terug naar overzicht

Alles draait om vertrouwen

De preventieve kracht van kinderwerk in Deventer
kinderen-2 In Gesprek

‘Ons gemeentelijk beleid draait om preventie,’ zegt wethouder Frits Rorink, die onder meer jeugd en onderwijs in zijn portefeuille heeft. De gemeente Deventer investeert relatief veel in kinderen en jongeren. Uit het onderzoek “Kinderwerk anno 2021” van het Nederlands Jeugdinstituut blijkt dat de Raster Groep koploper is in het kinderwerk. Kinderwerkers werken in de wijken en op scholen. ‘Wij helpen ouders met opvoedingsvragen,’ zegt senior kinderwerker Loes Groot Lipman. Op veel scholen is bovendien jeugdhulp actief. Welke lessen zijn in Deventer te trekken uit de coronacrisis? ‘Hoe belangrijk vertrouwen is,’ antwoordt Jolanda Knorren, bestuurder van de Raster Groep. ‘Dat je lijnen kort houdt,’ zegt de wethouder.

 Tijdens de coronapandemie trokken de gemeente, de Raster Groep en andere ketenpartners op als partners. Wat hield dat in?
Frits: ‘Ik heb nog nooit zoveel contact met Jolanda en met andere bestuurders in het onderwijs gehad als in die eerste lockdown. Elke week deed ik een belrondje omdat ik uit eerste hand wilde horen: Waar loop je tegenaan? Welke problemen zie je? Welke kansen zijn er? Op die manier stemden we op bestuurlijk niveau af. Ik was nooit eerder zo goed op de hoogte van de actualiteit bij Raster en in de scholen als toen.’
Jolanda: ‘De verhoudingen waren al goed, op basis van vertrouwen. Daar konden we in de pandemie op bouwen. De lijntjes naar de gemeente en naar partners waren al kort. Je kunt elkaar appen. Wij hadden alle vrijheid om onze opdracht goed te vervullen.’
Loes: ‘Tijdens de lockdowns waren wij een van de weinige organisaties die nog de wijken in gingen. Dat werd erg gewaardeerd door kinderen en ouders. Zelf sprak ik bijvoorbeeld een moeder die thuis zat met haar man en vijf kinderen en ze hadden maar één laptop. Daar moesten alle kinderen hun huiswerk op maken. “Ik trek dit niet,” zei die moeder. “Ik ben bang dat mijn kinderen leerachterstanden oplopen.” Zulke verhalen hoorden we steeds.’

Wat deden jullie als kinderwerkers met zulke signalen?
Loes: ‘De scholen zetten noodopvang op voor kinderen die niet thuis aan de slag konden. Kinderwerkers ondersteunden de leerkrachten. En kinderen die niet op scholen terecht konden, vingen we in speeltuinen op. Daar kregen ze van kinderwerkers huiswerkbegeleiding. Maar er werden ook spelletjes gedaan.’
Jolanda: ‘In veel huishoudens waar ouders thuis werkten en kinderen lessen moesten volgen en huiswerk moesten maken, liepen de spanningen op. Voor die kinderen was het fijn om naar de noodopvang te gaan en buiten te spelen. In die eerste lockdown hebben veel digitaal aangeboden. Filmpjes bijvoorbeeld. Maar al snel trokken we de wijken in.’

Wanneer ben je een goede kinderwerker?
Loes: ‘Goede kinderwerkers maken makkelijk contact met kinderen en ouders, zorgen ervoor dat kinderen en ouders hen vertrouwen. Wij proberen een veilige haven te bieden, als opstapje naar talentontwikkeling. En proberen ouders te helpen, met name bij opvoedingsvragen. Dan gaat het om kleine problemen die makkelijk op te lossen zijn. Zo voorkom je dat problemen groter worden. Veel ouders vinden het veel makkelijker om met zulke vragen naar kinderwerkers te gaan dan naar de school of naar het consultatiebureau. Wij zijn heel laagdrempelig. Een soort vertrouwenspersonen. Maar we zijn geen hulpverleners. Wij stimuleren, analyseren en sturen door naar jeugdhulp of jeugdzorg als dat nodig is.’

Eén van de aanbevelingen in het onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut is dat kinderwerk een schakel moet zijn in het sociaal domein. Welke visie heb jij daarop als wethouder?
Frits: ‘In Deventer is kinderwerk inderdaad een belangrijke schakel. Dat wil niet zeggen dat we klaar zijn, hoor. We doen ook nieuwe ontdekkingen. Drie of vier jaar geleden begonnen we een pilot met jeugdhulp op een basisschool voor speciaal onderwijs. Zij begeleiden kinderen en docenten en werken preventief. Die pilot was zo’n succes, dat ook andere basisscholen jeugdhulp in hun accommodaties wilden. Inmiddels zetten we die jeugdhulp ook in het voortgezet onderwijs in. Dat kost geld, maar daar ligt ook een kans voor de gemeente, omdat zij over de budgetgelden van het jeugdbeleid gaat. Deze preventieve inzet vinden wij ongelooflijk belangrijk, want dankzij deze inzet van jeugdhulp kunnen we veel kinderen uit de jeugdzorg houden.’
Jolanda: ‘De vroegere sociale teams hebben plaats gemaakt voor enerzijds een Team Toegang Wmo dat bestaat uit medewerkers van de gemeente. En anderzijds de Voor Elkaar-Teams, die bestaan uit maatschappelijk dienstverleners van De Kern en medewerkers van MEE IJsseloevers, Zorggroep Solis en Raster. Die zijn allemaal aanwezig in de wijken om daar te doen wat nodig is. Preventie is ook hier het motto. Vanuit verschillende “werksoorten” vullen medewerkers elkaar aan en dat is een ultieme win-win situatie.’

Kinderwerkers zien veel kinderen in kwetsbare posities. Zijn de verschillen in ontwikkeling tussen kinderen uit kwetsbare en kinderen uit kansrijke gezinnen in de pandemie gegroeid? Zien jullie grotere achterstanden?
Jolanda: ‘Het woord achterstanden zou ik niet zo gauw gebruiken, omdat ik denk dat kinderen tijdens de pandemie ook veel hebben geleerd. De saamhorigheid tussen de kinderen en ook de saamhorigheid in de wijken zijn erg gegroeid. Natuurlijk is het onze taak om te signaleren en te kijken: wie kan hier iets betekenen? En op welke manier? Dat gebeurt natuurlijk ook vanuit het onderwijs. Maar het woord achterstand zou ik niet zomaar gebruiken.’
Frits: ‘Ik ben het eens met het signaal dat Jolanda afgeeft en denk dat het meevalt. Ik krijg wel signalen uit het MBO en het HBO dat de doorstroming naar de hogere klassen vergemakkelijkt is. En dat praktijkverhalen moeilijk digitaal aan te bieden waren. Je kunt moeilijk een docent en een klas leerlingen met lasapparaten achter de laptop plaats laten nemen om leerlingen goed te leren lassen. De verwachting is dat een hoger percentage dan normaal blijft hangen in een schooljaar. Daar staat tegenover dat in deze wereld niemand zo flexibel is als kinderen. Zij kunnen veel aan en zullen ook deze coronacrisis doorstaan.’

Er gaat veel geld uit het Nationaal Programma Onderwijs naar gemeenten, ook naar Deventer. Hebben jullie dat geld eigenlijk niet nodig?
Frits: ‘Natuurlijk zullen wij dat geld goed besteden. Het nadeel is dat dat binnen twee jaar moet. Van het ministerie van VWS krijgen we ook extra geld om tekorten in de jeugdzorg te betalen. De grote vraag is of we erin slagen al dat geld goed en zinvol te besteden. We zouden dat geld beter kunnen besteden over een periode van vier jaar. Achter de schermen zijn we in gesprek met het veld. We verkennen samen hoe we het geld goed kunnen besteden. Concreet is daar op dit moment nog niets over te zeggen. Het proces loopt op schema.’

Wat is de belangrijkste les die jullie uit de coronacrisis trekken?
Frits: ‘De essentie is dat je de lijnen kort houdt. Goede contacten, zowel op ambtelijk niveau als tussen gemeente, welzijnswerk, onderwijs enzovoort. En zorg dat professionals bestuurlijk gedekt zijn in wat zij doen. Wat ik ook zie is dat mensen heel sterk zijn in crises. Natuurlijk zijn er gezinnen die veel last hebben gehad van de coronacrisis. Maar we moeten elkaar daar niet gek mee maken. De overgrote meerderheid kon er heel goed mee omgaan en die meerderheid mag in de beeldvorming niet ondergesneeuwd raken door de uitzonderingen links en rechts.’
Jolanda: ‘Voor mij is de grootste les: hoe belangrijk vertrouwen is. Toen de pandemie begon, dacht ik: Hoe stuur ik nu de organisatie aan? Doe ik dat digitaal? En hoe pak ik de samenwerking op met de gemeente en ketenpartners? We stonden er samen voor, vertrouwden elkaar en het lukte gewoon. Het draait om dat vertrouwen, vanuit passie voor de stad.’

Welke ambities hebben jullie voor de komende tijd met kinderwerk en jeugdbeleid?
Loes: ‘Online werken was nieuw voor ons, maar we willen dat niet meer loslaten. Online kunnen we heel veel ouders bereiken en informatie geven. Het is een laagdrempelige vorm van contact. Ook gaan we door met het digitaal aanbod voor kinderen.’
Jolanda: ‘Mijn ambitie is: preventie in de wijk bestendigen en bekrachtigen.’
Frits: ‘De komende jaren zou ik willen blijven inzetten op de samenwerking met de genoemde partners. Maar er zit een risico in de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar. Als er dan een ander College en een andere Raad komen, bestaat de kans dat die voor een andere koers kiezen. Daarom proberen wij onze koers formeel en informeel te verankeren. Die informele verankering is het belangrijkst. Dat doen we door partners te laten ervaren dat we goed samenwerken en elkaar kunnen vertrouwen. Formeel moeten we dat doen door de Gemeenteraad ervan te overtuigen dat onze koers een goede is. Deventer heeft goud in handen!’

De voordelen van Verdiwel

Waarom lid worden

  • Ons adagium is: Delen & Doen!
  • Collegiale uitwisseling tijdens bijeenkomsten en op platforms.
  • Waardevolle formele én informele contacten in het hele land.
  • Verdiwel laat diversiteit floreren.
  • Verdiwel analyseert en adresseert weeffouten in sociale basis.
  • Verdiwel werkt samen met andere landelijke organisaties.
Meer informatie