terug naar overzicht

Ga naar huis, niet rellen. Daar heeft niemand iets aan!

Serie: Sociaal werk in de tweede coronagolf, aflevering 13 Interview met Pieter van den Born van de SMD in Zaanstreek-Waterland
pieter-van-den-born In Gesprek

Jongeren gooiden vuurwerk en stenen naar de politie, vielen journalisten aan, vernielden straatmeubilair en plunderden winkels. Veel Nederlanders waren geschokt door de rellen in meerdere steden na het instellen van de avondklok. In veel steden zijn jongeren-werkers ingeschakeld om jongeren in de hand te houden. In Zaanstad slaagden gemeente, politie, jeugdboa’s en sociaal werk erin om rellen te voorkomen. ‘Wij hadden risicojongeren en hun ouders al langer goed in beeld,’ zegt Pieter van den Born van de SMD. ‘Het is al langer zo dat jongerenwerkers en jeugdboa’s in duo’s de straat op gaan, jongeren aanspreken, jongeren in beeld krijgen.’ Pieter ziet maatschappelijke onvrede onder groepen kwetsbare inwoners, die het sociaal werk niet goed bereikt. Hij pleit voor betaalde ervaringsdeskundigen die een brugfunctie kunnen vervullen.

De Stichting Maatschappelijke Dienstverlening (SMD) voert sociaal werk en maatschappelijke dienstverlening uit in de regio Zaanstreek-Waterland. Dan gaat het om de gemeenten Zaanstad, Oostzaan, Wormerland, Beemster, Edam-Volendam, Purmerend, Waterland en Landsmeer.
‘In Zaanstad hebben we Sociale Wijkteams met een maatschappelijke opdracht die ook kinderwerk en jongerenwerk uitvoeren. Tevens zijn de Sociale Wijkteams onder andere de toegangspoort naar de eerstelijns jeugdhulp en naar de gespecialiseerde jeugdzorgvoorzieningen,’ legt Pieter uit. ‘De eerstelijns jeugdhulp wordt uitgevoerd door het Jeugdteam. Naast kinder- en jongerenwerk is er ook straathoekwerk voor jongeren die moeilijk bereikbaar zijn. De gemeente voert de regie. Er zijn drie hoofdaannemers: DOCK, Inclusio en SMD, die ieder in eigen wijken werken. Maar jongeren wonen vaak in de ene wijk en gaan in een andere naar school en in weer een andere wijk uit. Daarom hebben we met ons drieën ook een stedelijke afstemming. Daarvan is DOCK het aanspreekpunt. Samen kijken we wat er in de stad speelt, waar welke activiteiten nodig zijn en wie die uitvoert.’

Wat betekende het begin van de pandemie voor jullie jongerenwerkers?
‘Sinds de uitbraak van corona zijn onze jongerenwerkers op straat, gaan ze in gesprek met jongeren over hun tijdsbesteding. Leggen zij contacten met groepen die op bepaalde plekken in de stad rondhangen. Leggen zij uit waarom de voorzorgsmaatregelen belangrijk zijn. Houden zij in de gaten waar overlast is. Welke veiligheidsrisico’s er zijn.’

Bij welke jongeren zagen jullie het risico dat ze konden gaan rellen na de komst van de avondklok?
‘In onze wijken gaat het vooral om jongeren van 12 tot 21 jaar oud, met name leerlingen van VMBO- en BBL, de praktijkgerichte kant. Jongeren die elkaar gewoonlijk dagelijks in de buurt van school tegenkomen. Het gaat niet om werkloze jongeren. Het zijn ook geen criminele jongeren die groepjes op straat domineren. Die jongeren zijn er wel. Net als Amsterdam hebben wij ook een aanpak voor veelplegers. De gezinnen waarvan deze jongeren deel uitmaken, worden intensief gemonitord. Het risico bestaat daar dat oudere broers en zussen hun jongere boers en zussen als het ware besmetten. Dat willen we voorkomen.’

Hadden jullie de risicogroepen al langer in beeld?
‘Zeker! In Zaanstad zijn de jongerenwerkers in contact met groepen jongeren die geregeld overlast geven. DOCK, Incluzio en SMD werken nauw samen met de afdeling Veiligheid en de afdeling Sociaal Domein van de gemeente Zaanstad. Het is al langer zo dat jongerenwerkers en jeugdboa’s in duo’s de straat op gaan, jongeren aanspreken, jongeren in beeld krijgen. Ze werken ook samen met de Leerplicht. Samen proberen we de jeugd goed in beeld te krijgen.’

Wat gebeurde er de afgelopen dagen in Zaanstad, terwijl vanaf zondagavond rellen uitbraken?
‘Op zondagavond was het in Zaandam nog rustig, maar in een aantal andere steden niet. Maandagochtend vroeg de wethouder ons of wij actief in contact wilden gaan met jongeren en hun ouders om te voorkomen dat jongeren gingen relschoppen. Tegelijkertijd zocht de wethouder contact met de besturen van alle scholen of ook zij daaraan wilden bijdragen. Die hebben alle ouders verzocht met hun kinderen in gesprek te gaan over rellen en gevraagd hun kinderen ’s avonds binnen te houden. Burgemeester Hamming deed een oproep via sociale media. Hij zei te begrijpen dat jongeren moeite hebben met de avondklok en andere voorzorgsmaatregelen, maar riep jongeren op rustig te blijven en zich aan de avondklok te houden. Ook hij riep ouders op met hun kinderen in gesprek te gaan en hen te overtuigen dat ze beter thuis konden blijven.’

Lukte het jullie jongerenwerkers om jongeren te overtuigen dat ze thuis moesten blijven?
‘Ja, dat lukte aardig. Het tweede onderdeel van de aanpak was een afstemmingsoverleg van de politie, jeugdboa’s en het sociaal domein om signalen van onrust te bundelen. Daar konden agenten dan op af. Op maandagavond liepen wijkagenten, jeugdboa’s en jongerenwerkers hun rondjes. Ze gingen met jongeren op straat in gesprek. Wezen erop dat vanaf 21.00 uur de avondklok inging. Of ze wisten wat dat betekent. Of ze de gevolgen van overtreding van de avondklok kenden. Intussen waren vanuit het straathoekwerk en vanuit de Sociale Wijkteams contacten gezocht met ouders van kinderen uit de risicogroepen. En inmiddels was een van onze jongerenwerkers al de hele dag actief op sociale media. Zij reageerde op groepjes die elkaar opriepen om te rellen. Ging daarover met jongeren in gesprek.’
Onder leiding van Naima Azough gaan jongeren uit Zaanstad in gesprek met wethouder Mutluer over het belang van jongerenwerk.

En hoe was het maandagavond tegen 21.00 uur?
‘Zoals ik al zei werd alle actuele info via dat afstemmingsoverleg gedeeld. Alle info werd gebundeld. Vanaf 20.30 spraken wijkagenten, jeugdboa’s en jongerenwerkers jongeren die nog op straat waren aan: Ga naar huis. Ga niet rellen, daar heeft niemand iets aan. Als er groepjes gesignaleerd werden, gingen zij daarop af. Veel jongeren gingen naar huis. Zo konden er geen grote groepen ontstaan. Geïnspireerd door de rellen in Eindhoven is er maandagavond nog wel wat vuurwerk afgestoken, er zijn wat boetes uitgedeeld, maar de situatie liep niet uit de hand. Jongeren reageerden niet boos. Ouders ook niet. Die kenden we al en daarom was het gesprek goed met hen te voeren.’

In het verzet tegen coronamaatregelen zien we ook maatschappelijke onvrede. Niet alleen onder jongeren, maar ook onder anderen. Wat zie jij daarvan in Zaanstad?
‘Er zijn kwetsbare groepen in de samenleving die lijden onder stille armoede, die hun baan verliezen. Of die zich niet gehoord voelen. Die het gevoel hebben dat ze van het kastje naar de muur worden gestuurd, of die zich op school niet begrepen voelen. Die groep bereikt ook het sociaal werk niet goed.’

“Iedereen doet mee” is het motto van veel organisaties voor sociaal werk. Is dat niet bij uitstek dé sector die deze kwetsbare groepen zou moeten bereiken?
‘Wij begeleiden mensen uit het zittend bestand naar participatie. Mensen die langdurig bijstand krijgen, jarenlang door de gemeente verwaarloosd zijn, worden nu door onze participatiemede-werkers ondersteund onder het motto “Meedoen naar vermogen”. Daarbij zijn hun leefwereld, hun wensen en dromen het vertrekpunt. We sluiten daarop aan. Toch ervaren we veel wantrouwen en is er mede daardoor uitval.’

Wat moet er gebeuren om deze mensen wél te bereiken?
‘De gemeente Zaanstad wil dat sociaal werkers HBO geschoold zijn. Maar ik denk dat je ervaringsdeskundigen moet inzetten om deze groepen te bereiken. Niet alleen voor participatie, maar ook voor andere vraagstukken, zoals de energietransitie en het aanpakken van de kloof tussen arm en rijk. Die ervaringsdeskundigen moet je dan ook echt een baan met een salaris geven. Zij kunnen een brug vormen tussen deze mensen enerzijds en de gemeente en maatschappelijke organisaties anderzijds. Ik hoop dat Sociaal Werk Nederland dit in de CAO onderhandelingen met de bonden op de agenda gaat zetten. In Engeland houden parlementariërs spreekuren in het district waar ze gekozen zijn. Ook geloof ik dat het goed zou zijn als wethouders en sociaal werk dat soort spreekuren in wijken houden. Zo kunnen we bruggen slaan tussen inwoners en bestuurders, tussen de vraagstukken die zich voordoen in de leefwereld en de oplossingen die de systeemwereld kan brengen. Ik heb het idee aan de wethouder geopperd, maar hij is er nog niet op ingegaan.’

De voordelen van Verdiwel

Waarom lid worden

  • Ons adagium is: Delen & Doen!
  • Collegiale uitwisseling tijdens bijeenkomsten en op platforms.
  • Waardevolle formele én informele contacten in het hele land.
  • Verdiwel laat diversiteit floreren.
  • Verdiwel analyseert en adresseert weeffouten in sociale basis.
  • Verdiwel werkt samen met andere landelijke organisaties.
Meer informatie