terug naar overzicht

‘Wij moeten overheden de spiegel van de leefwereld voorhouden!’

Serie: Sociaal werk in de tweede coronagolf, aflevering 12 Interview met Jasper Ragetlie van de LEVgroep in Helmond
jasper-ragetlie-levgroep In Gesprek

In het werkgebied van de LEVgroep zoeken nieuwe doelgroepen het sociaal werk op, zoals mensen met financiële problemen. Bijvoorbeeld Poolse arbeidsmigranten. Toenemende spanningen in huishouders zien ze bij de LEVgroep in de vraag naar buurtbemiddeling, die met 50% is toegenomen. Bovendien worden steeds meer mensen lockdown-moe. Directeur-bestuurder Jasper Ragetlie is het eens met Marc Schats (zie vorig interview in deze serie) dat niet alleen in de VS, maar ook in Nederland sprake is van maatschappelijke onvrede. Ook hij ziet een belangrijke rol voor het sociaal werk. ‘Bij de overheid domineert het new public management,’ zegt Jasper. ‘Wij moeten overheden de spiegel van de leefwereld van bewoners voorhouden.’ Hij verwacht dat een verhoging van het minimumloon eveneens bijdraagt aan het verminderen van maatschappelijke tweedeling.

De LEVgroep werkt in elf Brabantse gemeenten: Asten, Best, Deurne, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, Someren en tenslotte Son en Breugel. Het hoofdkantoor is gevestigd in Helmond. De organisatie heeft 320 medewerkers en ongeveer 1.700 vrijwilligers. De aanpak in de tweede coronagolf verschilt niet wezenlijk van de aanpak in de eerste. ‘We communiceren duidelijk naar inwoners dat we bereikbaar en beschikbaar blijven voor al hun vragen. Digitaal of op afstand als face-to-face contact nodig is om goed contact met elkaar te hebben. Al onze locaties blijven geopend voor noodzakelijke gesprekken. Sociaal werk is immers niet voor niets een cruciaal beroep. We moeten voorkomen dat inwoners die er slecht voor staan omkukelen.’
Wat Jasper persoonlijk raakte is wat de pandemie betekent voor de jeugd: ‘Zelf heb ik jonge kinderen. Zij kunnen nu niet naar school, zijn hun ritme kwijt, kunnen niet zo gemakkelijk meer spelen met vriendjes en vriendinnetjes. Als volwassene kun je goed begrijpen waarom al die voorzorgsmaatregelen noodzakelijk zijn, maar kleine kinderen snappen daar niets van. Tegelijkertijd is het zo dat bijna iedereen mensen kent die aan corona zijn overleden. De impact is groot. Noord-Brabant is relatief zwaar getroffen. Ook in onze regio zijn veel slachtoffers. In ons hele werkgebied doen we nu meer aan rouwverwerking, lotgenotengroepen en we denken al na over een post-corona aanpak.’

 Welke nieuwe aanpakken zijn er tijdens de pandemie in de LEVgroep ontwikkeld?
‘Jongerenwerkers hebben nu veel online contact met de jeugd. Er zijn bijvoorbeeld online kookworkshops zodat sociaal werkers iets leuks doen met inwoners en tegelijkertijd contact hebben en signalen van problemen kunnen oppikken. Onze professionals werken nu veel meer ambulant. Ze voeren voortuin- en wandelgesprekken in plaats van keukentafelgesprekken. Er is een aantal acties georganiseerd om lunchpakketten voor ouderen uit te delen toen die dreigden te vereenzamen. Maatjes van ouderen zijn nu voorzichtiger en veel maatjes bezoeken hun ouderen niet meer thuis. Ze wandelen of bellen nu met elkaar. Er zijn ook extra belcirkels voor ouderen gevormd. We zien ook nieuwe groepen die zich melden. Met name mensen met financiële problemen, bijvoorbeeld omdat ze hun werk kwijt zijn of hun bedrijf niet goed meer loopt. Zij doen vooral een beroep op onze sociaal raadslieden. Ook zien we dat steeds meer Poolse arbeidsmigranten vastlopen omdat ze hun werk verloren en vervolgens hun woonruimte, omdat ze de huur niet meer kunnen betalen. En de vraag naar buurtbemiddeling is in onze regio 50% toegenomen. Veel mensen zitten thuis, dicht op elkaar. Zodat er eerder sprake is van spanningen en overlast.’

Veel mensen worden lockdown-moe. Lukt het om je medewerkers gemotiveerd te houden hun werk onder deze omstandigheden goed te doen?
‘Die coronamoeheid zien wij ook. Bij inwoners, vrijwilligers maar ook bij onszelf. Dat digitale bellen wordt steeds vermoeiender, zeker als je ook nog kinderen thuis hebt. Wij zeggen tegen onze medewerkers: let op jezelf en let op elkaar. Het is begrijpelijk als een klus of activiteit wat meer tijd kost dan gewoonlijk. Wat wel motiverend werkt is dat sociaal werk als cruciaal beroep is erkend. Onze sociaal werkers zijn blij dat ze voor inwoners van betekenis kunnen zijn. Ze werken met roosters, zodat elke locatie bemenst is. Ze vinden het fijn om even weg van huis te zijn en iets te kunnen betekenen.’

Veel gemeenten willen nu niet bezuinigen op sociaal werk, soms zelfs extra investeren. Hoe is dat in jouw gemeenten?
‘‘Door corona gaan bepaalde projecten niet door, waardoor we inkomsten mislopen. Maar door de bank genomen blijven onze financiën op peil. In ons werkgebied zien we dat gemeenten steeds meer de cruciale rol van sociaal werk erkennen. De coronacrisis heeft daarin geholpen. Ze willen minder bureaucratie, minder beschikkingen en meer directe, praktische inzet. Die ontwikkelingen begonnen al vóór de pandemie. Het is spannend hoe gemeenten sociaal werk in de toekomst in het sociaal domein willen positioneren. Er zijn er die het sociaal werk meer naar zich toehalen of zelfs overnemen. Maar het merendeel doet dat gelukkig niet en biedt het sociaal werk de ruimte om haar onafhankelijke rol te kunnen vervullen. Die zeggen: wij zijn goed in beleid, financiën en toezicht, jullie in operationele slagkracht. Zij laten de uitvoering dan bij organisaties voor sociaal werk.’

Er zijn groepen mensen die in actie komen tegen coronamaatregelen, waaronder virusontkenners en complotdenkers. Wat zie en hoor jij daarvan in Helmond?
‘Veel mensen houden zich keurig aan de regels, maar er zijn er ook die daar geen zin in hebben en zich er niet aan houden. Er zijn ook mensen die bang zijn en die juist strengere regels willen. Intern hebben we afgesproken dat onze medewerkers inwoners stimuleren zich aan de regels te houden. En uit te leggen waarom dat zo belangrijk is. Opvallend is dat het niet zozeer de jeugd is, maar eerder de mensen uit de wat oudere generatie die zich er niet altijd wat van aantrekken, terwijl een deel van hen in de risicozone zit.’

De bestorming van het Capitool in de VS is een uiting van onvrede van een deel van de bevolking en de uitkomst van een populistische politiek. Wat voor verschillen en overeenkomsten zie jij met de maatschappelijke onvrede in Nederland?
‘In Nederland zie je steeds meer een samenleving met twee snelheden ontstaan. Enerzijds de inwoners die profiteren van de vooruitgang en technologische ontwikkelingen. En anderzijds de inwoners die daar veel minder van profiteren. Die denken: waar doe ik het allemaal voor? Helemaal aan de onderkant heb je dan ook nog de groep overlevers met schulden en allerlei andere problemen. In de VS kun je het ook nog zo slecht treffen dat je geen uitkering krijgt. Hier is dat beter geregeld, maar als een grotere groep het gevoel krijgt dat ze niet meetellen, dat er niet naar hen geluisterd wordt, kan zich dat vertalen in extreem stemgedrag, in groeiende criminaliteit en alle kosten die dat met zich meebrengt. Ik ben voorstander van een eerlijker verdeling. Het voorstel van een aantal politieke partijen om het minimumloon te verhogen, vind ik een goede stap! Dan ervaren mensen in hun portemonnee dat ze erop vooruitgaan.’

Moeten sociaal werkers meer aan zet komen, zoals Marc Schats in zijn essay bepleit?
‘Sociaal werk opereert in de rafelranden van de samenleving. Daar zien wij van alles. Dat schept de morele plicht dat je gewag maakt van de problemen die je daar ziet. Tegenwoordig lijkt het sociaal werk echter een meer steriele houding te moeten aannemen. Het moet vooral niet te politiek zijn. In het gemeentehuis wordt de inzet van het sociaal werk zakelijk en beleidsmatig afgehandeld. Sociaal werkers zien echter dagelijks dingen die achter bureaus bedacht zijn maar in de praktijk niet werken. Die mensen niet echt helpen. Bijvoorbeeld het gebrek aan geschikte woningen, mensen die vastlopen in eisen van de overheid en die bijvoorbeeld geen recht hebben op een regeling omdat ze niet aan gestelde eisen voldoen. De grote kracht van het sociaal werk vind ik dat praktische, oplossingsgerichte werken. Dat dichtbij inwoners staan. Bureaucratie en bijbehorende papierwinkels kosten uiteindelijk veel geld.’

Hoe kijk jij vanuit dit perspectief naar de toeslagenaffaire?
‘De toeslagenaffaire is een voorbeeld van het verschijnsel dat burgers niet gezien worden. Zij staan tegenover een “blauw leger” met tal van regels en procedures over wat wel mag en wat niet. Ook de overdracht van taken naar het sociaal domein is nogal blauw uitgevoerd. Gevolg: veel aandacht voor rechtmatigheid en doelmatigheid en minder voor de mensmatigheid. Niet zo zeer de feedback op het schoolplein maar de principes van new public management zijn leidend in de gemeentelijke organisaties. In de toeslagenaffaire zie je dat ook. Het “blauwe leger” heeft het effect van boetes niet door.’

Welke rol zie jij voor sociaal werkers waar het onvrede onder inwoners betreft?
‘Wij hebben continu de opdracht om bij de gemeenten de leefwereld in de systeemwereld te brengen. Om die twee werelden op elkaar af te stemmen. Wij kunnen overheden de spiegel van de leefwereld van inwoners voorhouden. Zowel op bestuurlijk en beleidsniveau als op uitvoerend niveau. Zo is het handig als handhavers regelmatig contact hebben met jongerenwerkers. Als we werkbezoeken in wijken of dorpen organiseren voor wethouders, ambtenaren of leden van de Gemeenteraad. En natuurlijk heeft het sociaal werk ook blinde vlekken. Daarop kunnen vertegenwoordigers van de gemeente ons tijdens werkbezoeken of op andere momenten attenderen. In ons werkgebied gaat die interactie gelukkig redelijk goed.’

De voordelen van Verdiwel

Waarom lid worden

  • Ons adagium is: Delen & Doen!
  • Collegiale uitwisseling tijdens bijeenkomsten en op platforms.
  • Waardevolle formele én informele contacten in het hele land.
  • Verdiwel laat diversiteit floreren.
  • Verdiwel analyseert en adresseert weeffouten in sociale basis.
  • Verdiwel werkt samen met andere landelijke organisaties.
Meer informatie