Inloggen
home > in de schijnwerpers > peter kuijs

In de schijnwerpers: Peter Kuijs

September 2017

 

Peter Kuijs is directeur van twee organisaties: Welzijn Best Oirschot (WBO) en ViERBINDEN in Laarbeek. Daarnaast heeft hij een adviesbureau. ‘Er zijn geen plannen om te fuseren tot één organisatie. Juist in de transformatie hebben veel gemeenten behoefte aan een sterke, lokale partner en is het handig dat mensen elkaar kennen,’ vertelt Peter. ‘Maar beide clubs werken wel samen. We wisselen goede methodieken en projecten uit en hebben een gezamenlijke inkoop.’

 

Je bent directeur van twee organisaties voor sociaal werk en hebt daarnaast Peter Kuijs Advies. Werkweken van 70 uur?
‘Veel meer! Nee hoor, op maandag, woensdag en vrijdag werk ik voor Welzijn Best Oirschot en op dinsdag en donderdag voor ViERBINDEN. Peter Kuijs Advies is nu vooral slapend, daar heb ik nu geen tijd voor. WBO heeft 34 medewerkers en 350 vrijwilligers, ViERBINDEN heeft 31 medewerkers en ruim 250 vrijwilligers.’

 

Hoe typeer je je werkgebied?
Beide werkgebieden hebben hun eigen dynamiek. ‘De gemeenten Best en Oirschot liggen in de Brainportregio Eindhoven. Best is sterk gericht op Eindhoven en er wonen opvallend veel expats . Oirschot is een plattelandsgemeente met verbinding naar zowel Eindhoven als naar de Kempen.

Laarbeek is een fusiegemeente die in 1997 is ontstaan uit de samenvoeging van Aarle-Rixtel, Beek en Donk, Lieshout en Mariahout. Veel meer een plattelandsgebied, dat deel uitmaakt van De Peel en bij de regio Helmond hoort. Laarbeek bestaat uit actieve kleine kernen waar inwoners van oudsher al veel zelf organiseren.’

 

“Samen op ons Best” staat voor een andere manier van samenwerken tussen inwoners, ondernemers, organisaties en ambtenaren van de gemeente Best. Loopt dat goed?
‘Ja. Het is geen vergaderclub, maar een nieuw bruisend netwerk van partners dat zich laat inspireren door vernieuwende opvattingen en goede voorbeelden. Dit jaar werken we zo voor het eerst en ik verwacht er veel van. De gemeente Best treedt faciliterend en verbindend op. Voor ons is de samenwerking met ondernemers van groot belang als het gaat om participatie. Inwoners kunnen werkervaring opdoen en stage lopen bij ondernemers. Soms kunnen we ze aan een betaalde baan helpen. Door de transformatie gaat de gemeente nu over het hele sociale domein en raken steeds meer organisaties, maar ook ondernemers, betrokken bij kwetsbare mensen. Iedereen werkt nu vraaggerichter en wil samen met inwoners naar oplossingen zoeken en inwoners uitdagen nieuwe dingen te doen.’

 

WBO doet onder meer vluchtelingenwerk. Wat houdt dat in?
‘We doen maatschappelijke begeleiding voor statushouders. In Best en Oirschot voorzien wij in participatieverklaringstrajecten waarmee we mensen wegwijs maken in de Nederlandse samenleving.  In Best werken we met POPS, persoonlijke ontwikkelingsplannen. Deelnemers kiezen doelen en worden begeleid bij het halen van die doelen. Echt maatwerk, waarbij vluchtelingen ervaren hoe ze meerwaarde hebben voor de samenleving.’

 

Ervaren jullie onder jullie doelgroepen ook weerstand tegen vluchtelingen?
‘Nauwelijks. Afgelopen jaren was er noodopvang voor vluchtelingen in Oirschot. Hoewel er vooraf veel weerstand leek te zijn waren er in no timeveel inwoners actief in allerlei activiteiten, variërend van een fietsenservice tot hulp bij computerproblemen. Ook de coördinatie lag bij vrijwilligers. Dat is een duidelijke trend. Groepen burgers pakken steeds meer dienstverlening op. Vaak onder onze vleugels, maar ze doen veel zelf. Ook de coördinatie. Wij zorgen dat vrijwilligers goed geschoold worden of hulp van professionals krijgen in complexe situaties. En als dat moet worden zij doorverwezen naar gespecialiseerde zorg of hulpverlening. In eerste instantie was er wel wat weerstand, maar dat was meer gericht tegen abstracte, massale vluchtelingenstromen. Als vluchtelingen een gezicht krijgen en met hun kinderen in een buurt komen wonen, een plek zoeken in de gemeenschap, dan is er vaak een grote bereidheid om mensen te helpen met klusjes, het opknappen van tuinen en dergelijke. Ook in buurten waar aanvankelijk verzet was.’

 

Hoe gaat het bij jullie met de transformatie?
‘In Best en Oirschot hadden we voor de transities al een structuur met generalisten die keukentafelgesprekken voerden en met doorverwijzing naar specialisten. Maar na de transities per 1 januari 2015 begint iedereen zich nu te realiseren dat we het echt anders moeten organiseren. De gemeenten beseffen na twee jaar dat je aan de basis moet beginnen als je zaken wilt veranderen. Dat bijvoorbeeld het jongerenwerk al in een vroeg stadium hulpvragen van jongeren aanpakt zonder deze onnodig te problematiseren. Die beweging zie je nu op gang komen. Beide gemeenten hebben een flink tekort op de jeugdzorg, dus kunnen ze niet anders dan echt transformeren. Onze dienstverlening zit vaak aan de voorkant. Daarmee proberen we vragen zoveel mogelijk in een voorstadium op te lossen. Ook door dicht bij de mensen de burenhulp te organiseren en zelfhulp te stimuleren, zodat zij meer gebruik maken van hun netwerk om problemen op te lossen.’

 

Lukt dat?
‘In Laarbeek hebben we een mooi project: Sterk Sociaal Netwerk. Dit project is erop gericht om mensen bewust maken van het belang van een sterk sociaal netwerk. Tweede stap is mensen helpen een netwerk op te bouwen. We zijn net begonnen met een pilot van een jaar. Als die aanpak werkt, gaan we die ook op andere plekken implementeren. Veel thema’s zijn overal hetzelfde. Daarom kun je in het sociale domein makkelijk van elkaar leren.’

 

Noem eens een bijzondere dienst van een van je organisaties?
‘De buurtsportcoach/jongerenwerker in Laarbeek. Hij  gaat met de jongere en vaak samen met ouders op zoek naar een passende sport. Niet met een stapel folders en een goed gesprek, maar door samen te gaan sporten en zo te ervaren wat het beste past. Zodra de keuze is gemaakt, wordt ook de sportclub ondersteund zodat er een goede basis ligt voor duurzaam sporten én lid zijn van een club.’

 

Waar ben je trots op?
‘Ik ben trots op de vrijwillige dienstverlening. Vaak is die onderbelicht, maar een klussendienst, vervoersservice en maaltijdservice maken voor veel mensen het verschil. Iemand die je naar een controle in het ziekenhuis rijdt, op je wacht, vraagt hoe het met je is. Of je wc-bril is kapot, je weet niet hoe je die moet vervangen en daar komt iemand langs van de klussendienst. Dat zoveel mensen dat onder de vleugels van onze organisaties doen, daar ben ik trots op. Naast alle grote ontwikkelingen is die vrijwillige dienstverlening zo belangrijk.’

 

Wat is je ambitie voor volgend jaar?
‘Vanuit het jongerenwerk een grotere bijdrage aan de transformatie in de jeugdzorg! Onze jongerenwerkers komen op veel plaatsen risicojongeren tegen waar zij gemakkelijk contact mee maken. Vanuit deze contacten komt op een natuurlijke manier een lichte vorm van hulp op gang. Het zou fantastisch zijn als onze jongerenwerkers deze ondersteuning in samenwerking met de jeugdzorg verder kunnen ontwikkelen. Niet onnodig problematiseren maar hands-on aan de slag.’