terug naar overzicht

Sociaal werkers kunnen nu echt hun rol pakken

Serie: Sociaal werk in de tweede coronagolf, aflevering 3 Interview met Paul Vlootman, directeur-bestuurder van Welzijnswerk Midden Drenthe
welzijnswerk-midden-drenthe-paul-vlootman In Gesprek

Wat zijn overeenkomsten en verschillen in de aanpak van sociaal werk tussen de eerste en de tweede coronagolf? Dat is de centrale vraag in dit interview met Paul Vlootman, directeur-bestuurder van Welzijnswerk Midden Drenthe, die ook in de eerste serie is geïnterviewd. ‘Die verschillen zijn groot, want in het noorden en oosten van het land raakt de tweede coronagolf ons dieper en harder dan de eerste,’ antwoordt Paul Vlootman, directeur-bestuurder van Welzijnswerk Midden-Drenthe. ‘De gemeente is tevreden over onze aanpak. We vertrouwen elkaar, sociaal werkers kunnen echt hun rol pakken en er is geen geneuzel over details.’ Hoeft hij geen bezuinigingen te vrezen? ‘Nee! Sterker nog: we kregen loonindexering zonder harde strijd.’

Midden-Drenthe is met een oppervlakte van ruim 340 km² één van de grootste gemeenten van Nederland. De gemeente omvat een aantal buurtschappen, dorpen en grote kernen, waarvan Beilen, Smilde en Westerbork de bekendste zijn, en heeft in totaal ruim 33.000 inwoners. Welzijnswerk Midden-Drenthe (WMD) is ‘een organisatie voor maatschappelijke dienstverlening en samenlevingsopbouw,’ lezen we op haar website. ‘Als samenwerkingspartner bevorderen wij welzijn en samenleven in de plattelandsgemeente Midden-Drenthe. WMD is er voor alle inwoners van de gemeente.’ De organisatie heeft ongeveer 50 medewerkers, 600 gekwalificeerde vrijwilligers en zo’n 1200 los-vast vrijwilligers die specifieke doelgroepen bedienen, waarvan ze in een aantal gevallen ook zelf deel uitmaken.  Er zijn grote verschillen tussen de eerste en de tweede coronagolf. ‘In het noorden en oosten van het land raakt de tweede coronagolf ons dieper en harder dan de eerste,’ zegt Paul Vlootman. ‘Nu hebben we in onze regio iedere dag 20 tot 30 nieuwe besmettingen. Men is hier volgzamer dan in het westen. Iedereen draagt een mondkapje. Geen van onze medewerkers heeft nog corona. Maar je merkt dat nu ook hier de zenuwen toeslaan. Wij hebben twee grote accommodaties en er zijn in ons werkgebied veel kleine dorpshuizen die door inwoners worden gerund. Onze beide accommodaties stellen we vooral open voor kwetsbare mensen. Niet voor vergaderingen, die kunnen ook elders of online worden gehouden. Voor de meest kwetsbare inwoners organiseren we dagbesteding en verschillende activiteiten. Eén van die activiteiten is tijdelijk stilgelegd nadat bij één van de deelnemers corona is vastgesteld. We hebben twee grote ruimtes waarin plaats is voor maximaal vijftien deelnemers, waar voorheen plek was voor 50 deelnemers. Daar zijn looproutes in gemarkeerd, evenals vaste plekken voor tafels en stoelen. Bezoekers en medewerkers dragen mondkapjes, want onze accommodaties zijn multifunctioneel, met kantoren en publieke ruimten. Waar dat noodzakelijk is, leggen medewerkers huisbezoeken af. In ons werkgebied zijn ook veel dorpshuizen en jongerencentra met eigen besturen, die een eigen koers volgen. Opvallend is dat jongeren nu ook veel voorzichtiger zijn. Zij vormen zelf de besturen van jongerencentra, willen geen risico’s nemen en hebben de jongerencentra gesloten. Dat geldt ook voor de dorpshuizen.’

Zijn jullie medewerkers net zo flexibel, creatief en innovatief als tijdens de eerste golf?
‘Vooral maart, april en mei waren hectische maanden. In de zomermaanden was het sowieso rustiger. Huisbezoeken en cliëntondersteuning gingen gewoon door, maar er waren veel minder activiteiten en voor het opbouwwerk was het ook rustiger. In september werden de regels versoepeld en startten we de activiteiten weer op. En toen de regels weer strenger werden, keken sociaal werkers weer wat binnen die regels mogelijk was. Daardoor verschilt de situatie nu niet heel erg met die van vóór de zomer. Die creativiteit is er nog steeds. Een succesnummer nu is dat we de boodschappendienst van de Jumbo gezamenlijk uitvoeren. Het regionale distributiecentrum van Jumbo was overbelast en nu halen 15 vrijwilligers boodschappen voor 150 ouderen die de deur niet meer uitkomen, en Jumbo bezorgt die dan bij deze ouderen thuis. De vraag is groter en daarom schalen we die boodschappendienst verder op.’

Waarderen medewerkers dat flexibel werken?
‘Onze medewerkers werken vaker thuis en via zoom. Wij hebben een inventarisatie onder de medewerkers gehouden. Daar kwam uit dat één derde dat flexibel werken goed bevalt. Een derde vind het prima om in tijden van corona flexibel te werken en een derde vind het vreselijk. We maken nu de slag naar flexibel werken voor wie dat wil. Bovendien kijken we naar de werkkostenregeling om thuiswerken te ondersteunen. Die regeling is dit jaar verruimt. Bovendien zoeken we uit hoe die regeling zich verhoudt tot het loopbaanbudget. Momenteel herijken we het hele personeelsbeleid. Als dat goed staat, kunnen we daar de komende tijd prima mee uit de voeten.’

Hoe houd je als directeur-bestuurder binding met je medewerkers als ze vaker thuis werken?
‘Met twee managers vorm ik het managementteam. De managers hebben elk enkele vakgroepen onder zich en vooral zij onderhouden de contacten met de medewerkers, vaak via beeldbellen. En ik heb twee of drie keer per week contact met mijn managers. Dat hebben we op kantoor. Ook andere mensen op kantoor zie ik vaak. Op vrijdagochtend werkte ik altijd al thuis, maar door de corona werk ik wekelijks een dag extra thuis. We nemen regelmatig filmpjes op die we via intranet onder alle medewerkers verspreiden. In die filmpjes probeer ik hen een hart onder de riem te steken, hen op de hoogte te houden van ontwikkelingen. Vóór de pandemie organiseerden wij regelmatig “Cola en chips bijeenkomsten” om met medewerkers in gesprek te gaan over de nieuwe begroting, onderhandelingen met de gemeente. Wat speelt er in de wijken? Wat willen wij vanuit de vraag van inwoners? Dat is soms iets heel anders dan wat de gemeente bedenkt. Die bijeenkomsten mis ik echt, die kun je niet doen met Teams of Zoom.’

Vóór de zomer hadden jullie 600 gekwalificeerde vrijwilligers en zo’n 1200 los-vast vrijwilligers. Lukt het om die gemotiveerd en actief te houden? Of zijn er veel ouderen bij die nu liever thuis blijven?
‘We proberen hen overal bij te betrekken. Ik krijg geen signalen dat er veel vrijwilligers stoppen. Voor die boodschappendienst en voor coronahulp hebben zich ook weer nieuwe vrijwilligers aangemeld. Veel vrijwilligers zijn actief in hun eigen structuur. In die dorpshuizen en jongerencentra bijvoorbeeld. Volgend jaar willen we meer campagnegericht werven. Bijvoorbeeld vrijwilligers die zich in willen zetten voor leefbaarheid. Maar ook vrijwilligers die als ervaringsdeskundige maatje willen zijn van inwoners met dementie of ggz-problematiek. Dan willen we aansluiten bij landelijke campagnes als “NL voor elkaar” en “WeHelpen”. Overigens hebben inwoners hier het noaberschap hoog in het vaandel. Ze helpen buren en anderen in hun buurt.’

Waar loop jij tegenaan in deze tweede coronagolf?
‘De vaagheid van de voorzorgsmaatregelen, die in de praktijk op veel verschillende manieren kunnen worden toegepast. Bijvoorbeeld in een multifunctionele accommodatie. En of yoga onder sport en spel valt of juist niet. Het kost veel tijd om die voorzorgsmaatregelen goed te interpreteren en te communiceren. Je krijgt er vragen over van medewerkers en vrijwilligers. En als iedereen er een beetje aan gewend is, dan veranderen ze weer.’

Veranderen problemen van de doelgroepen nu de coronacrisis langer duurt?
‘Natuurlijk. Spanningen bij vechtscheidingen worden groter. Jongeren worden hangerig en vervelend. Elkaar ontmoeten hoort bij jong zijn. Voor jongeren is het moeilijk om zich goed aan de voorzorgsmaatregelen te houden. Ik krijg geen signalen van extra eenzaamheid. Zoals ik al zei is noaberschap – omzien naar elkaar – onderdeel van de Drentse cultuur en daar zijn structuren op gebouwd. In onze gemeente ligt ook het dorp Witteveen, dat zowel de landelijke als de Europese prijs heeft gewonnen voor langer thuis wonen in een plattelandssetting. Er is daar een mooi systeem van informele en formele thuiszorg die goed op elkaar aansluiten.’

In het vorige interview zei je dat de samenwerking met ketenpartners was verbeterd. Is die samenwerking verder versterkt?
‘Er is meer daadkracht dan in de eerste golf. Sommige ketenpartners zijn al weer met nieuwe plannen bezig, terwijl ik denk: nu even niet, onze hoofdprioriteit is tijdens deze pandemie ons werk zo goed mogelijk doen.’

Ook zei je toen dat jullie relatie met de gemeente was verbeterd dankzij jullie inzet tijdens de pandemie. Blijft jullie sociaal werk buiten schot van de bezuinigingen?
‘Ja! Sterker nog: we kregen loonindexering zonder harde strijd. De lijnen zijn kort, we weten elkaar makkelijk te vinden. We zijn dichter bij elkaar gekomen. De gemeente wil dat wij onze thermometer in de gemeenschap steken en ons daarop bevragen. We vertrouwen elkaar, sociaal werkers kunnen nu echt hun rol pakken en er is geen geneuzel over details. Maar het tij kan keren, daar zijn we ons zeer bewust van. Er is een strijd tussen VNG en landelijke overheid. In het Gemeentefonds gaat het aantal kilometers berm bijvoorbeeld minder zwaar wegen dan één-ouder-gezinnen. Van het eerste hebben we veel en van het laatste weinig. Dat kan resulteren in een lagere bijdrage aan mijn gemeente en dat kan zo maar een paar ton minder subsidie betekenen. Maar als dat gebeurt, dan zullen we daar samen uitkomen.’

De voordelen van Verdiwel

Waarom lid worden

  • Ons adagium is: Delen & Doen!
  • Collegiale uitwisseling tijdens bijeenkomsten en op platforms.
  • Waardevolle formele én informele contacten in het hele land.
  • Verdiwel laat diversiteit floreren.
  • Verdiwel analyseert en adresseert weeffouten in sociale basis.
  • Verdiwel werkt samen met andere landelijke organisaties.
Meer informatie