terug naar overzicht

Jongeren worstelen aan alle kanten met verlieservaring

Serie: Sociaal werk in de tweede coronagolf, aflevering 8 Interview met Ilja van den Hoek en Johan van Gurp van IMW in Tilburg
duo-2 In Gesprek

‘Of maatschappelijk werk succesvol is of niet, wordt voor meer dan vijftig procent bepaald door de kwaliteit van het contact tussen de maatschappelijk werker en de inwoner,’ zegt Ilja van den Hoek, bestuurder van het Instituut voor Maatschappelijk Werk (IMW) in Tilburg. ‘Over het algemeen is die kwaliteit het meest gebaat bij elkaar live zien en spreken. Ondanks alle innovatie op digitaal gebied is dit een knelpunt waarvan ik hoop dat die spoedig tot het verleden behoort.’ Volgens haar collega bestuurder Johan van Gurp worstelen veel jongeren met een soort verlieservaring. ‘Zij zijn noodgedwongen meer thuis, kunnen niet sporten, ze verzetten zich tegen regels en voorzorgsmaatregelen en dat hoort in feite ook bij hun ontwikkeling. We vermoeden dat signalen die duiden op problemen van kinderen en jongeren nu minder snel op tafel komen.’ Johan gelooft in de meerwaarde van een tweehoofdige leiding. ‘In andere sectoren zie je dat vaker.’ Ilja vult aan: ‘Je hebt altijd een paar extra ogen en dat kan handig zijn in netelige kwesties.’

IMW werkt vanuit een duidelijke visie: “Ons kompas”. ‘Wij vinden dat ieder mens de kans verdient en het recht heeft om mee te doen in de maatschappij,’ lezen we op de website van de organisatie. ‘Daarom geven wij kwetsbare mensen het vertrouwen in hun eigen mogelijkheden om hen in staat te stellen naar vermogen deel te nemen aan de samenleving.’ IMW streeft duurzame oplossingen na voor haar cliënten. ‘Daarom betrekken we vanaf het eerste moment degene die hulp vraagt en zijn netwerk bij onze inzet. Daarom ook werken we intensief samen met andere professionals en vrijwilligers. Gezamenlijk gaan we op zoek naar antwoorden die werken zodat mensen de regie over hun eigen leven terug krijgen. We staan dichtbij mensen, zijn goed zichtbaar en bereikbaar in de wijk.’ Cliënten kunnen deelnemen aan een Eigen Kracht Groep. ‘U gaat dan, samen met een aantal andere mensen, direct aan de slag met uw hulpvraag. Onder begeleiding van een hulpverlener van het IMW leert u om uw problemen aan te pakken. U ontvangt steun van de andere deelnemers uit de groep en kunt elkaar helpen.’
IMW heeft ongeveer 225 medewerkers en werkt in de gemeenten Tilburg, Goirle, Dongen en Gilze en Rijen. In Tilburg maakt IMW deel uit van Toegang Tilburg en veel professionals van IME werken als ‘wijkprofessionals’ in de wijkteams. Ook in de andere gemeenten is IMW onderdeel van de wijkteams of de toegang.

Lukt het jullie maatschappelijk werkers niet alleen in de eerste, maar ook in de tweede coronagolf hun doelgroepen te bereiken en te helpen?
Ilja: ‘Ja, dat lukt zeker. De eerste golf werd meer beleefd als creatief en flexibel zijn. In de tweede golf bouwen we verder aan wat we in de eerste golf ontdekten. We haalden investeringen in digitaal werken naar voren. Nu is digitaal werken gewoon geworden. Een deel van de trainingen gaat door. Namelijk trainingen voor mensen die niet digitaal vaardig zijn of die je moeilijk digitaal kunt geven. Zo gaan trainingen in sociale vaardigheden voor jongeren gewoon door, evenals trainingen voor kinderen in echtscheidingssituaties. Trainingen op maat voor leerlingen in het MBO gaan eveneens door. Natuurlijk met in acht neming van alle voorzorgsmaatregelen. Nieuw is dat we sommige trainingen hebben gedigitaliseerd of in een mix aanbieden van face-to-face en digitaal. Onze medewerkers werken zoveel mogelijk digitaal en thuis. Maar als dat tot teveel kwaliteitsverlies zou leiden, dan hebben zij face-to-face contacten met inwoners. Op kantoor, bij mensen aan de deur of bij mensen thuis. Afhankelijk van wat de situatie vraagt. Maar op een zo veilig mogelijke manier voor inwoners en medewerkers.’

Wat is het grootste knelpunt in deze pandemie?
Ilja: ‘Of maatschappelijk werk succesvol is of niet, wordt voor meer dan vijftig procent bepaald door de kwaliteit van het contact tussen de maatschappelijk werker en de inwoner. Over het algemeen is die kwaliteit het meest gebaat bij elkaar live zien en spreken. Ondanks alle innovatie op digitaal gebied is dit een knelpunt waarvan ik hoop dat dat spoedig tot het verleden behoort.’

Lukt het jullie om medewerkers gemotiveerd en geïnspireerd te houden in deze tweede golf, die ook nog zo lang duurt?
Johan: ‘We constateren dat we een flink beroep doen op het uithoudingsvermogen van de medewerkers. Ze houden het goed vol, maar veel medewerkers vinden het zwaar om zo lang thuis te werken zonder collega’s om hen heen. Veel samenwerkingsverbanden waarin onze medewerkers actief zijn, beginnen met een dagstart of een weekstart. Een manager houdt dan een peptalk en deelnemers bespreken wat er die dag of die week allemaal op het programma staat.’
Ilja: ‘Gewoonlijk maken we twee keer per jaar een rondje langs alle teams. Dan horen we hoe het gaat op de werkvloer. Dat doen we nu digitaal, in kleine groepjes met maximaal acht deelnemers. Daar komen dan allerlei onderwerpen aan de orde, ook die gewoonlijk bij de koffieautomaat worden besproken. Dat werkt heel stimulerend, zowel voor ons als voor de medewerkers.’
Johan: ‘Die Zoom-sessies werken goed. Gewoonlijk organiseren we een lunch voor nieuwe stagiaires. Dat zijn er altijd tien tot twaalf. Voor hen hebben we nu een digitale lunch georganiseerd.’

Is er sinds maart iets veranderd in de problematiek van kinderen en jongeren en jullie werk voor deze doelgroepen?
Johan: ‘Op basisscholen voeren wij het Marietje Kessels Project uit. Dat is een weerbaarheids-traject. Door corona heeft dat tot de zomer vrijwel stilgelegen. We merken dat scholen in deze tijd geneigd zijn zo weinig mogelijk mensen binnen te laten. Ouders moeten hun kinderen op gang houden en werken in veel gevallen allebei thuis. Dat kan spanningen geven. Dat geldt niet alleen voor basisschoolleerlingen, maar ook voor leerlingen van het voortgezet onderwijs. Voor jongeren in de leeftijd van 16 tot 23 geldt dat daar aan alle kanten een soort verlieservaring is. Zij zijn noodgedwongen meer thuis, kunnen niet sporten, ze verzetten zich tegen regels en voorzorgsmaatregelen en dat hoort in feite ook bij hun ontwikkeling. Daarin past dat zij zelfstandiger worden in plaats van veel thuis zitten. We vermoeden dat signalen die duiden op problemen van kinderen en jongeren nu minder snel op tafel komen. Onze collega’s van ContourdeTwern trekken de wijken in met een laagdrempelig aanbod van praktische ondersteuning voor kinderen en jongeren. We hebben in Tilburg een goed samenwerkingsverband. Samen zorgen we ervoor dat kinderen die dat nodig hebben op scholen of in wijkcentra worden opgevangen of daar huiswerk kunnen maken.’

Wat heeft jullie persoonlijk geraakt in de pandemie?
Johan: ‘Dan denk ik in eerste instantie aan een medewerker die geen afscheid kon nemen van zijn ouders die in een verpleeghuis woonden en daar zijn overleden. Maar wat me ook raakt is die hele generatie jongeren die veel moet missen. Mijn dochter is in maart geslaagd voor haar eindexamen. Maar ze deed geen eindexamen. Had géén laatste schooldag. Gewoonlijk begin je met een studie een nieuw leven. Maar er was geen introductieweek bij haar nieuwe studie. Nu mag ze twee uur per week op de universiteit komen voor colleges en de rest is digitaal en zelf studeren. En zoals zij zijn er duizenden jongeren. Wat dit alles met jongeren doet blijft onderbelicht. Wellicht zien we daar later iets van terug in het maatschappelijk werk.’
Ilja: ‘Waar ik het helemaal benauwd van kan krijgen is als ik denk aan kinderen in situaties van mishandeling. Kinderen zijn letterlijk en figuurlijk meer opgesloten dan ooit. Dat maakt het des te belangrijker om te blijven staan voor laagdrempelig maatschappelijk werk, waarmee je signalen van mishandeling kunt oppikken en daar opvolging aan geven.’

Is de samenwerking met ketenpartners veranderd door corona?
Johan: ‘Die gaat allemaal digitaal. Er zijn nog geen ongelukken gebeurd, maar als je elkaar ziet in vergaderingen, informeel bij recepties en dergelijke, dan maken die formele en informele contacten dat dingen vloeien. Dan hebben contacten meer kwaliteit.’ Ilja: ‘Dat vind ik ook. De smeerolie is er een beetje uit.’

Veel organisaties voor sociaal werk hebben zich tijdens de pandemie goed op de kaart gezet. Daarom willen veel gemeenten niet bezuinigen op het sociaal domein. Is dat ook in Tilburg en in de andere gemeenten waar jullie werken het geval?
Johan: ‘In 2021 krijgen we nauwelijks met bezuinigingen te maken. De gemeente Tilburg zet bewust een deel van haar reserves in om de zorgkosten te kunnen blijven betalen. Maar op den duur zal de gemeente willen dat in het zorgdomein efficiënter wordt gewerkt om de kosten betaalbaar te houden. De gemeente vindt dat we ons werk goed uitvoeren.’ Ilja: ‘In de andere gemeenten krijgen we ook geen bezuinigingen. Tegelijkertijd lopen we inkomsten mis omdat extra opdrachten, vooral op het gebied van trainingen, niet doorgingen.’

De voordelen van Verdiwel

Waarom lid worden

  • Ons adagium is: Delen & Doen!
  • Collegiale uitwisseling tijdens bijeenkomsten en op platforms.
  • Waardevolle formele én informele contacten in het hele land.
  • Verdiwel laat diversiteit floreren.
  • Verdiwel analyseert en adresseert weeffouten in sociale basis.
  • Verdiwel werkt samen met andere landelijke organisaties.
Meer informatie