terug naar overzicht

De kloof tussen arm en rijk moet aangepakt worden

Serie: Sociaal werk in de tweede coronagolf, aflevering 15 Interview met Jolanda Knorren van de Raster Groep in Deventer
jolanda-knorren-aangepast In Gesprek

Na het instellen van de avondklok op zaterdag 23 januari braken in verschillende steden rellen uit. In Deventer waren meerdere oproepen via sociale media om ’s avonds te rellen op de Brink in het historisch stadscentrum. Jongerenwerkers van Raster Groep, de politie en de supportersvereniging van Go Ahead Eagles wisten dat te voorkomen. ‘Wij werken al heel lang samen met de politie. En in de wijken waar maatschappelijke onvrede groeit, waren wij al actief,’ zegt Jolanda Knorren, bestuurder van de Raster Groep in Deventer. ‘Daar hadden wij al relaties met jongeren, met gezinnen.’ Zij signaleert dat de kloof tussen kansarmen en kansrijken te groot wordt en vindt dat het sociaal werk daar een belangrijke signalerende taak heeft. ‘De kloof tussen arm en rijk moet aangepakt worden. De verdeling van rijkdom moet eerlijker.’

Op maandag werden vanaf de ochtenduren via sociale media verschillende oproepen verspreid om
’s avonds om 20.30 uur te verzamelen op de Brink in Deventer. Ook waren er geruchten dat hooligans van verschillende voetbalclubs naar de stad zouden komen. De gemeente en de politie hielden er rekening mee dat de situatie uit de hand kon lopen. Fietsenrekken werden verwijderd, horecaondernemers haalden stoelen en tafels van hun terrassen naar binnen. Dankzij de inzet van de politie, de supportersvereniging van Go Ahead Eagles en jongerenwerkers van Raster zijn ernstige rellen voorkomen. Om 21.00 uur was het weer rustig op straat. Raster voert sociaal werk uit in de gemeente Deventer. De organisatie heeft bijna 300 medewerkers en 405 vrijwilligers.

Ondanks oproepen om ’s avonds te rellen op de Brink, bleef het rustig op die avond. Hoe hebben jullie dat aangepakt?
‘De burgemeester vroeg ons of ons jongeren-werk mee wilde werken om rellen te voor-komen. Het was al langer duidelijk dat er rellen zouden komen. Onze jongerenwerkers werken al veel langer samen met de politie. Al vér voor de coronapandemie. In de wijken waar maatschappelijke onvrede groeit, waren wij al actief. Daar hadden wij al relaties met jongeren, met gezinnen. Onze kinderwerkers, jongerenwerkers en andere sociaal werkers en vrijwilligers zetten zich al veel langer in om iets voor deze mensen te betekenen. Ook in deze coronatijd. Onze gemeente had al veel eerder besloten: wij gaan niet bezuinigen in het sociaal domein, maar we gaan daarin extra investeren. Daar hebben we nu profijt van.’

Toch waren er op die avond wel groepjes jongeren die zin hadden om te rellen. Of nieuwsgierig waren wat er zou gaan gebeuren. Welke rol speelden jullie jongerenwerkers om onlusten te voorkomen?
‘Er waren niet alleen jongeren. Er was ook een man van 56 bij. Onze jongerenwerkers deden die avond wat ze gedurende de hele pandemie al doen. Met jongeren het gesprek aangaan. Vragen hoe het met hen gaat. Erkennen dat het voor jongeren een rotsituatie is. Uitleggen waarom de avondklok en andere voorzorgsmaatregelen belangrijk zijn. De supportersvereniging van Go Ahead Eagles heeft ook goed meegeholpen. Zij riepen hun achterban op om niet te gaan rellen. Zij bereikten duizenden volgers met hun oproep om “niet zo dom te zijn om onze eigen stad te molesteren”. En de politie zorgde ervoor dat er op de Brink geen samenscholingen ontstonden. Ze hielden groepjes jongeren uit elkaar. Agenten en jongerenwerkers benadrukten nog eens dat iedereen om 21.00 uur binnen moest zijn en om 21.00 uur was het weer rustig op de Brink en omgeving.’

Zie je ook spanningen in gezinnen en wijken toenemen door de pandemie en de voorzorgsmaatregelen?
‘Door de coronapandemie en de lockdown zijn verschillen tussen kansrijke en kansarme wijken uitvergroot. In kansarme wijken wonen mensen minder ruim. Moeten volwassenen de beperkte ruimte gebruiken om te werken en kinderen moeten er online lessen volgen of huiswerk maken. Er is minder inkomen. Als volwassenen hun werk zijn kwijtgeraakt, spelen er wellicht ook financiële problemen. In de kansrijke wijken hebben beide ouders vaak een baan, maar moeten ze ook hun kinderen lesgeven. We zoeken naar manieren om deze ouders met elkaar te verbinden, zodat ze van elkaar kunnen leren en iets voor elkaar kunnen betekenen.’

Bereiken jullie met je sociaal werk ook de kansrijke gezinnen?
‘Ja, want we bieden ook kinderopvang. De pedagogisch medewerkers van de kinderopvang werken samen met de kinderwerkers. En op de scholen komen kinderen met verschillende achtergronden elkaar tegen. We hebben ook naschoolse opvang, waarvan huiswerkbegeleiding deel uitmaakt.’

Lukt het om die verbinding tussen kansarm en kansrijk te leggen in opvang en huiswerkbegeleiding?
‘Ja, we hebben ook noodopvang. Daar spelen kinderen gewoon met elkaar. Kinderen interesseert het niet uit welke wijk kinderen komen met wie ze leuk kunnen spelen. Bij onderlinge ontmoetingen van ouderen zie je nu ook dat het niet uitmaakt uit welke wijk ze komen. Door corona is eenzaamheid een grote vijand van veel ouderen. Vanuit het sociaal werk stimuleren we dit soort contacten. Dan gaan mensen bijvoorbeeld voor elkaar koken. Of kaartjes sturen. Die kunnen een sneeuwbaleffect hebben. Zelf woon ik in Zutphen. Voor de kerstdagen kreeg ik zelf thuis een kaartje van een meisje. Ze schreef dat ze me niet kende, maar hoopte dat het goed met me ging. Dat vond ik zo leuk en aandoenlijk. Ik had die kaart wekenlang op tafel staan. In deze pandemie is aandacht heel belangrijk. In ons werk zijn we altijd bezig met het verbinden van mensen. Dat klinkt simpel, maar het is de kern. In Deventer staat dat verbinden in het teken van preventie. We steken veel energie in samenwerking met ketenpartners. Gelijke kansen en de aanpak van armoede zijn belangrijke pijlers in ons werk.’

Betekent die keuze voor preventie via sociaal werk ook dat de gemeente daar niet op bezuinigt?
‘Nee, tot nu toe niet. Helemaal aan het begin van de pandemie wilde de gemeente dat we overlast gingen bestrijden. Onze reactie was: dat gaan wij niet doen. Dat moeten anderen doen. Wij werken vanuit de relaties met inwoners binnen de wijken. Daar doen wij wat gedaan moet worden: zorgen dat mensen prettig kunnen blijven samenleven, ook in tijden van crisis. Dat ze niet uit verbinding raken, maar blijven meedoen. Mensen digitaal bereiken. Maar ook via radio en televisie. IJsjes langs de deuren brengen om met inwoners in gesprek te kunnen gaan. Te horen hoe het met ze gaat. Waar ze tegenaan lopen. Er ontstonden allerlei nieuwe activiteiten. De bouwmarkten waren aanvankelijk open. Daar was het vreselijk druk, want iedereen zat veel meer thuis en wilde zijn huis opknappen en klussen doen. Toen hebben jongerenwerkers het voor elkaar gekregen dat jongeren die hun baan kwijt waren, in die bouwmarkten aan de slag konden. Geweldig toch? Sociaal werkers zijn professionals, maar ze hebben natuurlijk wel speelruimte nodig om tot dit soort initiatieven te komen. Een van onze jongerenwerkers zei ook: “Het is prettig dat wij dingen kunnen bedenken en dat onze bestuurders faciliteren”. We voeren geen eindeloze discussies over wat wel of niet mag of hoort.’

In eerdere interviews in deze serie vertelden Marc Schats, Jasper Ragetlie, Wim Bosch en Pieter van den Born dat maatschappelijke onvrede zich steeds duidelijker manifesteert in hun werkgebied. Zie jij dat ook in Deventer?
‘Die onvrede is divers. Er zijn jongeren die geen toekomstperspectief zien. Ouderen die zeggen: “Ik snap het niet meer. We hebben een avondklok en de scholen gaan weer open.” Grote zorgen zijn er ook achter deuren in Vinex-wijken, maar deze inwoners zien we vaak pas als het te laat is. En we zien helaas een tweedeling tussen mensen die weinig of geen kansen hebben en mensen die veel kansen hebben. Die tweedeling is er al een tijd, maar wordt nu steeds duidelijker zichtbaar. Tegelijkertijd is het zo dat er de laatste jaren minder aandacht is voor mensen met minder kansen. Hoe moeten mensen leven van een bijstandsuitkering? Als ook je zorgverzekering duurder wordt? De verschillen tussen arm en rijk worden steeds groter. Dat vind ik beschamend! Ontevredenheid neemt toe onder mensen met minder kansen. Zij wantrouwen de overheid. De Toeslagenaffaire is wat dat betreft ook niet bevorderlijk.’

Zie je naast die maatschappelijke onvrede nog steeds solidariteit in Deventer?
‘In de eerste coronagolf zagen we veel onderlinge solidariteit in de wijken. Tijdens deze huidige tweede golf is dat iets minder. Mensen lijken kortere lontjes te hebben, ze zijn moe. Toch is er nog steeds solidariteit. Inwoners helpen elkaar. Brengen maaltijden rond die mensen voorheen in wijkcentra gebruikten. Voetbalsupporters die opkomen voor hun stad; ook een uiting van solidariteit.’

Pieter van den Born pleit voor de inzet van betaalde ervaringsdeskundigen als brug tussen kansarme mensen en het sociaal werk. Wat vind jij van dat idee?
‘Ik herken dat niet zo, dat er een kloof zou zijn. Sociaal werkers hebben een warm kloppend hart voor de samenleving en kunnen die aansluiting met inwoners in zijn algemeenheid prima maken. Waar wel een uitdaging ligt, is de kloof tussen arm en rijk. Die kloof moet aangepakt worden. De verdeling van rijkdom moet eerlijker. Het mag niet zo zijn dat je minder kansen hebt als je in een bepaalde straat of buurt geboren bent. Dat moeten wij uitleggen aan mensen die denken dat bijstandsgerechtigden riant leven, dat hun huis betaald wordt en dat ze gewoon een nieuwe wasmachine krijgen als die kapot is. Dat beeld komt echt nog naar boven.
Onze signalerende taak naar de gemeente is sowieso belangrijk. In Deventer zijn de sociale teams ontvlecht tot Toegang – ondergebracht bij de gemeente – en Preventie. MEE, De Kern (maatschapelijke dienstverlening, KN), een zorgorganisatie en de Raster Groep vervullen deze preventiefunctie. Weer een mooie stap naar hoe sociaal werk zich binnen de samenleving laat zien. Met als doelen aansluiten bij wat inwoners voor zichzelf, hun buren, de straat of de buurt willen en kunnen betekenen én er zijn voor mensen die ondersteuning behoeven. Maar altijd in verbinding! In wijken, tussen en met de inwoners. Het laat zien dat Deventer durft te kiezen en te staan voor Preventie!’

De voordelen van Verdiwel

Waarom lid worden

  • Ons adagium is: Delen & Doen!
  • Collegiale uitwisseling tijdens bijeenkomsten en op platforms.
  • Waardevolle formele én informele contacten in het hele land.
  • Verdiwel laat diversiteit floreren.
  • Verdiwel analyseert en adresseert weeffouten in sociale basis.
  • Verdiwel werkt samen met andere landelijke organisaties.
Meer informatie