. Wat doet het met ze? Hoe stuur je ze? Waar kunnen we leren?’

 

Waar ben je trots op?

‘Op de passie van onze vrijwilligers voor de klanten. Bijvoorbeeld van de vrijwilligers van ons vluchtelingenwerk voor statushouders. Daar zie je hele mooie dingen gebeuren. We zijn met het Taalcafé gestart. In de bibliotheek. Niet alleen voor statushouders, maar ook voor expats van ASML. Dat is een hightech bedrijf dat chipmachines maakt. ASML heeft 8.000 medewerkers, waarvan 40 procent expats uit de hele wereld. Die koppelen we aan statushouders. Er zijn nu 75 vrijwilligers die fungeren als maatjes voor ongeveer 250 deelnemers. Er zijn geen taalcursussen. Deelnemers en vrijwilligers gaan met elkaar in gesprek om zich de Nederlandse taal beter eigen te maken. Ook expats van Philips doen mee. Soms als vrijwilliger, soms als deelnemer. Een gemelleerd samenspel dat veel effect heeft. Het koppelen, verbinden en versterken van contact. Een mooie taak binnen het welzijnswerk.

Natuurlijk ben ik ook trots op de documentaire die de NPO maakte over het werken met vluchtelingen en statushouders in Budel, een kerkdorp in de gemeente Cranendonk. In die documentaire zie je een enorme betrokkenheid van de gemeenschap bij vluchtelingen en statushouders. Je ziet ook inwoners die bang zijn dat Budel te grote aantallen niet aankan. Maar uiteindelijk vindt bijna iedereen dat die statushouders er ook bij horen.’

 

Welke uitdagingen zie je de komende jaren voor Cordaad Welzijn?

‘Je ziet gemeenten die delen het welzijnswerk naar zich toe trekken. Bijvoorbeeld Eindhoven die WIJeindhoven oprichtte. Ik hecht veel waarde aan de onafhankelijke rol van het welzijnswerk waarin professionals elkaar constant bevragen op kennis en die samen verder ontwikkelen. Tweede uitdaging heeft betrekking op onze positie in de transformatie. Organisaties zoals gesloten of curratieve jeugdzorg en op het gebied van zorg, de thuiszorg zijn heel dominant in dat spel. Als we echt slagen willen maken in de transformatie, is preventie juist meer en meer van belang. We moeten dat omkeren met een prominente plek voor sociaal werk. Derde uitdaging is dat wij onze kennis en expertise toevoegen aan die van de gemeente om de transformatie van het sociale domein tot een succes te maken. De vraag van de provincie om kennis toe te voegen over bijzondere doelgroepen, is daar een mooi voorbeeld van’

 

Klik hier om de documentaire van de NPO over vluchtelingen en statushouders te zien.